Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

27-05-11

ZUIDERZINNEN ZOEKT MEDEWERKERS

 

headerlogo.gif

 

 

Lees meer...

20:20 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

27-11-09

Senioren hebben een stem in Deurne

49185.jpg

Lees meer...

23:04 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0) | Tags: progressief, 55+

26-04-08

FLITS

Wim Geysen343018d95c6ec4abd0fc59eb706a2f57.jpg

Dag Wim het was  heerlijk om je terug te zien. Ooit schreef ik over jou voor het Vrije Woord onderstaande tekst. Ik heb hem terug boven water gehaald om jou terug wat in de schijnwerpers te plaatsen. Ondertussen is er heel gebeurd maar dat kunnen mensen vernemen op

www.wimgeysen.be

Reuzeveel succes in de toekomst.

: FASCINEREND EN GEËNGAGEERD WOORDKUNSTENAAR Eén van de sterkste Vlaamse debuten is vast en zeker Lek uit 1997 van Wim Geysen (1970). Jammer genoeg viste dit schitterend wek naast de ASLK-Prijs voor het literaire debuut. Het was echter het begin van een INDRUKWEKKENDE carrière. Wim publiceerde nog enkele knappe werken zoals Vuur (1999) en Spiegelschrift(2001) in samenwerking met Bart Demyttenaere. Ondertussen had hij ook het theatervirus stevig te pakken. Zijn literaire werken herschreef hij tot theatermonologen. Ook op de planken weet hij de toeschouwer aan hun stoel te nagelen van pure fascinatie. Toch moet hij het absoluut niet hebben van ondersteuning van even sterke podiumbeesten als hijzelf is. In zijn laatste productie TILT, een aanrader trouwens, heeft hij gezelschap van de ongeëvenaarde Aafke Bruining en de muzikant Jan Blieck. Maar meestal staat hij alleen voor een publiek dat werkelijk aan zijn lippen hangt. Die man heeft puur magie over zich. Door zijn verbluffende ‘body language’, zijn stemintonatie en vooral zijn gelaatsexpressie weet hij meer emotie en fascinatie op te wekken, dan een heel gezelschap samen. Poëzie, lust, angst, verdriet en vreugde wisselen om de seconde op zijn gezicht en maken zijn personages levensecht. Met FLITS  kende hij zijn grote doorbraak. Deze theatermonoloog over tieners en weekendongevallen schreef hij op vraag van de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen. Gezien de schrijnende actuele thematiek en de topprestatie van Wim Geysen, helemaal in de huid van een jonge man die zijn opspelende hormonen en frustraties wil botvieren in agressief rijgedrag, sloeg FLITS in als een bom. Tijdens de monoloog wordt het verhaal van de jongeren geprojecteerd op een groot scherm. Animatiefilmpjes, videospelen en popmuziek geven het theaterstuk de uitstraling van een videoclip. Maar uiteindelijk wordt het hele stuk gedragen door één man die schreef, regisseerde en zich telkens opnieuw in elke voorstelling voor honderd procent geeft. Ondertussen is het stuk al meer dan 150 keer gespeeld en de aanvragen blijven nog steeds toestromen.  FLITS  was voor Wim Geysen zeker geen monoloog die hij na vertoning van zich afschudde om na afloop heerlijk te relaxen. Hij raakte meer en meer bij de thematiek ervan betrokken, omdat na afloop gewoonlijk nog een korte nabespreking volgt waarin hij ook vertelt over de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen en haar doelstellingen.

 

Toch vond hij dat meer moest doen met het verhaal en het verdriet van nabestaanden van jonge verkeersslachtoffers. De gedreven literator werd in hem wakker en hij besloot de getuigenissen van deze mensen op papier te zetten. In heel Vlaanderen ging hij ouders van in het verkeer omgekomen jongeren interviewen. Het was een ingrijpende belevenis in zijn leven die hij heel gevoelig en zonder enige sensatiezucht in zijn nieuwste werk Zonder afscheid-Als je kind sterft in het verkeer, heeft verwerkt. Je kunt het in alle opzichten een taboedoorbrekend werk noemen Mensen weten niet hoe ze met het verdriet en het verlies van een ander moeten omgaan. Ze vluchten er van weg. Dit boek maakt het wegvluchten echter moeilijk. Ook al leg je het neer, telkens grijp je er naar terug. Je kunt stellen dat hij terug bij zijn debuut aangeland is; Eenmaal Lek je in zijn ban had liet het je niet meer los en Zonder afscheid is hier de non-fictie versie van. De auteur geeft mensen de ruimte om de chaos die de plotse dood van een kind veroorzaakt, aan de buitenwereld te tonen. Voor hem hoeven ze hun woorden niet te wikken en te weken, ze hoeven zich niet te schamen of een masker op te zetten. Niets menselijk is hem vreemd en hij laat dat ook duidelijk blijken door zijn manier van vragen stellen. Dit schitterende boek dat het totaal moet hebben van zijn sereniteit en het vakmanschap waarmee het geschreven is maakt andermaal duidelijk hoe persoonlijk een rouwproces is. Alle leden van één gezin gaan verschillend met rouw en verdriet om. Bij het verlies van een geliefd iemand kan een heel hecht gezin uit elkaar vallen gewoon omdat ieder zijn of haar eigen herinneringen heeft en op zijn of haar manier afscheid wil nemen en op zijn of haar manier de leegte wil verwerken. Zonder op de verleidingen van commercie in te gaan heeft Wim Geysen, een heel ontroerend boek afgeleverd dat zonder melig te worden, de diepe wonden in een egocentrische welvaartmaatschappij blootlegt en de lezer, in het bijzonder autobestuurders, vast en zeker tot nadenken moet stemmen. Als laatste prestatie (ik hoop dat ik nog up to date ben) heeft deze taalduizendpoot ook nog de teksten geschreven voor de cd Verder van de Vlaamse groep FONDANT. Wim Geysen weet de sombere kanten van leven met passie en talent te ontsluieren en daar heb ik een mateloze bewondering voor! Waarschijnlijk kunt u lezer deze bewondering met mij delen wanneer u met een of alle elementen van zijn werk kennis maakt… Zonder afscheid/ Als je kind sterft in het verkeer –ISBN 90 02 21421 9 –254 blz. –Euro 16,95- Standaard Uitgeverij Verder –FONDANT www FONDANT .be WIM GEYSEN- GSM 0486/75.60.37- info@wimgeysen .be – www.wimgeysen.be .

01:00 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

20-02-08

DE AKPRIJS VAN HET VRIJE WOORD

Historicus David Van Reybrouck wint Arkprijs1a55c0af8c510fbacc42ea4b958b4950.jpg

Het Arkcomité van het Vrije Woord heeft de 58ste Arkprijs toegekend aan David Van Reybrouck. De jury is onder de indruk van zijn veelzijdige, rechtlijnige en originele aanpak in de hedendaagse discussies op ethisch-maatschappelijk en wetenschappelijk vlak. Van Reybrouck is archeoloog, kunsthistoricus en geschiedkundige.

Monoloog
De 37-jarige Van Reybrouck wordt bekroond voor de theatermonoloog 'Missie'. De monoloog brengt het diepmenselijk verhaal van een oude missionaris. Met overgave kiezen, heeft Van Reybrouck altijd gedaan, zegt de jury. In de roman 'De Plaag', die de debuutprijs won in 2002, herschrijft hij een vermeend plagiaat van Maeterlinck uit de Zuid-Afrikaanse letteren.

Veelzijdig
Van Reybrouck begeeft zich volgens de jury ook op andere terreinen. In 2004 kreeg hij de Taalunie Toneelschrijfprijs voor 'Die Siel en die Mier'. In zijn krantencolumns neemt hij geëngageerd stelling tegen de oprukkende pseudowetenschappen, zoals het creationisme, aldus de jury.

Prijs
De Arkprijs wordt uitgereikt sinds 1951 en heeft tot doel geëngageerde, eigenzinnige initiatieven en mensen te bekronen die tegen de stroom roeien en een maatschappelijke meerwaarde in zich dragen. De naam ven de laureaat wordt in het zilveren schrijn gegrift dat bewaard wordt in het Letterenhuis-AMVC. De uitreiking van de prijs vindt plaats op woensdag 30 april in Galerie De Zwarte Panter in Antwerpen. (belga/sam)

 

Bij deze gelegenheid is het misschien goed om het geheugen even op te frissen! Een onberaamd verbond: 50 jaar Arkprijs van het Vrije Woord   Lukas De Vos (red.). - Antwerpen : De Vrienden van de Zwarte Panter, 2000. - 288 p. ISBN 90 8038 883 1 Een lichtvoetige ode aan dwarsliggers In 1997 zei Wannes van de Velde toen hem het nieuws bereikte dat hem de Arkprijs van het Vrije Woord was toegekend dat hij erg blij was met deze prijs omdat hij hem toch een beetje beschouwde als 'de Nobelprijs' van bij ons. Ook ik heb de Arkprijs zolang ik hem bewust heb weten uitreiken als zodanig beschouwd. De laureaten waren meestal persoonlijkheden die ontdaan waren van elk kuddegeestgedrag en kwamen daardoor ook vaak in botsing met het gevestigde en symmetrische denken en handelen. Om maar enkele namen te noemen die daarom de Arkprijs vast en zeker verdienden: Louis Paul Boon, Gal, Zak, Daniël Buyle, Tom Lanoye, Maurice De Wilde, Robbe De Hert, Jef Geeraerts en zo verder, die allen voor flink wat dwars leven in de Vlaamse brouwerij zorgden. In 1950 werd de Arkprijs van het Vrije Woord gesticht door de redactieleden van Nieuw Vlaams Tijdschrift (NVT) uit protest tegen het niet toekennen van de Prijs van de Provincie Antwerpen aan het werk Joachim van Babylon van Marnix Gijsen.  Aanvankelijk had de Provinciale Jury de prijs wel toegekend maar deze beslissing werd teniet gedaan op tegenadvies van de Provinciale Commissie voor Openbare Bibliotheken en Vlaamse Letterkunde. Het hoge woord in deze Commissie werd gevoerd door een priester J. Baers die protest tegen de bekroning van Joachim van Babylon aantekende omdat het boek op de kerkelijke index stond en de grondslagen van de morele gaafheid aantastte. Pastoor Baers kreeg de meerderheid van de commissieleden achter zich en de prijs werd niet toegekend aan Marnix Gijsen. Pastoor Baers, die ook tussen de gelauwerden zat omwille van zijn verzameld werk, zag zijn prijspremie nog eens vermeerderd worden met een gedeelte van het geld dat eigenlijk Marnix Gijsen had moeten toekomen. Dit grof staaltje van censuur kon zowel op steun als op zwaar protest rekenen. Het zwaarste protest kwam zoals al erder gezegd uit de hoek van het NVT, waarvan Herman Teirlinck toen directeur was en Hubert Lampo secretaris. Herman Teirlinck sprak bij de oprichting van de Arkprijs in 1951 volgende memorabele woorden uit: 'Wij eerbiedigen elke gezindheid, maar weigeren de aanmatiging van elke opgedrongen leer - van elke politieke leer, elke estetische leer, elke zedeleer.' De Arkprijs is een symbolische prijs. De laureaat die elk jaar verkozen wordt omwille van zijn of haar werk wordt er niet rijker van maar mag zich verheugen op een plechtige viering en een inscriptie in de inmiddels legendarisch geworden zilveren ark. Van 1951 tot op heden heeft de Arkprijs heel wat mensen bekroond die of wel heel bekend zijn geworden of totaal in de vergeethoek geraakt zijn maar die voor dat tijdsmoment wel hun bijzondere betekenis hadden of juist kregen door het toekennen van de Arkprijs. Aanvankelijk ging de prijs enkel naar literatoren die met een verdienstelijk, meestal tegendraads werk op de proppen kwamen. Toen het NVT werd opgedoekt en het Arkcomité een onafhankelijke jury aanwees ging men ook buiten het literaire circuit mensen zoeken die het Vrije Woord op een heel persoonlijke wijze hadden verheerlijkt. Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Arkprijs stelde huidige secretaris Lukas De Vos een boek samen waarin zowel de Arkprijs als de laureaten worden belicht. Het is een zeer boeiend werk geworden omdat men niet louter en alleen met historisch materiaal is gaan werken maar zowel laureaten als mensen die nooit de Arkprijs ontvangen hebben aan het woord laat. Het geheel is een grandioos boek geworden waarin men zeker niet aan zelfverheerlijking doet maar het Vrije Woord tot in het extreme hanteert. Ook de Arkprijs heeft moeilijke momenten gekend en die worden dan ook op een niets verhullende manier uit de doeken gedaan. Natuurlijk wordt ook de grote bezieler van de Arkprijs, wijlen Michel Oukhow, door verschillende auteurs op gepaste wijze herdacht. Een onberaamd verbond mag in alle opzichten een geslaagd boek genoemd worden omdat het de lezer op een boeiende zelfs lichtvoetige wijze wegwijs maakt in de historiek van een prijs die nog altijd zijn bestaansreden heeft en ook wellicht zal blijven hebben.  (André Oyen)510428b0f1fe024cd388ec3ea51a6a40.jpg913661c2565ae73f50b8e3f38a5930ac.jpg

08:45 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

08-02-08

CONNIE PALMEN

Lees meer...

00:00 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (1)

31-01-08

GEDICHTEN 2008

Lees meer...

01:40 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

GEDICHTEN 2008 2

Lees meer...

01:10 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

gedichten 2008 3

Lees meer...

01:05 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

gedichten 2008 4

5409e011191119e01613a9e40302cb1a.jpge6c909c5496ca973875d95924bb6e66a.jpg

Lees meer...

00:00 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

30-01-08

AANKONDIGING

e14639a7111ba504b32b6ad0d5d74f1f.jpgfdd92016f1d8d8bf76e110fe13c431dc.jpg042abb25e75f25dbcec28c98ec7578ed.jpg1e5418452d2a1b793c0556020f8ae4cb.jpg

Lees meer...

00:00 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

28-01-08

STADSDICHTER GENK

Lees meer...

20:10 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

02-01-08

gedichten 2008 4

Lees meer...

00:00 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

10-10-07

VS NAIPAUL

Vidiadhar Surajprasad Naipaul

473031472c924d1f5c5c70c82aab0b63.jpg

 

Analysator van de hedendaagse samenleving

e5d92f3237a4f19fcb73ac39e55255ae.jpgNiemand heeft ooit kunnen ontkennen dat V.S. Naipaul een schrijver van Wereldliteratuur is. Daarom werd hij ook herhaaldelijk voorgedragen voor de Nobelprijs literatuur. Toch zag hij deze fel begeerde prijs telkens aan zijn neus voorbijgaan omdat hij wellicht iets te hard tegen fundamentalisme van welke aard dan ook aard dan ook aanstampt. In interviews gedraagt hij zich naar verluidt niet als een lieverdje. Tot groot ongenoegen van zowel Penclubs als emancipatiebewegingen distantieert hij zich van hetTrinidad waar hij geboren werd uit een Indisch Hindoestaanse gemeenschap. Hij noemt zichzelf ook geen West‑Indisch schrijver meer maar wel Brits, wat meteen ook door velen als blank vertaald wordt. De hele controverse rond Naipaul zet eigenlijk zijn werk in de schaduw. En juist zijn werk toont aan hoe een groot denker Naipaul wel is. Je hoeft het absoluut niet met hem eens te zijn maar je kan desondanks toch niet ontkennen dat de man een ongelooflijk observatievermogen heeft en dat hij onze huidige samenleving als geen ander voor hem geanalyseerd heeft.. Dat het Zweedse Nobelprijscomité toch uiteindelijk besloten heeft om hem deze grote literaire onderscheiding toe te kennen zal veel te maken hebben met de culturele oerknal(zoals hij het zelf noemt in Beyond Belief uit 1997) in New-York op 11 september 2001 die de wereld wakker schudde.

 Biografie

Vidiadhar Surajprasad Naipaul werd op 17 augustus 1932 op Trinidad geboren. Zijn grootouders waren Indiase contractarbeiders die zich daar blijvend gevestigd hadden. Hij werd opgevoed door brahmanen (hindoepriesters) zonder uiteindelijk het hindoeïsme aan te nemen. Zijn vader was journalist en schrijver Op zijn achttiende jaar kon hij met een studiebeurs in Oxford Engels gaan studeren. Na zijn studie woonde hij nog enige tijd op Trinidad voor hij zich definitief in Engeland vestigde.

Zijn eerste boek, de roman The mystic masseur, verscheen in 1957 politicus weet te brengen. Alle vroege romans van Naipaul spelen op Caribische eilanden. Het leven daar en de problematiek in een ontwikkelingsland na de dekolonisatie vormen zijn de voornaamste thema's. In The suffrage of Elvira (1958) staan verkiezingen centraal; de hoofdstukken

van Miguel Street

(1959) hebben elk een bewoner van die straat tot onderwerp. Zijn beroemdste boek was tot nu toe A house for Mr. Biswas (1961), waarin op milde humoristische wijze de samenleving op Trinidad aan de kaak wordt gesteld. Voor dit boek ontving Naipaul een reisbeurs van de regering van Trinidad . Hij gebruikte deze voor een studiereis door het Caribische gebied, waarvan hij verslag deed in The middle passage(1962). Hij beschrijft een aantal Caribische samenlevingen (waaronder de Surinaamse) en besteedt vooral aandacht aan het rassenvraagstuk.

In 1963 verscheen Mr. Stone and the knights companion, zijn eerste roman die in Engeland speelt. Dat jaar bracht Naipaul in India door, waar hij de relatie met zijn afkomst hoopte te herstellen. De irrationele, fatalistische levenshouding van de Indiërs stelde hem echter hevig teleur, zoals hij beschrijft in An area of darkness (1964). In 1967 volgde The mimic men, de in de vorm van een autobiografie gegoten roman over een Caribisch politicus die terugkijkt op zijn mislukte carrière en zijn ontbonden huwelijk. In 1968 kwam Naipauls eerste verhalenbundel uit, A flag on the island. Zijn volgende werk was een historische studie: 'The loss of El Dorado (1969). Het eerste deel hiervan gaat over de mythe van het goudland, die leefde onder de grote ontdekkingsreizigers. Het tweede deel behandelt de mislukte poging van de Engelsen om vanuit Trinidad Zuid-Amerika te koloniseren. Voor de roman In a free state (1971) ontvangt hij in 1971de Bookerprize. In 1975 volgde Guerillas, een broeierige roman over politieke onrust op een tropisch eiland. Een deel van de boekbesprekingen en artikelen die Naipaul in de loop der jaren geschreven heeft, is in 1972 gebundeld onder de titel The overcrowded barracoon.

Verder volgden o.a.: A bend in the river (1979), Among the believers (1981) een reis doorheen  moslimlanden, Finding the centre (1984), The enigma of arrival (1987), A turn in the south (1989), India: a million mutinies now (1990) en A way in the world (1993) Met Beyond Believe uit 1996 maakte hij een tweede reis naar de landen die hij in 1981 reeds had bezocht voor Among the believers. Tot zijn grote verbijstering kan hij alleen maar vaststellen dat de situatie er niet op vooruit gegaan is, integendeel zelfs.

Ook al is Vidiadhar Surajprasad tegenwoordig Sir VS Naipaul hij zet zich even ongenadig af tegen de Engelsen die hem deze titel gaven dan tegen eender wie. Het is trouwens een veel gehoorde uitspraak van hem dat zijn leven verandert terwijl hij schrijft.

Elk boek dat Napaul schrijft wordt door critici van naadje tot draadje na gekeken Een van zijn onbarmharstigste critici is misschien wel de Amerkaanse schrijver Paul Theroux die evolueerde van boezemvriend tot aartsvijand. Hij schreef een vernietigend boek over Naipaul onder de titel Sir Vidia’s  Shadow waarin hij niettegenstaande alle mogelijke scheldtirades zijn bewondering voor de meester niet kan verbergen.

Vlak voor het toekennen van de Nobelprijs verscheen er autobiografische roman van Naipaul Half a life die een tipje van de sluier van een bewogen leven oplicht.

37008e733cf281d976a398a089f39ee9.jpg

Dwars proza

Van meet af aan is Naipaul in al zijn geschriften een dwarsligger geweest. Alhoewel hij persoonlijk een afkeer van romans beweert te hebben heeft hij er toch diverse geschreven. Het eerste boek dat hij publiceerde was trouwens een roman namelijk: The mystic masseur uit 1957.Het is een typisch produkt van een mens die wordt heen en weer geslingerd tussen een Westerse- en een niet-Westerse cultuur.

Ganesh behoort tot de Indische gemeenschap van Trinidad . Hij krijgt de kans om te studeren en na zijn studies heeft hij heel kort een baan als onderwijzer. Als blijkt dat hij niet mag onderwijzen om mensen kennis bij te brengen, haakt hij af. Om in leven te blijven wordt hij  dan maar masseur, al weet hij zelf niet goed wat dit beroep inhoudt. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat hij maar weinig klanten heeft.

Toch verdient hij net genoeg om met zijn vrouw te overleven. Weinig werk heeft ook een positieve kant, namelijk tijd om te lezen. Hij leest dag en nacht zowat alles wat hij kan bemachtigen. Natuurlijk rijpt hierdoor al vlug het verlangen om zelf een boek te schrijven. Hij slaagt erin om in eigen beheer een religieus handboek uit te geven. Het boek flopt en krijgt pas succes als hij een blitzcarrière als mysticus kan opbouwen. Eenmaal zijn faam gevestigd is, staat niets nog een politieke carrière in de weg. Met De mystieke masseur haalde Naipaul zich meteen heel wat herrie op zijn nek. Hij schildert genadeloos de Hindoestaanse gemeenschap op Trinidad af als corrupt, oubollig en zeer ontvankelijk voor godsdienstfanatisme. Het boek kende toen een lauwe ontvangst maar later na zijn internationale doorbraak werd het opnieuw uitgegeven en toen werd het wel een succes want het was immers tekenend voor de figuur van Naipaul. Zijn laatste roman Half a life doet trouwens heel sterk denken aan deze debuutroman.

.The suffrage of Elvira (1958) waarin verkiezingen centraal staan en Miguel Street (1959) waarin in elk hoofdstuk een bewoner van die straat besproken wordt zijn vlot geschreven boeken die de couleur locale van de Caraïben met een vleugje humor en milde ironie weergeven. De grote doorbraak komt echter met

A house for Mr. Biswas uit 1961 waarin uiterst geraffineerd the way of life op Trinidad wordt doorgelicht.

Mr. Biswas vecht zijn hele leven voor wat privacy en zelfstandigheid. Zijn grote en overheersende schoonfamilie werkt hem lang tegen, maar voor hij doodgaat weet Mr. Biswas toch zijn droom, een eigen huis, te verwezenlijken.

Mr. Stone and the knights companion uit 1963 is totaal ander werk dan we van Naipaul gewoon zijn. Taal en stijl zijn zeer Brits en zijn kritisch oog richt zich enkel naarde Britten en de Britse mentaliteit.

Mr. Stone is een tevreden vrijgezel die het beredderen van het huisgezin graag overlaat aan zijn trouwe huishoudster Miss Millington. Eenmaal de `midlife'voorbij vindt hij dat het nu toch wel tijd wordt om de knusheid van een trouwe levensgezellin in huis te halen. Tijdens een oersaaie party ontmoet hij de plichtsgetrouwe maar optimistische weduwe Margaret die ook nog op een schelmse manier met humor kan omgaan. Margaret wordt mevrouw. Stone en ondergaat een complete metamorfose. Ze wordt de zorgende echtgenote die de plaats van beide echtelieden in ere wil houden. Mr. Stone vindt al die maatschappijbevestigende gezelligheid net iets te veel van het goede. Hij mag er niet aan denken dat hij na zijn op pensioenstelling continu dit huiselijk leventje moet leiden of liever... lijden. Preventief lanceert hij in de firma waar hij werkt de idee om een riddergenootschap op te richten van gepensioneerden die bij de firma betrokken willen blijven. De idee om eenzáamheid en passiviteit bij gepensioneerden weg te nemen slaat bij de firmadirectie goed aan. Hij krijgt een budget en een PR‑man ter beschikking om het in realiteit om te zetten. Mr. Stone and the knights companion is een zeer goed geconstrueerde roman, waarin alle personages zonder enige uitzondering goed uit de verf komen. Naipaul laat duidelijk blijken dat hij het reilen en zeilen in Engeland zeer goed geobserveerd heeft. De ironie en de karikaturale toon zijn dan ook niet misplaatst of goedkoop.

In al zijn romans voert Naipaul personages ten tonele die zich niet goed in hun vel voelen, in een corrupte omgeving leven en vaak misbruikt worden omdat ze iets te verbergen hebben en schrik hebben voor chantage.

In het boek waarmee hij in 1971 de Bookerprize won In a Free state vinden we vijf verhalen terug waarvan je met recht en rede kan zeggen dit is werkelijk Naipauliaans proza tot in de finesse. Het is een somber werk waarin vooral het titelverhaal In a Free State voor de nodige beklemming zorgt.

Het verhaal situeert zich in een zogenaamde vrije staat in Afrika, waar tijdens een burgeroorlog de stam die aanvankelijk aan de macht was door rebellen wordt uitgemoord. Voor Britse diplomaten zoals Bobby en Linda dreigt er niet direct gevaar. Tijdens een gedwongen autorit samen voeren zij een stroeve conversatie. Bobby is homoseksueel en dit wordt stilzwijgend getolereerd. Linda doet echter heel minachtend over Bobby’s geflirt met de zwarte boys maar anderzijds voelt ze zich wel veilig in zijn gezelschap. Pas als hij tijdens die lange autorit zijn frustraties op haar als vertegenwoordigster van een racistische, burgerlijke gemeenschap begint af te reageren, beseft zij dat elke verdrukte minderheid, zwart of blank, vroeg of laat gaat revolteren.

Naipauls proza is heel dwars en soms op het venijnige af.

Toch heeft hij de wereld versteld doen staan met A way in the world . A Seguence dat een mengeling is van fictie en non-fictie. Het is in diverse opzichten een 'retro'-werk. Hij duikt terug in het verleden van zijn geboorteland Trinidad. Zoals steeds op zoek naar zijn 'roots', overloopt hij zijn carrière als schrijver en analyseert hij zijn eigen wèrk. Het is een mooi en gevoelig boek geworden waarin hij zich profileert als de gevoelsmens die hij waarschijnlijk ook is. Het is een waardig weerwoord op de talrijke interviews waarin hij nogal bits overkomt. Wie een beetje vertrouwd is met het werk van Nalpaul heeft al vlug door dat hij naar bepaalde van zijn werken refereert zonder een titel te noemen, en dat nodigt natuurlijk uit tot research en herlezen. Een staaltje van schrijfkunst is toch de manier waarop hij non-fictiegedeelten uit Het Verlies van Eldorado, een historisch documentair werk, tot romantisch proza omzet. Het omgekeerde doet hij met passages van Een Staat van Vrijheid (een roman). Zoals steeds weet vakman Nalpaul losse fragmenten tot één boeiend geheel te verweven. Een Weg in de Wereld maakt je wegwijs doorheen het werk van V.S. Nalpaul. Voor zijn 'fans' is dit een juweel van een literaire autobiografie.

Zijn laatste roman Half a Life werkt helemaal vertederend omdat je er duidelijk het jonge personage van Naipaul zelf er in terug vindt.

.Wie de schrijversloopbaan van de auteur een beetje gevolgd heeft weet dat hij voor dat schrijverschap heel hard heeft moeten knokken. Geboren in Trinidad uit Indische ouders was het niet zo vanzelfsprekend dat Naipaul moeiteloos aan de slag kon om te eindigen als een Brits schrijver. En dat vechten om mee te tellen in een blanke wereld is de rode draad in deze magistrale roman Half a life (Nederlandse vertaling: Een half leven) van V.S. . Willy Sommerset Maugham is een Indiër, die op zijn twintigste naar Londen gaat om er te studeren. Voor zichzelf weet Willy echter goed dat dit in Londen gaan studeren enkel een vlucht is om niet in de voetsporen van zijn vader hoeven te treden die een comfortabel leven verspilde door in Willie’s ogen zinloze protesten. Willie wil het maken en London, de hoofstad van het land dat zijn vaderland eens domineerde, lijkt hem daar de meest geschikte springplank toe. Hij voelt zich aanvankelijk wereldvreemd indeze stad en gaat dan ook voortdurend dingen opzoeken in de bibliotheek. Hij mag dan uit het land van de Kama Sutra komen zoals de meeste Indiërs heeft Willie niet eens een vermoeden van het bestaan van dit boek. Zijn eerste seksuele kenninsmaking heeft hij met een vrouw die al heel wat ervaring heeft en die laat hem duidelijk blijken dat Willie’s prestatie niet erg partnervriendelijk was. Dus gaat Willie in de bibliotheek in het Penguin-handboek over seksualiteit even nakijken wat er aan zijn seksuele vaardigheid schort en dat blijkt volgens het handboek heel wat te zijn. Hij verzucht dan ook: ’In India praatte niemand over seks en versieren, maar ik merk nu dat het een heel belangrijke basisvaardigheid is, waarin alle mannen getraind zouden moeten worden.’ (blz. 116) Alhoewel Londen voor hem een moeilijk te verteren stad blijft maakt hij er wel enkele vrienden. Het is via deze vrienden dat hij erin zal slagen om een boek te schrijven dat ook nog uitgegeven wordt. Het is via dat boek dat hij kennis maakt met Ana , een plantersdochter uit een Portugese kolonie in Afrika. Zij wordt de eerste persoon die hem neemt en liefheeft zoals hij is. Hij wil haar niet kwijtraken en smeekt haar hem mee te nemen naar haar Afrikaans land. Onderweg naar Mozambique, want daar heeft Ana een plantage, raakt hij in paniek omdat hij bang is om zijn taal te verliezen. Als hij zijn taal verliest, verliest hij zijn identiteit, verliest hij zijn leven. Afrika benauwt hem in het begin maar langzamerhand weet hij met de hulp van Ana zich aan te passen. Met de Portugese aanwezigheid zal hij het altijd moeilijk blijven hebben. Maar tussen de mensen met een zwarte of een gemengde huidskleur voelt  hij zich thuis omdat die hem net als Ana accepteren zoals hij is. Maar toch verlaat hij ook Ana na achttien jaar want na een half leven wil hij verder zijn eigen leven leven ook al beseft hij maar al te goed dat hiij altijd vrouwen nodig heeft die de dingen voor hem regelen. Een half leven is een een zeer mooi boek  dat je eigenlijk als een synopsis van zijn hele werk kan je beschouwen waarmee hij niet alleen zijn kwaliteiten als schrijver onderlijnt maar andermaal zijn kwetsbaarheid als mens, niettegenstaande alle façades, belicht.

Doorleefde non-fictie

Ook zijn non-fictie weet Naipaul heel overtuigend aan zijn lezers te slijten. Over de Argentijnse Perón-saga bijvoorbeeld heeft hij een vlijmscherp maar wel verhelderend werk geschreven. In The Return of Eva Perón bekijkt Naipaul op alle mogelijke manieren het Perónisme en de invloed die Eva Perón daarop heeft gehad. Evita werd de mascotte van het gewone volk omdat zij het met de gedrevenheid van een sociaal werkster opnam voor de armen, terwijl zij zélf in weelde leefde. Terwijl Perón zijn mascotte door de massa tot heilige liet bombarderen bracht hij het land in een stroomversnelling naar een economische en morele afgrond. Subliem is de introductie door Naipaul van de schrijver Borges. Onder meer door zijn gesprekken met Borges en zijn eigen zoektochten heeft hij een totaal andere visie op het Perónisme gekregen waarvan hij de lezer op een sublieme wijze deelachtig maakt.. The loss of El Dorado dateert uit 1969 en werd in 1978 voor het eerst in Nederlandse vertaling uitgebracht onder de titel Het verlies van Eldorado en is non-fictie die met de vlotheid van een roman geschreven werd.

Met een haast pijnlijke precisie geeft hij een gedetailleerd overzicht van de 'beschavingswerken' in Trinidad van 1595 tot 1813. We kunnen dan ook terug met hem in de geschiedenis duiken en bijna visueel de goudzoekers van Spaanse origine aan het werk zien. De hebzucht van de Spaanse overheersers is dermate groot dat de oorspronkelijke bewoners van het eiland, de Indianen, hier hevig onder te lijden hebben. Het land verpaupert en de Indianen die te weerbarstig worden slacht men af of stuurt men voor heropvoeding naar Europa. Na de Spaanse overheersing neemt Engeland het roer over en maakt er, in navolging van de Amerikaanse 'broeder', een slavenkolonie van. De negers die uit Afrika werden otnvoerd om als slaven aan een nieuw Trinidad te werken, kenden onder de Spanjaarden nog een vrij mild bestaan. Onder de Engelsen werden ze als werkbeesten behandeld die probleemloos mochten worden gemarteld of vermoord, afhankelijk van de stemming van hun eigenaars of die van de Britse gezaghebbers in Trinidad . Om de lezer duidelijk te maken dat hij niets verzonnen heeft, voegde Naipaul een uitgebreid postscriptum toe waarin hij zijn werkwijze verantwoordt. Het verlies van Eldorado is een monument van een boek, dat spijtig genoeg andermaal de wreedheid van het menselijk wezen beklemtoont.

De wijze reizende analyst

Als je met Naipaul via zijn boeken op reis gaat wacht je een unieke ervaring. Hij laat je alles zien en waarnemen met een verbeeldingskracht en een inlevingsvermogen die je niet voor mogelijk houdt.

De reisboeken die hij over India en over de moslimlanden publiceerde zijn natuurlijk de reisreportages die door recensenten het meest kritisch gevolgd werden. Zijn haat-liefde met het land van zijn voorouders en ook zijn afkeer van het moslimfundamentalisme waren bekend en dus werd alles met argusogen gelezen met een scherpe pen in de aanslag. Maar Naipaul heeft geen behoefte om te behagen of te pronken met zijn speciale missie van literair reiziger. Hij observeert en analyseert voortdurend

An area of darkness laat India zien zoals het is ook al is het een mengeling van autobiografie, analyse en reisverslag.Met India , a wounded civilization gaat hij nog een stapje verder.d95dde4843a0739364d41a3a26a62e63.jpg Aan de hand van grote denkers,schrijvers, politici e.d. tracht hij de filosofie achter het politiek beleid te doorgronden. Door armoede en het ‘heiligenbeeld’ van Mahatma Ghandi als exportartikelen voor wereldwijd gebruik aan te bieden kan je misschien wel de westerse wereld een rad voor ogen draaien, maar niet de intelligentsia van geviseerde of gemarginaliseerde bevolkingsgroepen. Zoals in elk werk opnieuw, bespaart V.S. Naipaul de lezer zijn eigen verontwaardiging niet. In India: A million Mutinies now is hij veel milder en laat hij het verhaal uit het hard en de mond van de mensen zelf komen en beperkt hij zich tot luisteraar en observeerder die analyseert zonder de politiek erbij te betrekken.

In 1981, Iran leefde toen nog in de euforie van een zeer sterk islamitisch getinte revolutie, publiceerde hij zijn reisdocumentaire Among the Believers(Onderde gelovigen), waarin hij enkele landen, waaronder Iran, die bekeerlingen van de islam herbergen, bezocht en observeerde. Volgens V.S. Naipaul en zijn bronnen is de islam van oorsprong een Arabische godsdienst, en is bijgevolg eenieder die moslim is en geen Arabier een bekeerling (dit is een stelling waar heel wat discussie rond bestaat). Op dat ogenblik wist V.S. Naipaul weinig of niets van de islam maar dat leek hem als overtuigde atheïst een gezonde basis om de bijzonderheden van een geloof dat mogelijkheden in zich droeg om een revolutie te ontketenen te verkennen. Toen al was het thema van bekering steeds aanwezig maar dat drong toen niet zo tot hem door als op zijn tweede reis, bijna twintig jaar, later doorheen dezelfde landen. Among the Believers werd als een informatief boek over een godsdienst in volle evolutie ontvangen. Onder de indruk van zulk een doorwrocht werk zag men het steeds terugkomend woord

'bekering' over het hoofd. In het vervolg van dit boek Beyond Belief (Meerdan geloof), dat in 1997 verscheen heeft het woord 'bekering' naar de islam een angstaanjagende bijklank gekregen. V.S. Naipaul heeft een afkeer van alles wat nog maar enigzins naar godsdienst ruikt, dus heeft hij nog meer dan in Onder de gelovigen de schrijver naar de achtergrond verdrongen. In interviews, die meestal nog via een tolk moeten gebeuren, laat hij de bewoners van het desbetreffende land zelf aan het woord. De ondervraagden zijn meestal wel afkomstig uit hogere standen of studentenmiddens maar dat komt ook omdat juist die mensen in de islam meer dan een geloof zien. De vrouwelijke stem is slechts zelden aanwezig omdat helaas de vrouw in een fundamentele moslimgemeenschap nog altijd geen'stem', laat staan een mening, mag hebben. Het eerste land dat we in gezelschap van V.S. Naipaul bezoeken is Indonesië. In Indonesië is in tien jaar tijd de islam van religie naar een soort statussymbool geëvolueerd. Heel wat voormalige communisten hebben zich tot de islam bekeerd omdat die meer welstand en macht biedt. De scheiding tussen kerk en staat, een staat waarin ook Hindoes, Boeddhisten, Christenen en atheïsten leven, wordt alsmaar kleiner omdat er verschillende ministers moslim zijn en vanuit een religieus islamitisch standpunt beslissingen nemen. Ook de president zelf is de moslims erg genegen. In Indonesië, waar de persvrijheid onbestaande is, vrije meningsuiting en emancipatie nog altijd mooie maar utopische dromen zijn, is de sympathie van de president natuurlijk erg belangrijk. Het mag dan ook verwonderlijk heten dat de vrouw niet onmondig wordt gehouden, belangrijke functies kan bekleden, vrouwenbladen bestaan en niet meer of minder dan andere bladen gecensureerd worden. Er bestaat zelfs een'milde' vorm van feminisme. Toch zijn heel wat intellectuelen niet gelukkig met de islam als brenger van alle heil en welvaart. De essayist Gunawan Mohammed doet in dit verband volgende toch wel veelzeggende uitspraak: "De schrijver die zich aansluit bij een of ander groot publiek ideaal als communisme of islam, met al die duidelijk taboes, wordt al heel gauw tot vervalsingen gedwongen!" (blz. 92). Iran stapte na de dictatuur van de Sjah over in de dictatuur van Khomeini. Velen hadden gehoopt dat na de revolutie de Mullahs zich zouden terugtrekken in de heilige stad Qom. Helaas gebeurde dat niet. Khomeini en zijn aanhang maakten de communisten die mee hadden gekozen voor een islamitische staat mond- en soms ook helemaal dood. Hij hanteerde een islamitische dictatuur waarin enkel wet was wat hij al dan niet in de naam van Allah verkondigde. De 'Heilige(?) oorlog' tegen buurland Irak en het weren van Westerse invloeden primeerden. Na de dood van de Ayatollah bleef het land in diepe rouw om zoveel oorlogsdoden en in volledige economische en sociale chaos achter. Het huidig regime is iets minder streng maar de oorlogsveteranen geloven niet meer in het oprichten van een rechtvaardige islamitische staat. Zelfs erg gelovige mensen durven wel eens beweren dat Khomeini een spion van het Westen was, gezonden om Iran in de afgrond te storten. Er komen nieuwe rijke eliteburgers en bewegingen die om seksuele vrijeheid vragen en zich vreemd genoeg Nazi's (?) noemen steken her en der de kop op. Pakistan is een van die landen waar de religie als wraakmiddel kan gehanteerd worden. Het land lijdt nog altijd onder de afscheiding van India en Bangladesh. Het ideaal om van Pakistan een vreedzame islamitische staat te maken is door aller. hande revoluties, burgeroorlogen en eeuwenoude vetes,jammerlijk in rook opgegaan. Het laatste land dat V.S. Naipaul bezoekt is Malesië. In Malesië is nog steeds een sterke populatie van Chinezen aanwezig die kapitaalkrachtig zijn. Maar de Maleisische kampongbevolking die sterk islamitisch is of werd begint meer en meer naar de steden te trekken. Net als in Indonesië betekent ook hier islamitisch zijn een vorm van macht hebben.

Meer dan geloof is zeker geen boek dat mensen die islamitisch zijn niet wil vingerwijzen of in een kwaad daglicht stellen. Het waarschuwt alleen voor een fundamentalisme dat geen ruimte meer laat voor dialoog.

Besluit

Het werk van VS Naipaul is nog altijd brandend actueel en dat zal het nog heel lang blijven ook gezien de gebeurtenissen op internationaal vlak. Het is zéér belangrijk dat we in deze woelige tijden schrijvers hebben die niet bevreesd zijn om zowel links als rechts tegen de haren in te strijken om zodoende een visie te verkrijgen die de realiteit weerspiegelt. Naipaul heeft zich nooit de les door eender wie laten spellen en hij zal dat ook nooit doen. Wel vindt hij van zichzelf dat hij een schrijver is die voortdurend in evolutie is!

André Oyen

Bronnen

© Het Spectrum Electronic Publishing Het labyrint van de bevrijding/Tien pstkoloniale schrijversportretten onder redactie van Kathleen Gyssels en Paul Pelckmans- Uitgeverij Pelckmans 1999 De Morgen 12/10/2001 en 17/10/2001 Vrij Nederland 20/10/2001

07:50 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

25-09-07

LYDIA ROOD

SCHRIJVEN UIT LOUTER LUST83a6a7ce2c95bc1bc51270bbcf46655d.jpg

Dat het boek nog steeds niet is bezweken in de concurrentie met televisie ,video en computer, is te danken aan de werking van onze verbeeldingskracht. Dat wat je niet ziet, stel je je voor. Het brein begint met invullen en aanvullen waar de waarneming ophoudt. En tot nu toe is zelfs de virtuele techniek er niet in geslaagd de individuele, binnenhoofdse verbeeldingskracht te overtreffen. Een boek is zo gezien altijd in het voordeel. (citaat uit:Lydia Rood – Niet geschoten, altijd raak uit de bundel RAAK! Literair geweld (blz.74-75)

 Diverse genres uit de literatuur vakkundig beoefenen is iets watwat talent vereist. Lydia Rood beschikt over dat talent.In een hoog tempo publiceert ze kleuter-kinder-en jeugdboeken, romans, kortverhalen, collumns,geschreven portretten en thrillers.Ze verzamelde niet alleen erotische verhalen van en voor vrouwen ( Zusters in de zonde), ze schreef ze ook zelf. Louter Lust is een bundel met erotische verhalen van haar hand waarin ze bewijst dat vrouwen heel opwindend en origineel over erotiek kunnen schrijven. Louter Lust werd een overrompelend succes en daardoor werd de aandacht van de media en het grote publiek wel een beetje te veel van haar ander werk afgeleid. Het is natuurlijk heel sensationeel voor een journalist om in vette koppen uit te smeren dat Lydia Rood  voor zeer uiteenlopende bladen zoals Viva, Sekstant en Playboy schrijft maar het is wel injammer dat haar geëngageerd werk en haar onconventionele jeugdliteratuur onvermeld blijven. Nochtans boort Lydia Rood heel actuele onderwerpen aan die een weerspiegeling vinden in oersterke werken zoals:Offerande, Het boek Job, Maureen, Beter, dank je, Nframa, zwarte ster of Anansi’s web. Het kan niet anders dan dat voor deze auteur schrijven over de dingen des levens louter lust is. Haar gedrevenheid, verontwaardiging,speelsheid en vitaliteit vonken uit elke bladzijde die ze ooit gepubliceerd heeft.

Biografie

Lydia Rood werd in 1957 in Velp geboren. Ze heeft een zusje maar ook vier broers wier levenswijze en taalgebruik veel boeiender vindt dan van de meisjes die ze kent. Ze komt uit een katholiek gezin en als oudste telg wordt er van haar verwacht dat ze een stichtend voorbeeld geeft.Maar dat is niets voor haar. Van kindsbeen af verzet ze zich tegen enge normen en beperkingen van van haar vrijheden, het is een levensvisie die zich later zal uit breiden tot verzet op alle fronten tegen beperking van de menselijke vrijheid tout court. Ze is heel leergierig en wil even graag alles over poppenhuizen weten dan over voetbal. Maar ze leeft eigenlijk in een overwegend jongenswereld. Dat neemt niet weg dat ze zich niet benadeeld voelt wanneer men jongens gewoon door hun sekse automatisch prioriteiten verleent worden. Ze is zelf best tevreden over haar eigen sekse en vindt die op zich volkomen gelijk aan die van jongens. Heel haar jeugdige rebellie zal ze later in haar oeuvre verwerken. Schrijven is van kindsbeen af een grote droom van haar, want dan kan ze immers alles laten gebeuren zoals zij het zelf wil. Rond haar vijfde jaar doet ze trouwens een niet onverdienstelijke poging om een gedicht te schrijven. Ze wil ook de wijde wereld in als ontdekkingsreizigster, stewardess of desnoods als non! Na het lyceum gaat ze in 1975 Spaans studeren aan de Universiteit van Amsterdam en journalistiek in Utrecht . Haar eerste jeugdboek Eem geheim pad naar gisteren verschijnt in 1982 en in 1984 studeert ze af als journaliste en wordt eindredacteur buitenland bij de Volkskrant. 1985 is een belangrijk jaar want ze wordt eveneens redacteur binnenland bij de Volkskrant en tevens ziet haar dochter Roosmarijn,over wie ze verschillende kleuterboeken schrijft, het levenslicht In 1988 behaalt ze cum laude haar doctoraaldiploma Spaanse taal en letterkunde en in 1991 kiest ze definitief voor het schrijverschap maar blijft nog freelance journaliste voor ondermeer de Volkskrant, Marie-Claire, Elle, Playboy, Viva enz. Met haar broer Niels begint ze in 1990 onder de auteursnaam Rood &Rood aan een serie thrillers waarvan Eenling de spits afbijt. Voor haar jeugdboek Maanzaad krijgt ze in 1990 een Vlag – en –Wimpel en een ander jeugdboek Een mond vol dons wordt bekroond met een Zilveren Griffel. Van de bundel erotische verhalen Louter Lust uit 1993 worden meer dan vijfenzeventigduizend exemplaren verkocht en HET BOEK Job dat een jaar later verscheen kreeg unanieme lof van de pers. Niet alleen in haar werk stelt ze alle onrecht en/of discriminatie aan de kaak ook in realiteit doet ze dat. Zo protesteerde ze in 1995 op Tahiti tegen de Franse kernproeven in Mururoa door voor een internationale pers haar billen bloot te geven. Samen met een Britse medemonstrant werd ze daar 22 uur vast gehouden. Voor de zogenaamde ‘blanke illegalen’ kwam ze op door met hen in hongerstaking te gaan. Schrijven is voor haar een manier om aandacht te krijgen en om gezien te worden.In een interview met Milou van Rossum voor HP/De Tijd (08/12/1995) zegt ze zelf:’Ik daal steeds dieper af met mijn boeken, geef steeds meer van me zelf bloot. Ik vind het ook prettig als mensen veel van me weten. Dat is waarom ik schrijf. Dan ben ik veilig.Als iedereen me door en door kent, weet van alle mislukkingen en slechte kanten en als ze dan nog kiezen om met me om te gaan, kan ik nooit meer tegenvallen.’ Tot haar dertigste heeft Lydia Rood haar boeken voor haar moeder geschreven om aandacht te vragen van moeder, haar kleuterboeken schreef ze voor haar dochter en ga zo maar voort. Ze noemt zichzelf een fladderende geest die graag met verschillernde dingen bezig is. Daar kunnen we inkomen want inmiddels heeft ze meer dan veertig boeken op haar naam uit een diversiteit van genres. Als het aan haar ligt zullen er waarschijnlijk dubbel zo veel boeken en, dubbel zoveel genres bijkomen!

Bronnen HP/ De Tijd 08 –12 –95

http://www.xs4all. nl/~lrood/biografie.htm

 Haar Werk Het werk van Lydia Rood is alle opzichten normdoorbrekend.Een argeloze conservatieve lezer zal zich bij eender welk van haar werken de pleuris schrikken. Van haar kleuterboeken tot haar erotisch werk is Lydia Rood steeds recht voor de raap. Het kan haast niet, maar toch lijkt het of zij altijd in een reuze goed humeur is en al fluitend haar boeken schrijft. Zelfs de ernstigste boeken zoals Beter, dank je (1996) of Weg van de zon (1997) die beiden een groot onbehagen en verdriet vertolken worden net niet melo door die luchtige toon die altijd even om de hoek om de hoek komt piepen. Haar erotisch werk zoals Louter Lust,Gedeelde genoegens en Zoveel zinnen wordt nooit plat of vulgair omdat er toch altijd dat olijke is met een beetje giechelende humor dat knipoogt naar de lezer en elke interpretatie vrij laat. In haar columnbundel Zij haar zin heeft ze natuurlijk alle remmen losgelaten en daar swingt ze werkelijk haar woorden op papier. Ik heb eens ooit drie boeken van haar in één bespreking moeten stoppen. Uiteenlopender boeken dan die drie kan je je niet voorstellen  want het ging hier om Ik kan, ik kan wat jij niet kan (een kleuterboek uit 1997), Weg van de zon (een geëngageerd jeugboek uit 1997) en Zoveel zinnen (een erotische bundel uit 1997) en toch had ik geen enkele moeite om ze alle drie na mekaar te lezen en in een bespreking te verpakken. Want, iemand anders denkt daar misschien heel verschillend over, ik vond ze alle drie van buitengewone klasse en alhoewel elk boek een volledig andere thematiek en opzet had straalden ze toch alle drie die al eerder genoemde ‘goedgehumeurdheid’ van de schrijfster uit ook al kreeg ik van Weg van de zon een flinke brok in mijn keel. Nederland mag zich trots voelen omdat het een auteur bezit die zulke ernstige onderwerpen om zo’n ongedwongen manier kan brengen. Haar werk heeft een onweerstaanbare charme die vooral kinderen zeer goed kunnen inschatten. Een jonge vrouw vroeg me eens of ik haar een prettig maar toch degelijk voorleesboek voor haar dochtertje een wijsneusje van drie kon aanraden. Ik tipte haar Ikkan,ik kan wat jij niet kan . Zowat een jaar later vroeg ik de dame hoe het nu afgelopen was met het voorleesboek. Dochterlief had mama bijna onder druk gezet om de bibliotheken af te schuimen op zoek naar ‘Rood-leesvoer’en moeder én dochter hadden samen schaterend genoten van Marietje Appelgat en haar vieze vrienden (1994) en Een dag uit het rampzalige leven van Nippertje Bov, maar hadden toch ook wel de onderliggende boodschap om iedereen te accepteren zoals hij of is mooi meegepikt. Elk boek van Lydia Rood, uit welk genre ook, betekent voor mij persoonlijk leesgenot tot in de finesse. Het is ongelooflijk hoe zij er al zoveel jaren in slaagt om in een ijltempo al de dogma’s om de oren te slaan en vooroordelen de grond in te boren. Mocht je door mijn overpeiznzingen het gevoel krijgen dat het hier om ‘fast-foodlectuur’ gaat dan zou ik je toch aanraden om een van haar laatste werken Anansi’s web (2000) te lezen waarin drie jonge mensen een Nederlands meisje, een Ghanese jongen en een Surinaamse jongen op zoek gaan naar hun roots. Het is een uitermate boeiend werk, dat ook uit historisch, educatief en emancipatorisch oogpunt niet te versmaden valt, met een typische ‘Lydia Roodcharme’. Het totale oeuvre van Lydia Rood is in alle opzichten een frisse wind die door de Nederlandse letteren waait.

Kleuter- Kinder- Jeugdliteratuur2fdc74d43a6dc82f194a090ba4522fa3.jpg

In de kinderboeken van Lydia Rood tref je geen perfecte kinderen aan. Net zo min tref je er neurotische schepseltjes aan die wegkwijnen onder massa's grote-mensenproblemen. Haar personages zijn alledaagse kinderen met hun goede en slechte kantjes maar of ze nu jongen of meisje zijn, ze beschikken wel allemaal over een hoog assertiviteitsgehalte. Roosmarijn het personage uit Ik kan,ik kan wat jij niet kan (1997) is zeker geen modelkind of schoonheidsideaal in kleding van Petit Bateau. Het lijkt me eerder een gezond, levenslustig kind, ook een beetje feministe in notedop,dat we volgen in haar onconventionele wandel van haar derde tot haar zevende levensjaar. Roosmarijn is het type meisje dat we regelmatig terugvinden in het werk voor zeer jeugdige of jeugdige mensen. Zelfs in De stem van het water (1997), geselecteerd door de stichting Kinderjury 1998, dat eigenlijk een historisch gedramatiseerd werkje is wordt het personage Tijne, voor die tijd zeker, als een assertieve meid voorgesteld die in omgang met de andere sekse best haar vrouwtje weet te staan. Nippertje Bov, en Marietje Appelgat mogen dan niet moeders mooiste zijn en heel onhandig zijn of stinken, maar hun goed humeur verliezen ze niet en zichzelf uiteindelijk redden doen ze heus wel. Lydia weet heel goed personages te creëren. Biels uit Het huis van Biels (1994) is een heel grappige, eigenwijze jongen die zich door volwassenen niet om de tuin laat leiden maar wel een spontane en warme relatie met hen wil opbouwen wanneer er wederzijdse communicatie is. Charley uit Lekker wakker (2000) is een bijdehands jong meisje dat twee mama's heeft die allebei bij de politie werken. En ook al heeft ze het reuzegoed bij haar twee mama's toch wil ze weglopen, al was het maar om de sensatie van het weglopen en het zwerven mee te maken. Hier haalt de auteur werkelijk een krachttoer uit want door het ijzesterke personage van Charley ten tonele te voeren heeft ze zo wie zo haar jonge lezers in haar ban die ze op deze manier de zo reële wereld van zwervers en prostitué(é)s kan tonen. Die wereld wordt op een heel gewone maar toch open manier getoond met personages die geen schrik inboezemen maar wel sympathie opwekken. Dit is de manier van Lydia Rood om de kinderen zo jong mogelijke het zogename ongewone als gewoon te laten ervaren. Zoals eerder vermeld is de jeudige wereld van deze auteur niet altijd even hilarisch. Weg van de zon (1997) is een droevig boek waarvan je de titel voor waar zou kunnen aannemen indien het geen ‘Rood-boek’ was geweest. Zij schrijft het boek met zoveel warmte en begrip voor ieders situatie dat het de lezer bijblijft tot het eind zijner dagen. Het leesvoer dat Lydia Rood jeudige mensen serveert is pittig, smakelijk maar dient af en toe wel eens herkauwd te worden om het te laten verteren.

Geschreven portretten

 Lydia Rood is een van de vaardigste portrettenschrijfsters uit de hedendaagse literatuur. Daar bedoel ik niet alleen mee dat ze schitterende geschreven portretten in non-fictie maakt ook haar portretten uit de fictie zijn levensecht. Een heel sterk voorbeeld hiervan is de moederfiguur uit de sociale roman Offerande (1995). Je ziet die vrouw zo voor je. Als je ze op straat tegen kwam kan je ze haast herkennen. Als je een gesprek met haar zou beginnen zou je haar sterke en zwakke punten herkennen. Ze bestaat nog altijd voor mij die moeder, jaren na lezing van het boek. Dat de personages van Lydia Rood zo sterk beklijven is te danken aan haar inlevingsvermogen maar vooral haar observatievermogen. Naar aanleiding van de succesfilm Rain Man in 1988 maakte de Nederlandse televisie een programma rond een Nederlandse autistische man Job Rood. Het programma kwam vrij goed over maar je bleef op je honger. Zus Rood stilde die honger in 1994 door een literair portret van hem te maken Het boek Job. Dit is werkelijk een boek dat een niet-autist doet stil worden. Wie is Job, hoe denkt hij, hoe voelt hij, waarom sluit hij zich af? Heel langzaam opent zij een kiertje van zijn wereld en dan zie je Job zoals het voor hem onmogelijk was om zich voor een camera te tonen. De Surinaamse Maureen lijdt helemaal niet aan contactarmoede. Maar ze is trots en eigenzinnig. Om een mooi literair portret van Maureen te bekomen verweeft ze in Maureen: een Surinaamse in Nederland (1998)9d104e078008a0c024947c277d31640f.jpggeschriften van zichzelf en de Surinaamse tot één geheel. Lydia Rood laat geen enkele gelegenheid onbenut om doorheen een muur van arrogantie en zelftrots een warm mens te ontdekken. Maureen zou zich geen beter monument kunnen gedroomd hebben Romans en Kortverhalen De sociale romans van Lydia Rood draaien meestal allemaal rond het thema: ‘erbij willen horen en er toch niet echt bij willen horen’. Dat geldt zowel voor het hoofdpersonage uit Offerande (1993)- Beter, dank je (1996)en Nframa, zwarte ster. (1999) Persoonlijk vind ik Beter,dank je de meest literaire en ook haar sterkste roman. Het is een broos en teder verhaal dat opgebouwd is uit dialogen en monologen. Op een kerstavond pikt een Nederlandsevrouw op de motor een jonge liftende Surinamer op. De vrouw is minstens tien jaar ouder dan de jongen. Toch neemt ze hem naar huis met de bedoeling er een intieme kerst met een jonge minnaar van te maken. Maar de vrouw heeft nog te recente kwetsuren op haar ziel om zich ongeremd in de armen van een kersverse minnaar te laten vallen. Ze zijn drie dagen samen maar een echt hartstochtelijk samenzijn groeit er niet uit. Hij is jong, onervaren met vrouwen en zwijgzaam, zij voelt zicht oud, is net in haar menstruatieperiode en is babbelziek omdat ze zich wil losdmaken van het verleden en niet goed weet hoe ze een nieuw heden moet opstarten Lydia Rood weet zeer goed goed de ontheemheid van deze twee mensen te schetsen die zich heel passioneel in mekaars armen zouden willen storten maar stuiten op muren van niet verwerkte frustaties.Een buitengewoon knappe roman waarin de schrijfster6237df773f115f5b343deef967a83379.jpg duidelijk maakt dat mannen misschien wel anders met emotie omgaan dan vrouwen maar dat ze er evenveel last van kunnen ondervinden op beslissende momenten. Nframa, Zwarte ster is een heel ander soort roman maar ook hier is de gevoelswereld van een jongen die tot man opgroeid en ooit in Europa stervoetballer wil worden heel belangrijk. Lydia Rood geeft met dit boek een heel goed beeld van de situatie waarin Afrikaanse voetballers in een Europees land verkeren. In het geboorteland beschouwt men deze voetballers als melkkoeien waar een ieder zijn voordeel tracht uit te halen,. zoals onder andere geld en roem. In het gastland zijn het stevige kerels met spierkracht waar alles wat er in wordt geïnvesteerd dubbel moet renderen. Nfrana voelt zich vlees dat door de sportmensen om zijn spierkracht wordt begeerd en door fans om de mythe van de grote Afrikaanse penis. Meisjes dringen zich schaamteloos op omdat ze denken dat alle zwarte voetballers meteen een contract gaan krijgen en dan massa's geld gaan verdienen. Homomannen tasten deze jongens even schaamteloos in het kruis omdat ze ook wel eens zo'n grote willen. Het is een schijnwereld waar maar heel weinig mensen echt van begrijpen dat deze jongens heel hard moeten werken voor kost, inwoon en, wat zakgeld waar ze ook nog geld van naar huis moeten sturen. Nframa, zwarte ster is een heel vlot en boeiend boek dat leest als een trein waarin Lydia Rood op een heel directe manier een zeer actueel onderwerp aansnijdt. Zij spaart niemand om duidelijkheid te scheppen noch het zwarte thuisfront, noch het blanke gastland. Knappe en geëngageerde literatuur die af en toe wel eens het schaamterood naar je wangen doet stijgen om dat je geconfronteerd wordt met herkenbare dingen. Offerande opent dan weer de wereld van een puber die volop met groeipijnen geconfronteerd wordt en om aandacht van de moeder hengelt. Maar die aandacht komt er niet omdat de moeder te druk met zichzelf bezig is. Dit gebrek aan aandacht zal zich duidelijk reflecteren in het volwassen leven van de puber. Offerande is een heel gevoelige en erg goed geschreven roman waarin heel duidelijk wordt hoedanig communicatiestoornissen invloed kunnen hebben op een mensenleven. De verhalenbundel Samen in een familiegraf (1998) kan men als een staalkaart van haar capaciteiten beschouwen, vermits de verhalen een grote diversiteit bezitten. Het gaat hier om oude en nieuwe verhalen waarin ‘het contact met iemand hebben’ als rode draad gebruikt wordt. Dat contact kan slechts heel even duren en soms ook tijdloos zijn. Deze vorm van contact hebben omvat heel veel. Het kan om hartsvriendinnen gaan,een ouderkind relatie, geliefden, een ontmoeting voor seks, vreemden die bij de eerste ontmoeting mekaars gelijken worden of ook gewoon (nou ja, bij Lydia Rood is niets echt gewoon) een telefonisch contact. De verhalen vormen echt een harmonieus geheel van emoties en moeten bij de lezer ongetwijfeld heel wat herkenbaarheid oproepen. Er zit ook heel wat autobiografisch materiaal in deze verhalen. Ook bieden sommige verhalen randinformatie bij personages uit haar andere boeken. Dit gaat zeker en vast op voor het verhaal De zevende zomer. Wie het werk van Lydia Rood een beetje kent zal hier zeker en vast het schuwe zoontje van de Surinaamse vrouw uit het boek Maureen herkennen. Het is een heel lief verhaal over een jongentje met een donkere huidskleur. Lydia Rood ontvoert het kind bijna als gezelschap voor haar dochtertje. Dit is echter een excuus voor het feit dat hij zowat het tweede kind vervangt dat zij niet meer kan krijgen en ook omdat ze het gewoon prettig vindt om hem rond haar heen te hebben. Bij haar voelt hij zich goed, omdat zij het aangenaam vindt dat hij anders is dan haarzelf. Anders maar niet minderwaardig. Zij neemt hem overal mee naar toe, ook op verre reizen. Een donker jongetje dat gekoesterd wordt door een blank echtpaar. De situatie wijzigt licht als de blanke echtgenoot het huis uitgaat en er een donkere minnaar voor in de plaats komt. De man heeft een donkere huidskleur maar komt uit een  ander continent en een andere cultuur. Maar voor de jongen verandert er niets aan de genegenheid binnen het gezin behalve dat als ze met zijn drietjes op stap gaan de blanke vrouw ‘anders’is. De auteur weet dit ontroerend stukje multicureel leven heel overtuigend en sober over te brengen. Een even knap verhaal rond ‘anders zijn’ is De anderen. Hier doet de auteur erg verrassend uit de doeken hoe goed zij zich voelt tussen de daklozen uit New-York en het zelfs hinderlijk vindt als de politie haar tegen wil en dank wil ‘beschermen’. Maar het blijft natuurlijk niet allemaal even ernstig. Ook al slaagt de auteur er steeds opnieuw in om de ernstige dingen met de nodige humor op te smukken, ze kan ook heel grappig en uiteraard pikant uit de hoek komen. Samen in een familiegraf is een heel gave en boeiende verhalenbundel waarin de mens met alle sterke en zwakke kanten, hem nu eenmaal eigen, de held is.

Thrillers

Samen met broer Niels, dé broer die haar altijd aanmoedigde om te schrijven, vormt zij het schrijversduo Rood & Rood voor thrillers. Persoonlijk, en daar zal ik wel een grote uitzondering in zijn, hou ik niet zo erg van Amerikaanse thrillers omdat ze te gewelddadig en te opgeschroefd zijn. Britse, Franse, Spaanse, Brazilliaanse en ook Nederlandstalige thrillers liggen me een stuk beter. Niet alle Nederlandstalige thrillers vind ik van even hoog niveau maar de Nederlandstalige thrillers van Rood & Rood vind ik meestal wel subliem. Ik had net een James Elroy-turf uitgegruweld toen ik kennis maakte met Eenling300cfbeedcf1802528a3254bac35583d.jpg van Rood & Rood en dat was een ware verademing. Eenling, een ongemeen boeiende thriller rond een mannelijke tweeling verraste mij vooral door zijn frisheid en zijn spitsvondigheid. Deze laatste eigenschappen gelden voor alle Rood & Roodthrillers en dat doet zeker geen afbreuk aan de spanning. Lydia Rood zelf zegt daar zelf het volgende over (Niet geschoten, altijd raak uit RAAK blz72):’ Oogeschreven fysiek geweld is dodelijk. Een schrijver het dus moeilijk wanneer geweld in zijn boeken onontkoombaar lijkt – Sommige boeken gààn nu eenmaal over geweld, misdaadromans of oorlogsdrama’s bijvoorbeeld. Wat als de plot gewelddadigheid vereist? En moet een schrijver aan met de bloeddorst van zijn publiek? Een mogelijke manier om de lezer toch geboeid te houden, is door een verrassende uitingsvorm van agressie te kiezen.’ En wees er maar zeker van dat Rood & Rood aan verrassende uitingsvormen geen gbrek hebben.

Erotiek

Erotiek is voor Lydia Rood even belangrijk en gewoon als eten,drinken,slapen of schrijven. Het verruimt haar leven en het pept haar op. Net als zij vind ik al die geheimzinnigheid rond erotiek onzinnig. Lectuur of beeldmateriaal over erotiek zullen niet tot misdaad aansporen maar vaak wel het gebrek eraan.Geweld of machtsmisbruik aan seks koppelen is natuurlijk een heel ander terrein, maar dan kan je ook niet meer over erotiek spreken. Baisse-moi van Virginie Despentes had voor mij totaal niets met erotiek te maken maar wel alles met geweld. De verhalen uit Louter Lust en Zoveel Zinnen zijn pittig, soms komisch en toch opwindend. Iemand zonder erotische fantasie moet een saai iemand zijn. En die erotische fantasie weet Lydia Rood behoorlijk te prikkelen, dus kan je zonder omwegen stellen dat zij een stuk saaiheid uit de wereld bant.Zij stelt de hypocrisie rond erotiek zelf aan de kaak in het voorwoord van haar columbundel Zij haar zin (1995):’Porno kopen we niet, en over bedgeheimen hebben we het niet, maar seks zit in elke cel van ons lichaam en vooraan in onze gedachten, als een hormonaal dictaat. Ik schrijf al jaren lang kinderboeken, maar zelfs van de bekroonde zijn lang niet zoveel exemplaren verkocht als van die ene bundel erotische verhalen allemaal met een cadeaupapiertje eromheen onder veel gegiechel aan een ander gegeven. Als een vrouw iemand een ‘lekker ding’ noemt wordt er om haar heen nog altijd een beetje geschrokken. Fantaseren doen we stiekem en in een verstikkende stilte.’(blz. 9) De vlotheid en speelsheid die Lydia Rood gebruikt om erotiek te benaderen is vrij uniek en dat past uitstekend in heel haar werk.

Besluit

Lydia Rood is een veelzijdig talentvol auteur die eigenlijk niet de erkenning krijgt die ze verdient. Was ze enkel jeugdauteur gebleven dan was ze nu misschien heel wat bekender geworden in Vlaanderen. Je hoort mensen nogal eens beweren Lydia Rood kan je moeilijk plaatsen. En daar wringt het schoentje hem juist. Alles van Lydia Rood lezen, is ook haar erotisch werk lezen en daar zijn we blijkbaar nog niet helemaal rijp voor. In stilte hoop ik dat er ooit eens een erotische roman of verhalenbundel van haar bekroont wordt. Wat zou dat voor een hele boel mensen een opluchting wezen. Want een bekroond werk dat kan je toch zonder schaamterood op je wangen lezen.

André Oyen

07:45 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

11-09-07

CONNIE PALMEN

 

Ik wilde eigen werk maken van de liefde en de dood! 75514929ce8e5400979ef4cb1fe25726.jpg

Dit jaar mocht Connie Palmen het Nederlandse boekenweekgeschenk schrijven, een hele eer die alleen goed in de markt liggende auteurs toekomt. Connie Palmen slaagde er van meet af aan in om een zeer groot lezerspubliek te winnen dat trouw blijft wanneer de critici afhaken. Rond haar roman I.M.die ze ter nagedachtenis schreef van haar levenspartner onstond een hele controverse omdat de schrijfster dit boek een roman noemde terwijl het literatuurkransje vond dat het een egodocument was.De hele hetze deinde zodanig uit dat Connie Palmen besloot om nu voor eens en altijd klare wijn te schenken en een manifest ter verduidelijking van haar werk op te stellen.Op donderdag 10 juni 1999 hield zij voor de SLAA in Amsterdam in de lezingenreeks Het Pleidooi de voordracht Eigen werk. Je kan je afvragen waarom Connie Palmen deze verantwoording aflegt, tenslotte is zij de lieveling van het publiek en is zij aan bekvechtende critici en literatoren geen verantwoording verschuldigd. Zij vraagt het zichzelf af en haar antwoord hierop is:'Schaamte kan overwonnen worden door nederigheid en er is geen wet die er niet af en toe om smeekt geschonden te worden, vandaar dat ik me heb laten verleiden een keer een andere positie in te nemen tegenover mijn romans, die van lezer en interpretator.' Connie Palmen plaatst haar eigen versie tegenover die van de critici. Het is eigenlijk een unicum in de Nederlandse literatuur dat een auteur als lezer en interpretator van eigen werk  een publiek toespreekt. Deze toespraak werd in zowat alle Nederlandse en enkele Vlaamse dag- en Weekbladen afgedrukt en is dus voor iedereen opengesteld. Deze opperste uitdaging typeert het hele werk van Connie Palmen en geeft het daardoor ook een bijzondere charme.

0dc9be8f06ce25eb16f442fd4a6620f7.jpg

Biografie

Connie Palmen werd geboren op 25 november 1955 als Aldegonda Petronella Huberta Maria Palmen te Sint Odiliënberg ( NederlandsLimburg). Zij studeerde aan de Pedagogische Academie in Roermond. Op 22 jarige leeftijd gaat Palmen naar Amsterdam waar ze Nederlands studeert (cum laude geslaagd in 1986). Later studeert ze hier ook nog filosofie, ze is dan door het existentialisme van Jean Paul Sartre en een tijdje later door Foucault gefascineerd. Haar afstudeerscriptie wordt in 1992 gepubliceerd onder de titel:Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates. Haar debuutroman De wetten krijgt veel aandacht, goede kritieken en heeft een hoge oplage. Ze krijgt voor deze roman het Gouden Ezelsoor.Zowel rond de auteur als rond het boek onstaat een hype. Met slechts één boek wordt Connie Palmen in Nederland een mediafiguur.In Vlaanderen slaat dé rage Connie Palmen helemaal niet aan. De wetten krijgt wel gunstige kritieken, maar qua verkoop is het niet veel zaaks. Daar komt wel drastisch verandering in wanneer in 1995  haar tweede roman De vriendschap verschijnt. Kort na het verschijnen van deze roman overlijdt haar levenspartner Ischa Meijer. Voor het boek De vriendschap ontvangt zij de AKO-literatuurprijs en de Publieksprijs voor het Nederlandse boek. Vlaanderen ontdekt Connie Palmen  door De Vriendschap en zo kan   De wetten ook nog eens op een  Vlaamse revival rekenen. Voor De Vriendschap krijgt zij de 'Gouden bladwijzer van Humo'. In 1998 onstaat er een heel mediacircus rond hààr ultieme liefdesverklaring aan Ischa Meijer en in 1999 schreef zij het Nedelandse boekenweekgeschenk onder de titel De erfenis.

 Haar Werk - De Wetten (1991)a5c64da485187ed0f3c55e9f96fc5af0.jpg

In De Wetten speelt het patriarchale cijfer zeven een wel haast dominante rol.Het verhaal gaat over de studente Maria, die op zoek is naar wetten en regels die haar meer duidelijkheid zullen geven over het verloop van het leven, over kennis en wetenschap en vooral over haar eigen zelve. Gedurende zeven jaar gaat ze met  zeven verschillende mannen om in de hoop dat zij haar de wetten zullen leren. Tevens hoopt ze dat deze zeven mannen haar antwoorden op haar vragen kunnen geven. . Er werd haar reeds van kindsbeen voorgehouden dat de wetten en regels van het leven door mannen bedacht zijn. Ze wil hierover duidelijkheid. Ze komt tot de conclusie dat deze mannen misschien wel veel van de wereld weten, maar weinig over zichzelf. Met deze kennis van de wereld proberen ook zij alleen maar het hoofd boven water te houden, alleen  realiseren zij zich dit niet. Uiteindelijk staat ze na zeven jaar en zeven mannen nog altijd even ver, ze weet nog altijd niet in wiens wetten ze moet geloven.

 

Het is natuurlijk een zeer boeiend gegeven dat Connie Palmen voor haar debuut gebruikte. Ze wist dit gegeven ook zeer gefundeerd en met de nodige zin voor humor uit te werken. Nederland lag meteen plat voor dit boek, dat in mum van tijd een mediafiguur van haar zou maken. Het boek werd ook meteen in diverse talen vertaald en de verkoopcijfers stegen met de dag. Van een daverend debuut gesproken! Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates ( 1992) Nadat Connie Palmen in 1986 afgestudeerd was als filosofe besloot ze dat ze dat ze lang genoeg geworsteld had met de onverteerbare woordenopeenstapeling van Kant, Nietszche en andere grote meesters. Het aanvankelijk plan om op filosofie of literatuur te promoveren om daarna dat vak aan de universiteit te doceren ging niet door en daarom is ze maar schrijfster geworden. Het is een beslissing geweest die haar, zoals u weet, geen windeieren heeft gelegd. Ze besloot om in het kielzog van haar gigantisch succes De wetten de 'filosofische smartlap' oftewel ook filosofie van de straat genoemd, die ze als scriptie voor haar studies filosofie geschreven had onder de titel Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates uit te geven. Als filosofe in spe had ze reeds met het verlangen geleefd om de filosofie voor een heel breed publiek toegankelijk te maken.Dit werkje geeft  antwoorden  op sommige vragen die De Wetten opgeroepen had. De opzet is nochtans vrij eenvoudig en de thematiek is tijdsloos. Door een reeks filosofische begrippen te analyseren en daar en passant een reeks grote filosofen bij te betrekken tracht zij de lezer voor te bereiden op het grote werk: de veroordeling van Socrates. Volgens haar kon Socrates zijn hachje gered hebben indien hij zijn leer op papier zou weergeven hebben. Als verlicht filosoof bracht hij stellingen te berde die bij velen in het verkeerde keelgat schoten, die stellingen werden zo verdraaid dat ze zijn doodvonnis betekenden. Hier trekt ze de parallel met Jezus, die zelf ook nooit iets van zijn leer heeft opgeschreven en zo zijn werk voor verschillende interpretaties vatbaar maakte. Jezus heeft volgens haar zijn schrijfverzuim met de dood moeten bekopen en moeten dulden dat anderen zijn woorden vereeuwigden op papier. Ook de filosofie van Socrates is voor de eeuwigheid bewaard gebleven door de geschriften van Plato, Aristoteles, Aristophanes en anderen. Hebben deze mannen zijn woorden correct weergeven? Het valt te betwijfelen, want ze waren nu niet allemaal zijn beste vrienden. Connie Palmen heeft hier een wijze les uitgetrokken, als je een manier van denken hebt die anderen vreemd vinden, dan kan je er beter meteen voor zorgen dat je alles netjes op papier zet. Tegen woorden die je zelf opschrijft kan je je verdedigen, tegen woorden die anderen voor je verdaaien niet. Zij heeft deze wijze les dan ook maar meteen in praktijk gezet door een  roman als De wetten  te schrijven. Giftige opmerkingen kon men daar wel over maken, maar haar daar gif op laten innemen. Nooit! Toch zal ze jaren later hele citaten uit dit werk aanhalen in de lezing Eigen werk! In Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates creëert Connie Palmen een paar originele denkpistes om filosofie inderdaad toegankelijker te maken voor de leek.

De vriendschap(1995) 0520a1b831e7a793674591eab36f3477.jpg

Haar roman De vriendschap heeft als hoofdthema de onderlinge afhankelijkheid van mensen. Niet alleen tussen mensen maar ook op abstract niveau tussen de begrippen hart- hersenen, lichaam- geest, leven- dood. Ook  speelt kennis hier net als in De wetten en al haar later werk een grote rol. De personages van Connie Palmen zijn steeds steeds op zoek naar kennis en blijven immer bevreesd dat ze niet genoeg weten. catherina Buts is een schonkige spring-in - het- veld die erg rad van Tong is en bij iedereen in de smaak valt. Toch is dit maar schijn, want innerlijk stapelt zij de ene frustratie na de andere op. Eigenlijk is zij verlegen en piekert zij zich de hele dag suf. Haar verbalisme en haar spontaniteit zijn klatergouden luiken om haar innerlijk af te schermen. Barbara Callenbach is een nogal log meisje dat zich wegens een spraakgebrek zich ook minder goed kan uiten.Toch betekent dat niet Ara, zoals Catherine haar noemt, een doetje is. Integendeel Alhoewel ze soms moeilijk uit haar woorden komt, zegt ze iedereeen duidelijk haar mening. Ara en Kit leren mekaar op school als ze tien (Kit) en twaalf (Ara) zijn. Kit wil meteen Ara's vriendin worden omdat ze op die leeftijd al aanvoelt dat Ara dé tegenpool is bij wie ze haar onzekerheid kwijt kan. Ara zit Kit ook meteen zitten en ze worden hartsvriendinnen en blijven dat puberteit, volwassenheid, vriendjes en relaties trotserend. Net als in De wetten houdt de auteur in De vrienschap het semi - autobiografische schrijven aan. Ze maakt er een soort dagboek van, waarin de vriendschap tussen Kit en Ara centraal staat. De ik-figuur is de taalvaardige Kit,  die er inderdaad ook een dagboek op nahoudt en haar levensverhaal (van tien tot voorbij de dertig) vertelt, dat overheerst wordt door Ara. Het mooie aan dit boek is dat Connie Palmen de taal mee laat evolueren naarmate haar personage ouder wordt. Naïeve meisjespraat tot volwassen taal van een vrouw die zich verdiept in psychologie en filosofie in goede orde aan mekaar rijgen, lijkt me voor een auteur een spiegelglad terrein. Toch weet Connie Palmen alles probleemloos in mekaar te laten 'vergroeien'. Kit kan niet kiezen tussen filosofie en psychologie:'Ik hou van de lankmoedigheid van de psychologie, maar ik kan geen zin geven aan het leven zonder de genadeloosheid van de filosofie. Als je niet schuldig bent aan je eigen leven is er niks aan vind ik.' (blz.259) dat is Kit ten voeten uit ze analyseert zicghzelf en de anderen zodanig dat ze er een filosofische betekenis kan opplakken. Ara zet zich daar van meet af aan tegen af en tracht Kit met twee voeten op de grond te zetten. Hoe lijfelijk Kit en Ara ook met mekaar omgaan en er tussen hen wellicht een soort erotische spanning heerst, toch is geen  sprake van enige vorm van seksualiteit tussen hen. Dat juist door het ontbreken van die seksualiteit wrijvingen ontstaan is best mogelijken, maar de vrouwen willen of durven hun vriendschap op geen enkel moment die richting uitsturen. De vriendschap is een zeer doordacht, maar wel ontroerend boek over een hechtelijke geestelijke verbintenis van twee vrouwen,  die mekaar niet kunnen loslaten, ook al zouden ze het misschien soms wel zelf  willen.

 IM (1998)3feba251ea06d050940c85a215b75280.jpg

Met haar debuutroman De Wetten ontketende de Nederlandse schrijfster en filosofe Connie Palmen (1955) in 1991 een ware hype. Het werd een ongekend succes voor de Nederlandse letteren. Iedereen wou haar interviewen. Zo werd ze ook gevraagd voor het televisieprogramma 'Een uur Mischa' dat gepresenteerd werd door één van Nederlands grootste mediafiguren van dat ogenblik, Ischa Meijer. Omdat ze het veel te druk had weigerde ze aanvankelijk. Maar eigenlijk had ze Ischa al altijd willen ontmoeten en dus ging ze toch maar op het voorstel in. Dit werd het begin van een grote liefde die zou blijven duren tot aan de plotse dood van Ischa Meyer in 1995.In haar nieuwste boek I.M. weet Connie Palmen de lezer heel nauw te betrekken bij haar relatie met Ischa Meijer. Een relatie die heel intens beleefd wordt,omdat beide partijen er aanvankelijk van uitgaan dat ze te mooi is om te blijven duren. Persoonlijk bewonder ik de schrijfster omdat ze zo gewoon de meest intieme dingen (en dan heb ik het zeker niet over seks,want daar heeft zij het ook niet over) uit hun relatie onbeschroomd maar met een immense tederheid weet neer te schrijven. De mooie en de minder mooie kanten van de beide partners worden samen met de lezer beleefd. Je leert er beide mediafiguren ook beter door kennen. Zo komen zowel de drang van Ischa naar vreemgaan als het drankprobleem van Connie aan bod. Maar toch is het gegeven dat beide minnaars hun minder goede kanten aan mekaar durven tonen en vooral  met mekaar durven bepreken toch wel heel erg doorleefd in dit boek. Ook de manier waarop ze mekaars professionele activiteiten volgen is erg veelzeggend. Mischa betrekt Connie achter de schermen bij zijn talkshows, zijn colums 'De dikke man' en vooral bij het boek dat hij over zijn vader wou schrijven. Ook Connie bespreekt zeer diepgaand met hem haar lezingen en haar nieuwe boek De vriendschap, dat zij trouwens aan hem opdraagt. Deze interesse voor mekaars werk draait wel eens op een fikse ruzie uit maar dat lijkt me vrij normaal. Beiden staan ze immers op hun rechten als het hun eigen creativiteit betreft. De eigen identiteit mag immers ook niet binnen een relatie verloren gaan. Ze nemen wel regelmatig dingen van mekaar over en dat is in hun geval verrijkend. Misschien dat ze zich daarom ook zo goed binnen hun relatie voelen. Aanvankelijk wilde Connie Palmen een 'rouwboek' over Ischa Meyer schrijven maar het is een hommage aan zijn persoon, zijn kennis en zijn talent geworden. Het verschrikkelijke rouwproces dat ze doorleefd heeft doet ze tenslotte in dertig bladzijden af. Ischa Meyer vond altijd dat hij veel te weinig erkenning kreeg en ook Connie deelde die mening. Toen hem postuum de Ere-Reissmicrofoon werd toegekend zegt ze dan ook bij de in ontvangstname van deze prijs : 'Sinds kort vind ik postuum zo ongeveer  het ergste woord  dat er bestaat,zeg ik vanaf het podium. Postuum betekent te laat. ' (blz 307) . Daarom is het boek geen postuum eerbewijs aan hem maar wel een soort standbeeld voor hem, zegt de schrijfster zelf. Ischa Meyer zou zelf wat blij met dit boek geweest zijn. Dat was één van de dingen die hij zo in Connie bewonderde,dat ze namelijk in alles fictie zag. Heel wat critici vinden dat de schrijfster te ver gegaan is en zich aan lijkepikkerij uit zuiver winstbejag  bezondigd heeft. Nu is er in de Nederlandse literatuur wel wat meer heibel gemaakt rond zulke toestanden. In 1991 verscheen postuum Mijn beter ik  van Renate Rubinstein. In dit boek deed ze Nederland kond van haar passionele maar geheime relatie met Simon Carmiggelt. De banbliksems regenden op het graf van de schrijfster omdat ze, zo meenden deftige literatuurbonzen, het imago van de zo geliefde en bewonderde schrijver zou geschaad hebben...Dit is natuurlijk klinklare onzin! Als mediafiguur heb je tegenwoordig nog bitter weinig privacy en daar dien je je conclusies uit te trekken. Als je daar niet mee om kan dan hoor je maatregels te treffen. Persoonlijk vind ik I.M. een erg mooi liefdesverhaal waarin de figuur van Ischa Meijer erg lief en vooral heel menselijk uit te voorschijn komt. Dat het boek ook nog naar een breed publiek toe ook nog een bestseller wordt wegens de herkenbaarheid, vind ik dan ook heel logisch. Goedkope sensatie is volgens mij toch weer heel wat anders!

 

En dan was er nog het feit dat Connie Palmen dit boek een roman in plaats van een egodocument noemde.Ischa Meijer zei zelf dat Connie Palmen  overal fictie in zag. En dat klopt ook nog. Zelfs in haar filosofisch essay Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates heeft ze af en toe wat neiging om op fictie af te stevenen, maar dat maakt er haar werk alleen maar vlotter door. In de lezing die ze op 10 juni in het Slaa in Amsterdam hield onder de titel Eigen werk zegt ze het volgende over I.M.: 'Ik wilde eigen werk maken van de liefde en van de dood. En ik wilde toveren, denk ik. Ik wilde van een onaangekondigde dood een aangekondigde dood maken.Ik wilde met liefde de dood leven inblazen en de dood daarmee transformeren van een zinloos plot in een plot met betekenis. Wiens werk zijn dood in werkelijkheid was, dat weet ik niet, maar ik wilde van de verschrikkelijke afwezigheid van Ischa weer een aanwezigheid maken. Omdat dat kan. Omdat betekenis eigen werk is, fictie. Omdat datgene wat de werkelijkheid ons onthoudt wanneer ze ons opzadelt met haar gruwelijke  wendingen, verweer oproept en wij dat verweer kunnen leveren, door een transformatuie , door een verhaal, door van het lot eigen werk te maken en dan wordt het een plot'.

De Erfenis(1999)

Voor de Nederlandse boekenweek 1999 deed de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek beroep op Connie Palmen en haar uitgever Prometheus voor het Boekenweekgeschenk. Van dit boekje dat de lezer in Nederland gratis krijgt toebedeeld maar in België zelfs niet te koop is heeft Connie Palmen een literair testament gemaakt onder de titel De erfenis. Het is een parel van een boek waar heel het werk en de frustraties errond incluis,van Connie Palmen verpakt zit. Je kan het eigenlijk als een sleutel tot haar vorig werk en wellicht ook tot haar volgend werk beschouwen.Wanneer de schrijfster Lotte van haar arts te horen krijgt dat ze ongeneeslijk ziek is besluit ze een jongeman die bij een uitgeverij werkt en zelf een fervent lezer voor dag en nacht in dienst te nemen. Hij dient niet alleen haar hele huishouden te beredderen, haar verzorger, haar chauffeur en haar secretaris te zijn, maar ook de archivaris van al het materiaal dat ze in de loop der jaren verzameld heeft om haar laatste grote roman te schrijven. Lotte vreest dat haar ziekte haar zal verhinderen om dat laatste werk te schrijven. Ze stelt hem dus aan als de executeur-testamentair van haar literair patrimonium met de bedoeling dat ze hem zodanig kan inwerken dat zijn handen, haar gedachten, haar woorden op papier zullen zetten exact zoals zij het altijd deed tot op de punten en de komma's na als zijzelf het niet meer zal kunnen.Op hun literair terrein maakt ze hem tot een perfekte kloon van de schrijfster die ze is en die ze altijd wil blijven. Daarbuiten lopen de standpunten regelmatig uiteen. Ook is er de wederzijdse bewondering die alle kloven van ziekte, ouderdomverschil en seksuele voorkeuren doet vervagen. Als je het werk van Connie Palmen kent merk je meteen dat er in dit boekje heel wat raakpunten zitten met haar vorige werken. Haar obsessie om zelf als is het met een geleende hand je eigen ideeën in woorden vereeuwigd op papier te zetten is natuurlijk de hoofdas waarrond alles draait. Ook de media krijgen lik op stuk door een mooie uitspraak van Lotte:'Ik erger me aan domheid waar ik niet onderuit kom omdat ze breed wordt uitgemeten in de media, ik erger me aan domheid die een pen mag voeren en die daardoor meewerktt aan een stemmingmakerij waar ik eng en bang van wordt.' blz.95. Waarschijnlijk gaan we het thema  van De erfenis nog wel in een volgend werk aantreffen. Laten we het hopen, want ze leek me er nog lang niet over uitgepraat.

Het belang van haar werk Op dit ogenblik behoort Connie Palmen  tot de best verkochte en meeste besproken Nederlandse auteurs. Zij krijgt heel veel tegenwind maar anderzijds ook veel lof. Haar debuutroman De wetten is in diverse landen en in diverse talen uitgebracht en heeft een record aan verkoopcijfers voor Nederlandse literatuur gescoord.Bovendien wordt zij erg geäprecieerd door een heel breed publiek. Dit zijn natuurlijk allemaal geen normen om  kwaliteit te meten. Maar wie bepaalt er nu wat er kwaliteit is en wat niet? Vanaf haar eerste boek tot haar voorlopig laatste boek heb ik Connie Palmen een vernieuwenden verruimend auteur gevonden. Het was niet voor de hand liggend dat De wetten of De vriendschap zulke successen zouden worden. Zij heeft totaal met de conventionele romanstructuur gebroken waar ze eerst voor bejubeld en later voor verguisd wordt. Critici en tegelijkertijd een breed publiek behagen is een moeilijke opgave. De manier waarop Connie Palmen de filosofie benadert vind ik gewoonweg subliem. Haar boeken spelen niet in op sensationele onderwerpen als geweld en erotiek. Haar visie op kennis vergaren, zoeken achter de essentie van het leven, de liefde en dood zullen steeds een bepaald blijven aanspreken omdat zij verwoordt wat dat publiek denkt en voelt. (André Oyen)

08:00 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

28-08-07

ARKPRIJS

Een onberaamd verbond:

50 jaar Arkprijs van het Vrije Woord

 Lukas De Vos (red.). - Antwerpen : De Vrienden van de Zwarte Panter, 2000. - 288 p.

ISBN 90 8038 883 1

Een lichtvoetige ode aan dwarsliggers 55b853ddeb28ed2847f045ee45864606.jpg In 1997 zei Wannes van de Velde toen hem het nieuws bereikte dat hem de Arkprijs van het Vrije Woord was toegekend dat hij erg blij was met deze prijs omdat hij hem toch een beetje beschouwde als 'de Nobelprijs' van bij ons. Ook ik heb de Arkprijs zolang ik hem bewust heb weten uitreiken als zodanig beschouwd. De laureaten waren meestal persoonlijkheden die ontdaan waren van elk kuddegeestgedrag en kwamen daardoor ook vaak in botsing met het gevestigde en symmetrische denken en handelen. Om maar enkele namen te noemen die daarom de Arkprijs vast en zeker verdienden: Louis Paul Boon, Gal, Zak, Daniël Buyle, Tom Lanoye, Maurice De Wilde, Robbe De Hert, Jef Geeraerts en zo verder, die allen voor flink wat dwars leven in de Vlaamse brouwerij zorgden. In 1950 werd de Arkprijs van het Vrije Woord gesticht door de redactieleden van Nieuw Vlaams Tijdschrift (NVT) uit protest tegen het niet toekennen van de Prijs van de Provincie Antwerpen aan het werk Joachim van Babylon van Marnix Gijsen.  Aanvankelijk had de Provinciale Jury de prijs wel toegekend maar deze beslissing werd teniet gedaan op tegenadvies van de Provinciale Commissie voor Openbare Bibliotheken en Vlaamse Letterkunde. Het hoge woord in deze Commissie werd gevoerd door een priester J. Baers die protest tegen de bekroning van Joachim van Babylon aantekende omdat het boek op de kerkelijke index stond en de grondslagen van de morele gaafheid aantastte. Pastoor Baers kreeg de meerderheid van de commissieleden achter zich en de prijs werd niet toegekend aan Marnix Gijsen. Pastoor Baers, die ook tussen de gelauwerden zat omwille van zijn verzameld werk, zag zijn prijspremie nog eens vermeerderd worden met een gedeelte van het geld dat eigenlijk Marnix Gijsen had moeten toekomen. Dit grof staaltje van censuur kon zowel op steun als op zwaar protest rekenen. Het zwaarste protest kwam zoals al erder gezegd uit de hoek van het NVT, waarvan Herman Teirlinck toen directeur was en Hubert Lampo secretaris. Herman Teirlinck sprak bij de oprichting van de Arkprijs in 1951 volgende memorabele woorden uit: 'Wij eerbiedigen elke gezindheid, maar weigeren de aanmatiging van elke opgedrongen leer - van elke politieke leer, elke estetische leer, elke zedeleer.' De Arkprijs is een symbolische prijs. De laureaat die elk jaar verkozen wordt omwille van zijn of haar werk wordt er niet rijker van maar mag zich verheugen op een plechtige viering en een inscriptie in de inmiddels legendarisch geworden zilveren ark. Van 1951 tot op heden heeft de Arkprijs heel wat mensen bekroond die of wel heel bekend zijn geworden of totaal in de vergeethoek geraakt zijn maar die voor dat tijdsmoment wel hun bijzondere betekenis hadden of juist kregen door het toekennen van de Arkprijs. Aanvankelijk ging de prijs enkel naar literatoren die met een verdienstelijk, meestal tegendraads werk op de proppen kwamen. Toen het NVT werd opgedoekt en het Arkcomité een onafhankelijke jury aanwees ging men ook buiten het literaire circuit mensen zoeken die het Vrije Woord op een heel persoonlijke wijze hadden verheerlijkt. Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Arkprijs stelde huidige secretaris Lukas De Vos een boek samen waarin zowel de Arkprijs als de laureaten worden belicht. Het is een zeer boeiend werk geworden omdat men niet louter en alleen met historisch materiaal is gaan werken maar zowel laureaten als mensen die nooit de Arkprijs ontvangen hebben aan het woord laat. Het geheel is een grandioos boek geworden waarin men zeker niet aan zelfverheerlijking doet maar het Vrije Woord tot in het extreme hanteert. Ook de Arkprijs heeft moeilijke momenten gekend en die worden dan ook op een niets verhullende manier uit de doeken gedaan. Natuurlijk wordt ook de grote bezieler van de Arkprijs, wijlen Michel Oukhow, door verschillende auteurs op gepaste wijze herdacht. Een onberaamd verbond mag in alle opzichten een geslaagd boek genoemd worden omdat het de lezer op een boeiende zelfs lichtvoetige wijze wegwijs maakt in de historiek van een prijs die nog altijd zijn bestaansreden heeft en ook wellicht zal blijven hebben. (André Oyen)

00:00 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (2)

15-08-07

KADER ABDOLAH

Kopstukken

 

 

Kader Abdolah

 

 

Een banneling met 'vlucht' en 'eeuwig heimwee' op het voorhoofd geschreven.

 

 

In mijn vaderland voeren de rivieren vaak een lijk mee. Soms slaan ze het lijk hard tegen de rotsen als iets onreins. Ze spugen het op de oever en stromen verlost door. Soms brengt een rivier een heel ander soort lijk mee. Je ziet dat de stroom het lijk in haar armen wiegt. Je hoort dat de rivier zelf huilt, je ziet dat zij zich als een getuige gedraagt. Zij slaat het lijk niet tegen de rotsen. Zij laat het lijk niet langs de oever achter. Zij draagt het een lange weg in haar armen mee en laat het iedereen zien. Daarna voert zij het mee naar zee, naar de oceaan. Zo stromen de rivieren in mijn vaderland. En zo stromen ze in mijn hoofd.

(fragment uit Rivieren zijn getuigen (blz. 15) uit de verhalenbundel De meisjes en de partizanen)

 

 

Reeds lang voor de asielzoekers in de actualiteit kwamen trachtte Kader Abdolah als Iraans banneling een plaats te vinden onder de Nederlandse schrijvers. Sinds 1993 is hij daar druk mee bezig en het resultaat is niet onaardig. Tot nu toe publiceerde hij vier boeken, die allemaal bekroond werden. Toen hij nog met zijn taalcursus Nederlands bezig was verdiepte hij zich reeds in de groten van de Nederlandse literatuur Mulish, Wolker, Kopland enz. In Nederland is nog een Iraanse balling, Nasser Fakteh,die ook zeer mooi proza in het Nederlands schrijft. Het bewijs hiervan is zijn schitterende verhalenbundel Iemand Anders (Uitgeverij Balans 1996). Toch heeft hij het succes van Abdolah Kader nooit kunnen evenaren. Waarschijnlijk is dit te zoeken in de manier van schrijven. Nasser Fakteh schrijft uitstekend en ik gun hem alle succes van de wereld maar hij heeft niet die uitzonderlijke gave van zijn collega - landgenoot om zijn proza als poëzie te laten klinken. Alles wat Abdolah Kader schrijft, ook al gaat het over zéér droevige dingen, heeft iets lyrisch. Zelfs het het Nederlands landschap wordt kleurijker als hij er over schrijft, zei ooit eens een literair recensent over zijn proza. Hij is ook een zeer geëngageerd schrijver. In zijn romans en zijn colums tracht hij zich zo taboe-arm als mogelijk is op te stellen. Of Abdolah Kader de Nederlandse Tahar Ben Jelloun gaat worden is natuurlijk niet voorspelbaar, maar hij is zich al flink in die richting aan het bewegen. Zelf zegt hij hierover:’In Iran was ik een Perzisch schrijver, nu ben ik een ballingenschrijver. Ik heb het eigenlijk over miljoenen mensen die op de vlucht zijn. Ik vertolk verlangen, angst, heimwee van zulke mensen. Ik heb geen land, mijn verhalen gaan over een land dat niet bestaat, maar het volk wel.’. (De Volkskrant 14/04/1997)

 

Biografie

 

Hossein Sadjadi Ghaemaghami Farahani ( Arak 1954) is een Iraans natuurkundige,schrijver en balling.  In Iran publiceerde hij twee dichtbundels. Zowel door de Sjah als door de geestelijke leider Kohmeini vervolgd vlucht hij in 1985 uit zijn geboorteland. In 1988 vindt hij in Nederland asiel. Hij leert vrij snel Nederlands en in 1993 verschijnt reeds zijn eerste verhalenbundel De Adelaars onder het pseudoniem Kader Abdolah, de naam van zijn vriend die de vlucht niet overleefde, en wordt meteen gelauwerd met Het Gouden Ezelsoor (Nederlandse prijs voor het beste debuut). Uit deze verhalenbundel onthielden we dat Abdolah Kader een geboren verteller is en dat hij op fenomenale wijze met taal kan goochelen. Met zijn beperkte woordenschat wist hij zo'n subtiele en toch geladen verhalen neer te schrijven dat iemand van dezelfde leeftijd en die zijn leven lang al Nederlands spreekt en schrijft, hem dit niet zou kunnen nadoen. Met elk nieuw boek wordt het duidelijker en duidelijker dat Abdolah Kader in het Nederlands evolueert en dat hij over enorme schrijverscappaciteiten beschikt. Zijn roman De reis van de lege flessen heeft me zodanig gecharmeerd zowel door taal als thematiek dat hij voor mij, zij het schoorvoetend, een Nederlands schrijvend auteur van betekenis is geworden. Abdolah schrijft ook al een geruime tijd columns voor de Volkskrant en een selectie van deze columns werd gebundeld in zijn vierde boek Mirza. Voor zijn columns kreeg hij de Media-prijs 1997 toegekend.

 

Het lijkt allemaal heel mooi, maar dat was het aanvankelijk absoluut niet.Reeds als kind had hij het erg moeilijk. Zijn vader was doofstom en vanaf het moment dat hij kon praten moest Abdolah toen nog Hossein als zijn vaders tolk fungeren. Nooit kon hij echt kind zijn, want ook voor zijn moeder moest hij de plaats van ‘de man in huis’ innemen. Zijn grootvader was een bekend schrijver en ook een geliefd politicus. Hij werd echter vermoord door aanhangers van Pahlawi-dynastie. Van meet af aan was het duidelijk dat hij de lang verwachte opvolger van de betreurde volksheld zou worden. Op zijn achttiende ging hij natuurkunde studeren in Teheran; Na zijn afstuderen fungeerde hij als kwaliteitscontroleur op een tractorenfabriek van Mitsubishi en in een poedermelkbedrijf. Daarnaast was hij politiek ook heel actief. Sinds zijn studententijd had hij zich al aangesloten bij een linkse partij die zowel tegen de dictatuur van de sjah als tegen die van de ayatollahs ageerde. Hij voelde zich absoluut geen held. Wel wou hij met zijn pen politiek bedrijven.Hij wilde als schrijver de geschiedenis van zijn vderland schrijven, hij wou op de eerste rij staan. Voor die politieke gedrevenheid heeft hij een zware tol moeten betalen. In 1986 werd hij gedongen om uit Iran te vluchten. Vele van zijn vrienden en partijgenoten waren toen al vermoord.In een vrachtauto werd hij de grens met Turkije over gesmokkeld. Daar kwam een delegatie van de Verenigde Naties de groep Iraanse vluchtelingen ‘keuren’. Het leek hem alsof hij werd uitgekozen als een Perzisch tapijt. Zelf had hij niets in te brengen. Aanvankelijk zag hij Nederland niet zitten. Hij vond het land te klein en hij wilde in het Engels schrijven om een beroemd auteur te worden. Eeenmaal in Nederland accepteerde hij echter zijn lot. Toch wil hij geen  Nederlander worden. Wel is hij nieuwgierig naar het proces van zijn verandering, want uiteraard wordt hij beïn vloed door de Nederlanders. Hij vindt ook dat hij ze nodig heeft; daarom wil hij ook geen fulltime schrijver zijn. Als ballingschrijver vindt hij dat hij contact moet hebben met de bevolking omdat hij zijn personages moet vinden tussen een massa ‘Hollanders’. Daarom ook stond hij aan de lopende band, verreed hij mest op de boederijen en werkt hij nu bij het Rijksarchief Overrijsel. Eigenlijk verdient hij meer met zijn literair werk, maar hij blijft werken om actief deel te nemen aan de Nederlandse samenleving.

(Bronnen: De Volkskrant 14/04/1997- De Sem 29/12/1995-Vrij Nederland 05/08/1995)

 

Schrijven in mijn land is heel anders dan hier in Nederland .

 

In mijn land is een schrijver een heilig iemand.

 

Men vertrouwt hem.

 

Men wil dat de schrijver hen tegen de dictatoren verdedigt.

 

(fragment uit Schrijver op de vlucht gepubliceerd in de Volkskrant en ook opgenomen in de bundel Is dit recht, mijn lief?)

 

 

Zijn werk

 

De Adelaars

 

Uitgeverij De Geus besteedt al sinds haar oprichting in 1984 in samenwerking met de Vlaamse uitgeverij Epo aandacht aan vreemde culturen. Zo kreeg Halil Gür de kans om levensverhalen en poëzie van een Turkse immigrant in Nederland in het Nederlands uit te brengen. Met het debuut van de Iraanse politieke vluchteling Kader Abdolah te publiceren gingen ze nog een gedurfd stapje verder; De auteur zelf besefte dat maar al te best. Vandaar ook zijn uitspraak:’ Buitenlanders zijn bekend in Nederland, maar een politiek vluchteling is een vraagteken’. Voor de lezers van De adelaars moet dat vraagteken snel verdwenen zijn. Het gevaarlijke aan het werk van iemand die in een voor hem vreemde taal schrijft is dat je gaat zoeken, als het moet met een vergrootglas, naar de sterke kanten in dat boek. Nu hoef je bij Kader Abolah niets te zoeken. Sommige verhalen hadden even goed door een talentvolle Nederlander kunnen geschreven zijn. Zijn woordenschat mag dan enigszins beperkt zijn, maar aan taalarmoede lijdt hij zeker niet. Voor mij persoonlijk was het zelfs een heel prettige ervaring om opnieuw te merken welke mooie dingen een anderstalige in deNederlandse taal kan schrijven en daar zijn de verhalen De rode wijn en De adelaars een treffend bewijs van. Natuurlijk had hij uitsluitend over Iran kunnen schrijven. Maar dat heeft hij niet gedaan. Het was van meet af aan een bewuste keuze om over de beide culturen die in zijn leven zijn te schrijven. Daarom vertaalt hij ook met liefde en plezier verhalen van ondermeer Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt in het Perzisch voor Parastoc, het bulletin van de Vereniging Iraanse Vluchtelingen in Nederland. Meteen door dit debuut merk je al dat hij niet alleen een goed schrijver is, maar ook een gedreven verteller. Die vertelkunst vind je huiveringwekkend mooi terug in het titelverhaal De adelaars. Eeen vader gaat samen met de ik-persoon een graf voor zijn zoon zoeken, die door de aanhangers van de Iraanse dictators werd vermoord. Ahoewel de vader een geliefd man is, wordt in elk dorp hem de toegang ontzegd uit angst voor represailles. Het wordt een pijnlijke tocht door de diverse dorpen.Ook al hebben beide personen verdriet en rouwen ze beiden om de overledene, hun onderlinge dialoog is net zo kil als de houding van de dorpelingen. Uiteindelijk risceert er toch iemand zijn leven om een dode te graf te schenken, een naamloos graf in de bergen. ‘In de bergen van mijn land stuit je soms op een graf.Een verlaten graf  waarvan niemand weet wie daar begraven ligt.

 

’s Winters zie je niets. In de lente als de sneeuw gesmolten is, komen de graven even te voorschijn, maar ze worden snel weer bedekt met wilde bloemen. Het lijkt wel alsof de natuur bang is dat ze ontdekt worden.’ (blz; 85) Het verhaal is erg sober geschreven, maar daarom is het ook juist zo sterk. Verzwegen verdriet en woede zijn universeel en hebben daardoor hun eigen codetaal. De overige verhalen gunnen een indringende blik op de onbekende aspecten van de wereld van asielzoekers. Kranten of andere nieuwsmedia zijn niet in staat om op deze manier een cultuurschok, angst om morgen, worstelen met een vreemde en onbegrijpelijke taal die men echter dagelijks nodig heeft, totale wanhoop of willen sterven van heimwee, te verslaan. Het meest literaire verhaal is ongetwijfeld De rode wijn, waarin de hoofdpersoon uit heimwee naar zijn land en een vrouw op zoek gaat naar een verboden glas wijn en een een gesprek. Tijdens deze zoektocht komt hij in contact met een uitgetreden Rooms-Katholieke priester die omwille van een verboden vrouw eveneens op zoek is naar een gesprekspartner. In de vreemde confrontatie die hier op volgt laat de auteur zijn hoofdpersonage erg mooie herinneringen ophalen aan zijn grootvader.’Grootvader was overleden, maar het was alsof zijn onrustige ziel in mij voortleefde’(blz.75) Het is vreemd dat de vaderfiguur die door heel wat literatoren als ‘pispaal’ gebruikt wordt, juist in deze literatuur heel kritisch maar ook koesterend benaderd wordt.Dit blijkt heel duidelijk uit het verhaal De witte schepen waarin een vader uit Iran naar Nederland naar Nederland komt om er zijn zoon te bezoeken. Onbekende confrontaties  zijn natuurlijk niet uit de lucht. Maar beiden weten zonder kleerscheuren het bezoek te doorstaan, ze zijn zelfs door deze ontmoeting in een vreemde westerse wereld dichter naar mekaar toegegroeid.’Ik keek even naar mijn vader en begon toen mijn verhaal voor te lezen. Het was een verhaal over trekvogels. Ik dacht, er staan tranen in zijn ogen. Waarom?’ (blz. 121) De adelaars was een zeer sterk debuut en een verrijkende kennismaking met een asielzoeker. Nu door pijnlijke toestanden deze mensen meer en meer in het nieuws komen, heeft dit boek nog méér waarde gekregen!

 

 

 

De partizanen en het meisje

 

In deze nieuwe verhalenbundel kan de verteller in de schrijver pas echt beginnen te leven. Hij bezit een taal en een woordenschat die een in Nederland geboren schrijver hem niet zou verbeteren. De verhalen zijn stuk voor stuk prachtig. De taal is zéér poëtisch en de werkelijkheid is schrijnend. Uiteraard draait ook ditmaal alles rond de asielzoeker en alles wat daar ook maar enigszins mee te maken heeft. Dit is een terrein dat voor hém zéér vertrouwd is en voor vele lezers op dat ogenblik nog helemaal nieuw. Kader Abdolah heeft ook structuur in deze bundel weten aan te brengen. Alle halen staan op zich maar vormen toch een geheel, eigenlijk zou je het een roman van verhalen kunnen. De bundel begint dan ook uiteraard in Iran met het verhaal En toen waren wij aan de beurt. Een vader met elf zonen laat de opa aan zijn kleinkinderen vertellen hoe de overgrootvader, een bekend dichter met magie in de vingers, op bevel van de vader van de sjah werd vermoord omwille van zijn gedachtengoed. Als het verhaal ten einde is vragen de kinderen wat er met de magie in de vingertoppen van de overgrootvader gebeurd is. Maar de magie die kon niet dood, die zou waarschijnlijk in de vingertoppen van één van de achterkleinkinderen bewaard zijn gebleven. Het is natuurlijk duidelijk aan wie de overgrootvader zijn kostbare erfenis nagelaten heeft. Kader Abdolah heeft werkelijk magie in zijn vingers. Ook in het eerder genoemd Rivieren zijn getuigen wordt met heel veel poëzie en lyriek een wrang verhaald verhaal verteld over een kinderverkrachter die zowel met de sjah als met Khomeini collaboreert. De man maakt heel wat kleine jongens bang en ongelukkig, maar het is uiteindelijk de rivier die gerechtigheid brengt door een van de slachtoffers te sparen en het leven van de kindermisbruiker te eisen. Deze angst voor kindervkrachters duikt regelmatig in zijn werk op. Met het verhaal Marcia zitten we zowel in Iran als in Nederland. Het hoofdpersonage is andermaal (waarschijnlijk autobiografisch) een asielzoeker die in de kelder van een Nederlandse dorpsbibliotheek de boeken registreert. Hij krijgt regelmatig stagiaires, maar die vinden het niet zo prettig om hun carrière te beginnen in een kelder en dan ook nog in het gezelschap van een buitenlander. Maar de nieuwe stagiaire Marcia is helemaal anders. Ze wordt net zo door de aanblik van zoveel Nederlandse boeken gecharmeerd. Door haar moet hij weer aan zijn zuster Marsi denken, die door een verzetsdaad tegen het regime uit zijn leven verdween. Ook de Nederlandse Marcia verdwijnt na haar stage uit zijn leven. Het lijkt de bibliothecaris zijn lotsbestemming te zijn dat telkens hij van iemand houdt die vrijwillig of tegen wil en dank uit zijn leven verdwijnt. Maar Marcia verdwijnt zomaar niet. Ze heeft een boek voor hem opzij gelegd, een heel oud dagboek van een Portugees die toen al in Nederland asiel zocht om aan de inquisitie te ontsnappen. Lotgenoten door eeuwen gescheiden, maar door een boek verbonden. De brieven is andermaal een brok hartepijn van een banneling die enkel door afzonderlijke woorden met zijn moeder kan corresponderen en ook zijn overleden vader enkel in gedachten de laatste hulde kan brengen. Het titelverhaal De meisjes en de partizanen is een buitengewoon goed geschreven verhaal. Het is zo knap geschreven, dat een arwanige zou denken dat iemand anders het voor hem geschreven heeft. Het situeert zich in Iran toen de wereld in de ban was van het historisch bezoek van de eerste mens op de maan. Het hoofdpersonage is vijftien en wil zo graag de evolutie in de wereld volgen door een radiootje aan te schaffen. Maar de vader is tegen alle nieuwe technieken die de  stem van de dictator nog meer onheil zou kunnen laten aanrichten. Als zijn zoon aandringt om toch een radio te mogen aanschaffen geeft hij daar zijn onrechtstreekse toestemming voor. Voor de vijftienjarige gaat een hele nieuwe wereld open. Hij hoort de blijde stemmen van meisjes in vreemde talen die mooie melodieuze liedjes zingen. Deze stemmen geven hem een heel andere kijk op meisjes. De jonge meisjes in zijn land zijn nooit blij. De onderdrukking  in zijn land en de religieuze voorschriften bannen elke blije lach uit. In het bed van de vijftienjarige echter mogen de meisjes vrolijke liedjes zingen. Maar dezelfde radio brengt hem ook dichter bij de partizanen en de stem van het verzet. Kader Abdolah behandelt het kortverhaal echt als een kortverhaal maar weet het even vlot te laten lezen als een roman. Hasan Garibi, het pijnlijk relaas van een asielzoeker in Duitsland die door een Duitse Taxichauffeur geterroriseerd wordt, en Fragrimoloek een gevoelig weergegeven verslag over de cultuurschok van een Iraanse moeder die haar dochter in Nederland is gaan bezoeken, zijn hier de beste voorbeelden. Een heel bijzonder verhaal vond ik persoonlijk Strijder in de schaduw. Elly en Johan vormen een gelukkig, kinderloos echtpaar. De vrouw zou zo graag moeder worden, maar het lukt maar niet. Tijdens haar dagelijkse boswandeling ontmoet ze de verzetstrijder Hamad. Ze wordt meteen verliefd op hem, want hij is de mooie donkere man uit haar dromen. Ze gaan slechts een keer met mekaar naar bed maar blijven mekaar daarna ook ontmoeten. Elly wil Johan niet kwetsen maar ze wil ook Hamad niet kwijt. Maar Hamad eist niets, hij is er altijd als Elly hem nodig heeft. Maar Elly wil meer. Natuurlijk ontzegt ons de auteur de zo mooie  Perzische verteltraditie niet. Die vinden we helemaal terug in Hadjarsadat en haar spiegels en Oosterse sluiers. In dat laatste verhaal  maken we kennis met Chengiez, de toeverlaat van verliefde mannen, het symbool van onbereikbare liefdes. Het is niet toevallig dat dit verhaal de bundel afsluit, want ook Kader Abdolah heeft een onbereikbare liefde met wie hij in harmonie wil samenleven. De liefde voor Iran knaagt in hem en dwingt tot schrijven.

 

 

De reis van de lege flessen

 

 

 Naast de aandacht die Kader Abdolah andermaal vraagt voor gediscrimineerde mensen, is ook het aanleren van een nieuwe taal opnieuw een belangrijk element in De reis van van de lege flessen.

 

Bofalz is een Iraanse vluchteling die met vrouw en zoon in een Nederlands dorp komt wonen.Hij heeft alwat Nederlands geleerd in het vluchtelingenasiel, maar durft het niet zo goed te spreken. Aanvankelijk voelt Bofalz zich erg onwennig in de wijk. Zijn directe buur René is van meet af aan een grote steun voor hem. Hij helpt Bofalz om zijn Nederlands bij te schaven. Ook voor andere dingen kan Bofalz altijd bij René terecht. René is ook de eerste man buiten zichzelf, die hij naakt ziet. Bofalz vindt het grappig en tegelijkertijd fascinerend om de niets vermoedende bleke man poedelnaakt in zijn tuin te zien rondstappen. In zijn cultuur kon zo iets absoluut niet, want daar moest men het meest intieme deel van het lichaam bedekken. René is homo maar dat stoort hem niet, al was dat in zijn cultuur helemaal des duivels.Wanneer zijn moeder uit Iran op bezoek komt, wil ze absoluut niets met Renè te maken hebben. Bofalz kan niet met redelijkheid op haar inpraten en ten opzichte van René, die dan ook nog al het mogelijke wil doen om het oude dame naar haar zin te maken, schaamt hij  zich diep. Alhoewel Bofalz zich nog steeds heel nauw met Perzische cultuur en tradtie verbonde voelt, wil hij toch ook de nieuwe dingen van het land waar hij woont accepteren zoals ze zijn. Niettegenstaande er tussen de twee mannen totaal geen lichamelijk contact bestaat hebben ze wel een heel hechte geestelijke band. Persoonlijk  denkt Bofalz dat dat komt doordat ze allebei banneling zijn: hijzelf omwille van zijn statuut als politiek vluchteling en René omwille van zijn homseksualiteit. Als René noodgewongen verhuist, is dat een enorm verlies voor zijn Iraanse buurman. Af en toe duikt René weer eens in zijn leven op om tenslotte definitief te verdwijnen. Dat laat een leegte achter die Bofalz moeilijk kan verwerken. Er is te veel dat hij mist. De herinneringen aan zijn vaderland beginnen te vervagen, zijn onderdanige Iraanse vrouw begint te emanciperen en zijn eigen zoon verkiest het Nederlands boven het Perzisch. Door de verhalen die hem uit zijn vaderland zijn bijgebleven, de nieuwe taal die hij leert en de mensen die erg belangrijk waren in het leven van René op te zoeken, tracht hij zich een plaats in een vreemd land te veroveren. Dit romandebuut van Kader Abdolah bewijst andermaal de taalvirtuositeit van deze auteur die onder moeilijke omstandigheden zijn carrière als niet- Nederlandstalige moest opstarten. Fenomenaal is zijn vermenging van Perzische figuren met een Nederlandse situatie zoals hier met Bofalz het geval is. Bofalz was een Perzisch kroniekschrijver die vierduizend jaar geleden voor het koningshuis berichtte. Ook de titel is een Perzische-Nederlandse combinatie. In Nederland drinkt René veel wijn. De lege wijnflessen belanden achteloos in de glascontainer. In Iran bezat zijn grootvader flessen met heel oude wijn. Slechts bij een aparte gelegenheid werd zo’n fles geopend en leeg gedronken. De lege fles kon dan op reis gaan. De reis van de lege flessen is een absoluut meesterwerk.

 

 

Mirza

 

 

 De titel Mirza is ontleend aan de Perzische taal waarin dit woord staat voor een man die de pen hanteert. Deze naam werd door vele oude Perzische schrijvers als titel en erenaam gedragen. Nu is het columnschrijven een moeilijk genre want je moet met weinig woorden heel veel kunnen zeggen. Ook moet je over een vlotte taalbeheersing en een verbeeldingskracht  beschikken die er voor zorgen dat de point aanslaat. Een misplaatste zin, een ongelukkig woord en je column gaat de mist in. Persoonlijk had ik nooit verwacht dat Abdolah Kader reeds na  amper acht jaar al zijn talenten ten spijt de technische vaardigheid zou hebben om goede columns te schrijven zoals  Marjan Berk, Henk Spaan of Kristien Hemmerechts dat doen. Na enkele van de kronieken van onze 'mirza' gelezen te hebben,verdween mijn scepticisme als sneeuw voor de zon. Abdolah Kader gebruikt elke vezel van zijn anatomie om van iedere column op zich een waardevol document te maken. Hij weet zijn thema's ook zeer beredeneerd te kiezen. Wat ik ook erg knap vind is dat hij het imago dat hij zichzelf vanaf zijn eerste verhalen heeft aangemeten- namelijk dat van de banneling die vol verwondering, bewondering maar ook heimwee in Nederland rondkijkt- in zijn columns nog intenser bijna tragi-komisch uitbouwt.Natuurlijk schrijft hij veel over zijn vaderland, maar altijd weet hij Nederland of de rest van de wereld daar ook wel bij te betrekken. Op zijn best vind ik hem toch nog altijd wanneer hij over de Nederlandse literatuur of poëzie schrijft. Erg mooi vond ik zijn column Onbegonnen werk (blz. 140) waarin hij over Herman de Coninck schrijft. Aanvankelijk kon hij maar niet in de poëzie van de maestro inkomen. 'Ik was een vreemdeling in zijn wereld'. Toen Herman dan ook nog plots stierf vond hij dat voor de Coninck van België tijd noch moeite mocht gespaard worden. In een bibliotheek vond hij de poëzie die hem die gezochte wereld toonde. Eén gedicht raakte hem het meest:' Het gedicht vormt een stevige afgesloten kist waarin een raadsel zit, waarop je kunt gaan staan en zwaaien naar een dichter die viel'. Als je je echt ingraaft in de columns van Kader Abdolah, dan merk je met hoeveel zorg hij deze stukjes letter na letter opbouwt. Alles is voor hem even belangrijk:inhoud, vormgeving, de taal, de humor en de emoties. De Volkskrant heeft al heel wat mensen de kans gegeven om door te breken via hun rubrieken. Het aanbod aan Abdollah heeft hen beslist geen windeieren gelegd. Wanneer de columnist van een krant de Media-prijs krijgt, geniet de krant toch ook mee van de eer en de publiciteit. Voor Kader Abdolah is deze erkenning wel uiterst belangrijk. Door zijn columns krijgt hij de kans om aan te tonen hoe mooi het kan zijn als twee culturen zich met mekaar vermengen en tevens kan hij zich profileren als schrijver met een eigenzinnige kijk op de samenleving!

 

 

Het belang van zijn werk

 

 

Het werk van Kader Abdolah wordt in verschillende talen vertaald. Dit is toch wel erg belangrijk omdat men in elk land dat een demokratisch beleid tracht te voeren, geconfronteerd wordt met politieke vluchtelingen. Nu is hij zelf niet zo erg te spreken over het Nederlandse beleid voor asielzoekers maar hij heeft zich anderzijds wel een belangrijke plaats in die Nederlandse samenleving weten te verwerven. Hij heeft de mogelijkheid die hem geboden werd om in Nederland te leven en te werken ten volle benut. Je zou hem eigenlijk de ambassadeur van de asielzoekers kunnen noemen en als we toch met titels bezig zijn zou ik er nog een heel belangrijke aan toe willen voegen. Namelijk die van ambassadeur van de verdraagzaamheid. Kader Abdolah heeft beter als geen andere geleerd tot wat onverdraagheid kan leiden . In zijn werk wil hij dan ook nu hij eindelijk vrijuit kan schrijven en spreken alle bannelingen van de samenleving verdedigen. Hij weet ook trouwens heel goed literair en sociaal engagement tot een harmonieus geheel te verwerken.Door zijn mooi taalgebruik, zijn stevige verhaalconstructie en een onstuitbare passie voor zijn personages heeft hij zich in een zeer korte tijd een eigen plaats in de Nederlandse literatuur veroverd.

 

 

Ik wandelde in de herfstige zon die onverwachts lekker warm was en ik dacht aan hen die gegaan zijn en aan hen die achter de tralies zijn gebleven.

(fragment uit Aan hen, column uit Miza blz.119)

 

Al het werk van  Kader Abdolah werd tot nog toe uitgegeven bij uitgeverij De Geus/Epo

 

 

André Oyen

 

08:42 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)

14-08-07

THE ONE AND ONLY GEERTRUI DAEM

Geertrui Daem

GEETRUI DAEM

EEN

GROTE LITERAIRE LEFDE

Geertrui Daem is één van die Nederlandstalige auteurs die het leven van Vlamingen (de Vlaamse vrouw in het bijzonder) op het platteland in de twintigste eeuw op een onnavolgbare wijze gestalte gegeven heeft. Zij doet dat in haar eigen taal die heel kleurrijk en vooral beeldend is. Vermoedelijk zit er heel wat autobiografisch materiaal in haar werk want elke zin, elk woord is doorleefd. Je zou, zoals in volgend citaat wordt vermeld, kunnen vermoeden dat ze als een versteend meisje terugblikt op iets van lang geleden. Om die reden alleen al is haar werk een onmisbaar element geworden in de Nederlandstalige literatuur.  Iets van lang geleden. Iets wat stilgevallen was. De filmprojector stopt, eenzelfde prentje blijft belicht en versteend… Ik sta daar ook ergens op dat prentje. Kijk naar mezelf, ik tussen al dat bevroren wit. Uit Koud blz. 109 Biografie  Geertrui Daem, werd op 29 april 1952 geboren te Aalst. Zij volgde Hogere Humaniora plastische kunsten in het RITO te Aalst waar zij  af studeerde in 1971. Ondertussen volgde zij  facultatief twee jaar voordracht bij Chris Yserbyt en Claude Van Den Berghe en drie jaar toneel bij Roger De Wilde. Aan de Rijksnormaalschool van Gent behaalde zij haar regentaat Nederlands- Engels, in 1973. -Na enkele korte interims in het onderwijs had zij begrepen dat dit vak niet voor haar weggelegd was en werd zij gedurende twee jaar vrije leerling beeldhouwen aan de academie van Gent (1975 en 1976) onder directie van Vlerick. En als leraars had zij Paul van Gijseghem en Paul Van Rafelghem.

 

Zij was vijf jaar actief in toneelwerkgroep De Lont te Gent, amateur-gezelschap voor jongerentheater en speelde van 1973 tot 1977 mee in voorstellingen in jeugdclubs van Vlaanderen en Nederland. Sinds 1977 is zij professioneel werkzaam in het theater. Tot 1981 was zij onder andere vast verbonden bij Tentakel Antwerpen, waar ze vooral schoolvoorstellingen deed, en Het Trojaanse Paard, waar alle stukken op basis van improvisaties werden gemaakt. Zo acteerde ze in Wisselstuk onder leiding van Dominique Valentin (medewerkster van Arianne Mnouchkine van het Theâtre du Soleil) en Vrouwenlandschap, solovoorstelling waar ze tekst en acteerwerk zelf voor deed volgens de werkwijze van het theâtre du Soleil, in regie van R.Geenen. Zij deed Forumtheaters volgens het Theâtre de l’Opprimé van Augusto Boal. (O dag uit het leven van Martha Coenen) en gaf stages over de praktijk van dit theater der verdrukten in Vlaanderen en Nederland. Tevens wisselde zij ervaringen en ideeën met het Centre d’Etudes van Augusto Boal te Parijs uit. Sinds 1981 werkt zij als actrice op freelancerbasis en acteerde zij onder meer in: de Driestuiversopera van Brecht,. De Trojaanse Vrouwen, Euripides/Sartre, (zij speelde er de rol van Helena),Mistero Buffo van Dario Fo, Antigone van Anouil, Am Ziel van Thomas Bernhard, Le Dindon van Feydeau. Geertrui Daem heeft ook heel wat eigen creaties op haarnaam staan zoals: -School voor Gekken naar het boek van een onbekende jonge Rus Sacha Sokolov, monoloog, eigen regie bij het gezelschap School voor Gekken’, gesteund door het ministerie van Cultuur. Gespeeld in kunstencentrum Vooruit Gent, Contoverse Gent, Cartoons Antwerpen. -Madame Ondine, God en de Duivel naar L.P.Boon, door haar geschreven, geregisseerd en mee opgevoerd bij School voor Gekken Gent, voorstellingen mede georganiseerd door de Boonstichting. -De vaas van Soissons, zelfgeschreven, -gespeelde en -geregisseerde lunchvoorstelling in de Grote Avond Gent voor vzw Anjer (Masereelfonds) -Prinses de Mérode et de Mirepoix, eigen vertelling in opdracht van LOD Gent, vertelfestival, regie; A.Vermaercke. -Rocking Danny, lunchtheater in opdracht van de koning Boudewijnstichting en LOD Gent, eveneens zelf geregisseerd en meegespeeld. -Wees gegroet Bellinda, eigen vertelling voor LOD Gent, regie A.Vermaercke. -Waar is Kena, familievoorstelling in opdracht van de Werkgroep voor vormingstheater (Vuile Mong en de Vieze Gasten) met steun van de Vlaamse Gemeenschap. -De Meisjeskamer, door haar zelf geschreven, geregisseerd en later ook gespeeld voor Arca Gent. Bekroond met de Paul De Mont-prijs voor toneel in1993. -Kind om te stelen, muzikale voorstelling (met veel liedjesteksten)voor de Gentse kinderrockgroep de Crèche-band in opdracht van Prometheus Gent. -Het moederskind, gespeeld door Het Gezelschap van de Zee in Zeeland, regie: Floor Huygen. - Zimbola, monoloog voor een jongetje; in eigen regie. In opdracht voor de Kopergieterij Gent 2000-2001. Geertrui Daem is een bezige bij want buiten dit alles regisseerde zij nog  bij verschillende amateursgezelschappen, Gaf zij lezingen voor verschillende culturele organisaties, gesubsidieerd door het ministerie van Cultuur, Jureerde zij toneelexamens, was zij jurylid van literaire wedstrijden (o.a. Debuutprijs boekenweek) welsprekendheidtoenooien, maakte zij losse schrijfopdrachten voor BRTN, oa Agnes, mijn duifje voor de dramareeks Oog in Oog.en deed zij losse acteeropdrachten voor televisie zoals Flikken en Recht op Recht. Als, auteur debuteerde zij in 1992 met de verhalenbundel Boniface (Dedalus, Antwerpen 1992) die bekroond werd met de ASLK Debuutprijs in Vlaanderen in 1993 en de Van der Hoogt-prijs in Nederland in 1994. Hoe perfect Geertrui Daem literatuur en theater kan combineren blijkt uit het feit dat ze in 1993 niet alleen met de Debuutprijs gelauwerd werd maar ook met de Provinciale Paul de Mont-prijs voor De Meisjeskamer (ook in boekvorm uitgeven bij Dedalus, Antwerpen) dat door oa Toneelgroep Amsterdam ’98-’99 werd opgevoerd. In 1995 werd ze genomineerd voor de AKO-literatuurprijs met de verhalenbundel Een vader voor Elizabeth (Manteau/Meulenhoff 1994), Het toneelstuk Het Moederskind( Manteau 1995) opgevoerd door oa Het Mechels Miniatuur Theater ’98-99 werd in 1997. bekroond met de toneelprijs van de Nederlandse Taalunie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze voor de televisieserie Oog in oog het scenario Agnes, mijn duifje schreef dat een bewerking is van Prinses de Mérode et de Mirepoix uit de bundel Boniface. Momenteel maakt zij met steun van het Vlaams Filmfonds- een scenario op basis van de Elizabeth-verhalen wat de talloze fans van Elizabeth zeker zullen toejuichen. In opdracht van het Nederlandse Hella HaasseFonds, schrijft zij een toneelstuk voor en door jongeren: Rembert & Ayse. Dit is een eigentijdse Romeo&Julia, over de hopeloze liefde tussen een Vlaamse jongen en een Turks meisje. Geertrui Daem balanceert tussen de passie voor theater en literatuur. Dat ze deze laatste zeker niet verwaarloost bewijst haar briljante roman Koud die in de loop van het jaar 2001 verscheen. Haar Werk Titels Boniface, verhalenbundel, Dedalus, Antwerpen, 1992, ISBN 90 5281 064 8. Bekroond met de Debuutprijs 1993  en de Lucy B. en C.W. van de Hoogt-prijs 1994. (vierde druk) De Meisjeskamer, toneel, Dedalus, Antwerpen, 1993, ISBN 90 5281 086 9. ( tweede druk) Bekroond met de Paul de Mont-prijs 1993 van de Provincie Oost-Vlaanderen. Een vader voor Elizabeth, verhalenbundel, Manteau/Meulenhoff, 1994,ISBN 90 223 1331 X.Genomineerd voor de AKO-literatuur prijs 1995. Het Moederskind toneeltekst, Manteau, Antwerpen, oktober 1995. Toneelprijs van de Nederlandse Taalunie ‘97. Geboeid door liefde novelle, Icarus/Prometheus 1996 ISBN 9002 20496 5. Zotverliefd verhalen, Manteau/Prometheus 1997 ISBN 90 223 1453 7. Onrust der verwanten toneel, Manteau  1999 ISBN 90 223 1506 1 met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst Alle Verhalen verzamelbundel, Manteau  2000 ISBN 90 223 1553 3. Troetel kinderboek, The House of Books 2000 ISBN 90 443 0111 X. Koud, roman, The House of Books 2001 ISBN 90 443 01713 Opgevoerd maar niet gepubliceerd toneelwerk School voor gekken naar het boek van Sacha Sokolov, in eigen regie, gespeeld door eigen gezelschap School voor Gekken V.Z.W.(’84) Madame Ondine, God en de Duivel, naar L.P.Boon, in eigen regie. (’85) Waar is Kena familievoorstelling over de dood, met steun van de Vlaamse Gemeenschap. (’90) Rocking Danny, lunchtheater in opdracht van Lod Gent en Koning Boudewijn-stichting. (’91) Een kind om te stelen, muzikale vertelling met veel liedjesteksten, in eigen regie, gespeeld door de kinderrockgroep De Crèche-band, produktie Prometheus 1994. Doudou toneeltekst voor figurentheater Ultima Thule, regie: Wim De Wulf (‘99) Zimbola monoloog voor een kind, in opdracht van Kopergieterij, in eigen regie. (première april 2000) Kleurrijke en Beeldende Taal Wie Geertrui Daem leest kan zich net als bijvoorbeeld bij Walter van den Broeck of zelfs bij Tom Lanoye storen aan de inbreng van dialect om de couleur locale meer uitstraling te doen krijgen. Dit zou een onterecht verwijt zijn want heel wat internationaal gerenommeerde schrijvers vermengen kringtaal in hun officiële taal. Geertrui weet haar taal zodanig te boetseren dat ze op een natuurlijke manier in de mond van haar personages thuishoort. In het verhaal Boniface is haar taal er duidelijk op gericht om de status van de personages in de verf te zetten. De ‘horrornon’ Boniface gebruikt  een heel andere taal dan haar medezusters en leerlingen. Hiermede onderlijnt ze haar autoriteit en schept ze ook de kilte die bedoeld is om haar ondergeschikten en waarschijnlijk ook zichzelf in het gareel te houden. Alhoewel Geertrui Daem een zéér persoonlijk, warm taalgebruik heeft dat tot lezen aanspoort weet ze hierin nog voor elk personage nuances aan te brengen. Boniface is hier uiteraard een schoolvoorbeeld van maar ook in de Elisabethcyclus is dit zeer duidelijk om nog maar te zwijgen van het taalverschil van vader en dochter in Koud. Hier duidt de taal duidelijk op een generatiekloof. De vader, die moeizaam maar wel theatraal zijn taal op schrift zet omdat hij zich in de spreektaal zo moeilijk kan uitdrukken, vormt een schril contrast met de dochter die in euforische sferen zweeft en moeiteloos omgaat met alles wat haar misschien nog ietwat beperkte taal te bieden heeft. In De meisjeskamer is de taal héél belangrijk omdat het verhaal zich situeert tussen 1962 tot 1993. De twee zussen voeren dialogen met mekaar vanaf hun kindertijd tot aan de volwassenheid en juist die afstand wordt telkens heel knap in de evolutie van de taal weergegeven. Zelfs in haar kinderboek Troetel is het taalgebruik een belangrijke troef. Troetel mag dan een knuffel zijn hij gebruikt geen infantiel taaltje maar wel een vrij directe taal, die eerst en vooral op kinderen afgestemd is maar ook imagotekenend is. In elk werk opnieuw weet deze auteur mij opnieuw zodanig te charmeren met haar taal dat ik sommige bladzijden enkele malen herlees om het aroma van de woorden te proeven. Visuele personages De personages uit het werk van Geertrui Daem zijn zo overtuigend geschetst dat je ze bij wijze van spreken op straat zou herkennen. Deze auteur maakt geen soap maar beschrijft wel situaties, hoe vreemd ze ook lijken, waarvan je weet dat bestaan. Om over deze situaties verhalen te schrijven waarin je personages ook dan nog rotsvast overeind blijven staan, moet je de verhaalkunst stevig onder de knie hebben. Een duidelijk voorbeeld van zo een ‘vreemd’ alledaags verhaal is het titelverhaal uit Zotverliefd. De titel op zich is al heel goed gevonden, want hij onderlijnt het dubieuze van de situatie. Erna en Bert zijn verliefd op mekaar. Erna ziet al een gelukkige toekomst voor hen beiden. Maar dan komt Bert met zijn geheim op de proppen hij is namelijk psychiatrisch patiënt. Aanvankelijk heeft Erna de ernst van de situatie niet door. Maar als ze Bert tijdens een verblijf in de psychiatrie gaat opzoeken wordt het haar duidelijk dat ze met deze jongeman, verliefd of niet verliefd, haar leven niet kan delen. De schoonvader vindt dat wel perfect kunnen, hij heeft zelfs een woning op het oog waar het jonge paar zou kunnen wonen en hijzelf ook altijd een voet in huis en de slaapkamer heeft. Geertrui Daem heeft dit schrijnend voorval zo diepmenselijk geschreven dat haar personages haast bekenden van je lijken. Hier is natuurlijk de theaterfreak aan het werk. In het theater moet alles levensecht zijn en de mensen onmiddellijk aanspreken. Zotverliefd is zo levensecht dat je de liefde en de pijn van Erna aanvoelt, de gekheid van Bert mee beleeft en de ongepaste geilheid van schoonpapa sidderingen over je rug jagen. Bert en Erna zijn de slachtoffers van een systeem dat door kerk en patriarchaat in de twintigste eeuw stevig de hand boven het hoofd werd gehouden. Ook het personage Elisabeth en heel haar entourage zitten in hetzelfde scheepje. Het mooie aan heel die Elisabethcyclus is echter dat Geertrui Daem dat personage van Elisabeth niet tegenstaande haar milieu, de ellende die ze meemaakt laat evolueren tot een krachtige jonge vrouw die haar innerlijke kwetsuren vol zelftrots verbergt en vecht voor een eigen plaats in het leven. Boniface kunnen we natuurlijk niet omzeilen als we over sterke personages in het werk van Geertrui Daem spreken. Bonniface staat trouwens symbool voor de persoon (personen) die heel wat jonge mensen het leven tot een ware hel gemaakt heeft (hebben). Zij was de bruid van God, bepaalde wie of wat goed en slecht was en reageerde haar frustraties af op onschuldige jonge mensen die per toeval onder haar hoede geraakt waren. Dat de bundel Boniface in Vlaanderen en Nederland een groot succes heeft gekend is zeker te danken aan Bonniface zelf, want als je zo een figuur gekend hebt, wil je er ook over lezen, soms alleen al om het puur therapeutisch effect. Zo heeft ze tenminste nog iets opbouwends bewerkstelligd. Een personage dat bijzonder knap is neer gezet is de figuur van de vader uit Koud. Hij lijkt een echte bullebak maar de auteur toont ons ook de mooie kant van deze man met zijn oorlogstrauma, zijn liefde voor Kioko een Japanse prostituee en zijn genegenheid voor zijn gezin die hij in zijn dagboek optekent omdat woorden hem ontbreken. De seniele grootvader uit Onrust der verwanten was voor mij persoonlijk een zeer herkenbaar personage. Ik vind het ook prijzenswaardig dat ze seniliteit op deze manier aan de buitenwereld toont. Het werk van Geertrui Daem is overbevolkt met oersterke personages, zodat ik me heb moeten beperken tot een selectie. Maar niets belet de lezer natuurlijk om verder op zoektocht te gaan. De sociale impact van haar werk Geertrui Daem zoekt haar heil niet in groots opgezette avonturen of drama. Zij vertolkt de gevoelens en leefsituaties van de eenvoudige mensen die gehandicapt zijn door taboes en machtsmisbruik en een betere wereld trachten op te bouwen voor hun nazaten. In het grootste deel van haar werk blikt zij terug op het verleden toen seks nog in de verdomhoek zat en de fatsoensnormen er nog diep in gebakken zaten. Het verhaal Gemeen volk uit de bundel Zotverliefd is hier een heel typerend voorbeeld van. Het is een verhaal dat heel wat mensen meegemaakt hebben zoniet in eigen persoon dan toch in hun directe omgeving. Het is het relaas van twee kinderen Ronny en Els die goed bevriend zijn met mekaar. De moeder van Els ziet die vriendschap helemaal niet zitten omdat Ronny uit een socialistisch gezin komt en zij en haar gezin katholiek zijn. De onschuldige en zelfs vertederende vriendschap tussen de kinderen blaast zij op tot een zaak van formaat. Het ‘hokjesdenken’ is iets waartegen Geertrui Daem zich keer op keer tegen afzet. Die enge denkpatronen worden ook heel sterk gehekeld in het toneelstuk De meisjeskamer. Het stuk is een tweespraak tussen twee zusjes in een periode van eenendertig jaar, van 1962 tot 1993.en speelt zich af op de slaapkamer daar worden geheimen ontrafeld, intimiteiten verteld en ook bekentenissen gedaan. Al wat buiten niet kon verteld worden werd wel verwoord in de meisjeskamer. Dit toneelstuk is tevens ook een mooie brok proza waarin ze eigenlijk een hommage brengt aan vrouwen die geketend worden door enge denkpatronen maar door hun onderlinge solidariteit een vorm van heel integere genegenheid geschapen hebben. De Elizabethcyclus vormt in zijn totaliteit een familiekroniek waarin heel het vrouwenverdriet van Vlaanderen werd opgetekend. Soms was het geluk zo dichtbij maar door een of andere doemvloek werd dat onverbiddelijk weggeveegd. De grote verdienste van deze Elizabethcyclus is toch wel dat de auteur ons een stuk Vlaams verleden(dat misschien zelfs nog niet helemaal verleden is) toont waarin kleinburgerlijkheid de toonzetter was van veel onnodige ellende. Ook in haar onvolprezen roman Koud worden we met toestanden geconfronteerd die eigenlijk mensonterend zijn. Iemand met een oorlogstrauma staat zo wie zo al heel labiel in het leven, dat begint men nu al stilaan in te zien, en elke zware belasting van deze persoonlijkheid kan nefaste gevolgen hebben. Het mooie aan dit boek is dat Geertrui Daem dit stuk verleden dat dreigde vergeten te raken op heel serene manier neerschrijft en alleen de betrokkenen aan het woord laat, zonder zelf morele bedenkingen in te voegen. Met Boniface wordt de lezer op een vrij directe manier geconfronteerd met het feit dat de jeugd in Vlaanderen van kindsbeen af werd veroordeeld om de geneugten des levens te missen. Boniface zou zelfs de dromen van haar pupillen gecensureerd hebben als ze er de kans en de macht toe had gehad. Ernstig maar toch luchtig Als je deze monografie over Geertrui Daem leest zou je de bedenking kunnen maken dat het al treurnis is wat de klok slaat. Niets is minder waar! De auteur schrijft zeer begeesterd en geëngageerd over een stuk Vlaams leven dat in somberheid gedompeld was. Toch blijft haar werk niet als een baksteen op je literaire maag liggen omdat ze eerstens over een smeuïg woordgebruik beschikt en ook heel bedreven met alle gradaties van humor weet om te springen. Een heel frappant voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de bedenking die Elisabeth zich na haar ontmaagding maakt in de novelle Geboeid door liefde’: Ze kon niet ontkennen dat Kurt zijn uiterste best niet had gedaan. Hij had haar vakkundig gestreeld, zich met handen en voeten uitgesloofd, op alle manieren geneukt, haar per se willen doen klaarkomen. Dat wilde maar niet lukken. Als het daarop aankomt, blijkt mijn hoofdkussen toch veel efficiënter, dacht ze, onwillekeurig grijnzend nu het water haar begon op te knappen.’(blz. 421 in Alle verhalen) Geertrui Daem boetseert met taal en maakt zo het meest schrijnende verhaal beklijvend maar verteerbaar. Dat zij ook een zeer jong publiek kan boeien bewees haar kinderboek Troetel waarin ze heel geestig het wel en wee van een knuffel, die in een hotelkamer achtergelaten is, uit de doeken doet. Door de passie van Geertrui Daem voor literatuur en theater is het cultureel landschap in Vlaanderen er zeker en vast heel wat fleuriger op geworden. André Oyen Bronnen De auteur en haar werk

09:40 Gepost in Recensies | Permalink | Commentaren (0)