Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

25-03-16

Extaze 16 Film

extaze-16-literair-tijdschrift-film-2015-4-1.jpg

Lees meer...

26-06-14

From Beginning To End

63052.jpg

Lees meer...

00:00 Gepost in DVD, Essays | Permalink | Commentaren (0)

24-01-14

Hink-stap-sprong -Essays over haiku-Mark Meekers

big_9781291136869.gif

Lees meer...

00:00 Gepost in BOEKEN, Essays | Permalink | Commentaren (0)

17-06-10

11men out’ en zwarte lesbo's

1002004004930268.jpg120_0_KEEP_RATIO_SCALE_CENTER_FFFFFF.jpg

Lees meer...

26-06-08

ANNIE PROULX

ANNIE PROULX

0075f6229bb96165124e0d6355317dea.jpg

Gefascineerd door de evolutie

 Voor wie zich te pletter stoort aan de Amerikaanse droom of  westernverhalen, moet de literatuur van Edna Annie Proulx een ware verademing zijn. Zij confronteert je absoluut niet met nephelden en opgewarmde barbiepoppen. Haar mannelijke hoofdpersonages zijn slungelachtige zonderlingen die gezegend zijn met ladingen faalangsten en andere frustraties. Als ze af en toe al eens machogedrag vertonen, veroorzaken ze dusdanige rampen dat ze daar voor de rest van hun leven een zware tol voor betalen. Vrouwen komen er al niet beter vanaf. Ofwel zijn het nymphomane krengen die iedereen haten zichzelf inbegrepen, ofwel zijn het apatische of neurotische doetjes die uit verveling een weinig kleurrijk leven leiden, zonder dat er op de achtergrond een prins wacht die hen uit deze rotzooi komt verlossen. Mannen of vrouwen die uit hun keurslijf willen ontsnappen moeten dat zelf doen en maken dan een waterkansje op een min of meer bevredigend leven. Kleur of ideologie speelt geen enkele rol in haar werk, discriminatie wel. Er zijn blanke,zwarte, gele en bruine klootzakken en hun aangeboren superioriteitsgevoel of eerder zelfhaat maakt dat ze discrimineren om op hun beurt gediscrimineerd te worden. Het leven is geen droom en als politici gaan dagdromen worden hun kiezers daar meestal de dupe van. De Amerikaanse Droom is een groffe leugen die in stand wordt gehouden door droomfabrieken zoals de Hollywoodmachine en de bankindustrie en wie zo naïef is om daar in te geloven, moet de gevolgen daarvan dan ook maar dragen. Edna Annie Proulx zegt steeds nadrukkelijk in haar interviews dat haar personages louter verbeelding zijn en dat ze instrumenten zijn om de evolutie van de samenleving te kunnen meten. Er verandert zoveel en de schrijfster wil die veranderingen of ze nu goed of slecht zijn, op de voet volgen. Wie nu mocht denken dat haar boeken loodzware en inktzwarte prozakluiven zijn vergist zich wel degelijk. Haar werk is zeer vlot geschreven en is doorspekt met sprankelende humor. De essentie van haar werk is dat het beeld Amerika als land van belofte dat wereldwijd als reclame voor hagelwitte tandpasta voor hagelwitte tanden werd gepromoot, eindelijk eens moet gerelativeerd worden. Dat relativeren gaat haar trouwens zeer goed af. Ik hoor mensen soms zeggen als ik een boek van Edna Annie Proulx gelezen heb vind ik Amerika veel minder hautain en veel menselijker. Mensen met harde feiten confronteren heeft ook zijn voordelen.

Biografie Edna Edna Proulx werd in 1935 in Connecticut (New England) als dochter van een Frans- Canadese immigrant en Amerikaanse van Ierse afkomst die kunstschilder was of werd,geboren. Die moeder zou belangrijk voor haar werk worden omdat ze voor haar kinderen een anamnistisch landschap creëerde waarin alles leefde en eigen stem had. Ze liet die wereld in al zijn facetten ook tot leven komen.Een gevolg van die opvoedingsmetode was dat de kinderen een sterke opmerkingsgave kregen. Buiten het feit dat ze een woelige jeugd had zijn er weinig biografische gegevens uit die tijd bekend.Op haar achtentwintigste begon ze geschiedenis te studeren. Halverwege haar doctoraatsthesis kwam het academisch milieu haar dusdanig de strot uit, dat ze besloot dit wereldje voor altijd vaarwel te zeggen.  Gewoon geschiedenis gaan doceren zag ze ook niet zitten omdat ze nu eenmaal een hekel had aan lesgeven en baalde van intriges op school. Ze stapte in de journalistiek en daar voelde ze zich goed. Haar toch al sterk observatievermogen werd er nog eens extra opgevijzeld en kreeg ze de kans om de tecnieken van degelijke research onder de knie te krijgen, allemaal zaken die bij het literaire schrijven goed van pas kwamen. Ze schijnt een speciale relatie met het cijfer drie te hebben. Ze is drie keer getrouwd, drie keer uit de echt gescheiden, moeder van drie zonen, ze bouwde met eigen handen drie huizen en voor haar derde boek kreeg ze drie belangrijke prijzen. Haar journalistieke loopbaan bracht niet voldoende op om drie zonen op te voeden dus ging ze als zovele Amerikanen een tweede job zoeken. Met kortverhalen schrijven verdiende ze voldoende bij om een beetje comfortabel te leven. Het schrijven van kortverhalen koste haar enorm veel moeite. In 1988 besloot een uitgever om haar kortverhalen te bundelen en uit te geven. Hij raadde haar aan in het contract op te nemen dat als ze een roman zou uitgeven, dat bij dezelfde uitgeverij zou gebeuren. Op dat ogenblik was er geen haar op haar hoofd dat er ook maar één ogenblik over dacht om een roman te schrijven. Toch nam ze het voorstel van de uitgever aan. Na het verschijnen van de bundel begon de uitgever nog eens door te bomen over een roman. Toen is ze voor het eerst gaan nadenken over het schrijven van een roman of een novelle. Het idee dat ze allang in haar hoofd had voor een kortverhaal heeft ze dan uitgewerkt tot een roman. Tot haar grote verrassing bleek een roman schrijven veel eenvoudiger te zijn dan een kortverhaal. Ze vond dat je veel meer ruimte hebt en je de dingen ook veel beter uit kan werken. In 1991 gaf ze haar eerste roman Postcards uit, ze was toen zesenvijftig jaar. Op dat moment was ze totaal onbekend. Ze had met matig succes haar verhalenbundel Heart Songs uitgegeven en voor het grote publiek was ze niemand. Maar daar kwam heel vlug verandering in. In Amerika sloeg  Postcards in als een bom. Grote progressieve dagbladen noemden het boek 'The great American novel' en reactionaire bladen noemden haar een verraadster. Ook de academische wereld was dermate gecharmeerd door haar werk dat uitblinkt door taalvirtuositeit. Ze kreeg er als eerste vrouw  uit de Amerikaanse geschiedenis de PEN/ Faulknerprijs voor. In 1993 verscheen haar tweede roman en derde boek The Shipping News. En dat betekende de grote doorbraak. Ze kreeg er de National Book Award 1993 voor en wat heel belangrijk is de  Pullitzer Prize 1994. Boeken die met een Pullitzer bekroond worden worden in zowat alle talen vertaald. En dat is natuurlijk een garantie voor internationale doorbraak. En die doorbraak kwam er. Niet alleen van The Shipping News werden de vertaalrechten verkocht ook van haar ander werk. Daarom konden we zelfs in het Nederlands genieten van  Scheepsberichten. Edna Annie Proulx is een beetje overdonderd door al het succes. Toen ze in 1996 haar Accordion Crimes kwam voorstellen zei ze dat al die promotietournées beu is en wil genieten van de natuur en schrijven. De natuur is heel belangrijk in haar werk. Soms is ze zelfs meer hoofdpersonage dan decor. Momenteel woont Edna Annie Proulx in Wyoming verscholen in de Rocky Mountains. Voor dat ze literair werk publiceerde schreef ze ook nog boeken als The fine art of salad Gardening en ook nog Plan and Make Your Own Fences and Gates,Walkways, Walls and Drives. Dit is allemaal verleden tijd en nu houdt ze zich alleen nog bezig met grote literatuur. Ze vindt zelf dat ze er ondertussen de leeftijd en de rijpheid voor heeft.

 

Haar Werk Heart  Songs And Other Stories - Klaaglied en andere verhalen vertaling Regina Willemse . Breda : de Geus ; Berchem :Epo 1997 . - 230 blz. Postcards -Ansichten vertaling Regina Willemse . Breda : de Geus ; Berchem : Epo 1995 . - 399 blz. The Shipping News - Scheepsberichten vertaling  Regina Willemse . - Breda : de Geus ; Berchem : Epo 1995 . - 399 blz. Accordion Crimes - Accordeonmisdaden vertaling  Regina Willemse . Breda ; de Geus ; Berchem :Epo 1996 . - 517 blz.  

Heart Songs - Klaaglied 3724872390d0e80b19e05e2bb7cd0238.jpg

 

De boeken  van  E.Annie Proulx  zijn in het Nedelands in omgekeerde volgorde van verschijnen op de markt gebracht.Normaal gezien zou dat geen probleem mogen opleveren.Vermits deze auteur in alles een buitenbeentje is, maakt dat je bij haar beter wel alles in de juiste volgorde gaat lezen.Het mooiste bewijs hiervan is Klaaglied,  Heart Songs And Other Stories, dat  in 1988 als  haar debuut verscheen en in 1997 toen al haar latere werken al in het Nederlands verschenen waren ook een vertaling kreeg. Eigenlijk is dat heel jammer, want juist de verhalenbundel Klaaglied is de sleutel tot haar verdere werk.In deze verhalen worden we geconfronteerd met de verhalen uit de eens zo populaire westerns. Natuurlijk gaat de auteur de helden een krans weven van het haar zo eigen zijnde sarcasme en een vlijmscherpe humor. Je kan de verhalen zelfs geen persiflages noemen.Gelukkig voor de makers  van Bonanza  heeft  mevrouw Proulx  nooit hun scenario's  mogen schrijven want dan zou Amerika op zijn kop gestaan hebben. De plattelandsmensen uit deze verhalen zijn geen helden,maar wel gewone mensen, waarvan een aantal,om het zacht uit te drukken, zich nogal vreemd gedraagt.En als  je een niets vermoedende blik in het verleden van hun voorouders, de pioniers, werpt  schrik je je toch ook wel een hoedje. Maar niets menselijks is ons vreemd, dus moeten de emoties en frustraties van tegenwoordig toen ook natuurlijk geleefd hebben, alleen zijn ze door de geschied-en andere schrijvers keurig verzwegen. De verhalen uit Klaaglied zijn ontzettend goed geschreven en zoals altijd weet E.Annie Proulx  haar personage, hoe vreemd ze ook zijn, bijna visueel neer te zetten. Zoals gewoonlijk zijn de mannelijke personages  schattige of  venijnige mensjes die met zichzelf niet al te goed raad weten, met het vrouwelijke in eenderwie al helemaal niet en dan ook de ene blunder na de ander begaan.

 

Een smeuïg voorbeeld hiervan  is het hoofdpersonage uit het titelverhaal Klaaglied:"Hij straalde een soort gevaarlijke hitte uit,de hitte van een innerlijk rottingsproces dat doorsmeulde als het hart van een door de bliksem getroffen boom,onderdrukte pijn die op een dag zou kunnen oplaaien en hem verteren". (blz.95)

 

Buiten haar geraffineerd taalgebruik weet E.Annie Proulx met stijl te goochelen en een oertsterke verhaaltechniek te hanteren.

 Postcards - Ansichten74fd31d3e92cff840ff9f730091d8d7d.jpg

 De verhalen uit Klaaglied hadden inderdaad allemaal kunnen uitgewerkt worden tot romans. Het schrijftalent van de auteur staat er garant voor dat ze alles in één verhaal kwijt kan, maar het kost haar moeite. Anderzijds lijken haar romans dan weer op een bundeling kortverhalen met een rode draad. Mocht de natuur in al de verhalen van klaaglied aanwezig zijn, in Postcards is ze gewoon niet weg te denken en vormt ze zowel een bedreiging als een bescherming. Het verhaal van Postcards begint in Vermont anno 1944. Loyal Blood is een hardwerkende landbouwerszoon, die bijna orgastische genoegens beleeft aan het boerderijwerk en het stropen. Zijn vader Mink is een tiran die elk nieuw initiatief in de kiem smoort en het leven voor Loyal er niet aangenamer door maakt. Op steun van zijn huisgenoten moet hij ook al niet rekenen. Zijn moeder Jewell durft nauwelijks te ademen wanneer zijn vader in de buurt is, zijn jongere broer Dub is een avonturier en een pretmaker en het zusje Mernelle wordt net als de moeder uit de mannenwereld van de boerderij weggedrukt. Op een avond na een hoogoplopende ruzie vermoordt Loyal in een vlaag van woede zijn vriendin die voor hen beiden een ander leven in een andere plaats wilde. Hij begraaft haar op een verlaten plek en besluit te vertrekken met bestemming overal en nergens. Zijn vader is buiten zichzelf van woede door deze vermeende daad van verzet van Loyal. Uit wraak schiet hij de nieuwe Nederlandse koeien neer die Loyals vernieuwing sdymboliseren. Ondertussen heeft Loyal zijn geboortestreek verlaten om telkens opnieuw in een andere staat een andere job te zoeken. Hij maakt zowat alles mee wat je maar enigzins kan verzinnen. Hij wordt een zwerver die nergens liefde of vriendschap vindt. Loyal is er ook niet erg naar op zoek. Integendeel. Hij is bang geworden, of misschien was hij het altijd wel, voor de vrouw en het vrouwelijke in het algemeen. In het enige intieme moment dat hij tijdens zijn trektocht kent, krijgt hij ademnood. Met het thuisfront houdt hij contact door prentbriefkaarten met telkens dezelfde beer erop te versturen. Een adres kan hij niet vermelden, want hij heeft er geen. Van 1944 tot 1988 bestaat het contact met zijn familie enkel en alleen uit een eenrichtingsverkeer van prentbriefkaarten. Het is zijn enige band met het leven in een gemeenschap, dat hij niettegenstaande alles heeft gekoesterd. Of de liefde wederzijds is wil hij niet weten. Een mens moet tenslotte iets hebben om zich aan op te trekken. Postcards is een bittere satire opgebouwd rond de 'Amerikaanse droom' die alles weg heeft van een afgrijselijke nachtmerrie. Alle zieligheid en doffe ellende wordt mooi verpakt en vergezeld van een ansicht in de lezers maag gesplitst. De producten die  door droomfabriek Hollywood voorgeschoteld worden, blijken ook een horrorversie te hebben. Ongelukkige levens en liefdes blijken niet altijd een happy end te hebben. Het troosteloze bestaan van een opgejaagde Loyal Blood is in geen enkele Hollywoodproductie te zien. Zelfs fims als The defiant ones of The fugitive zijn nog vrij matig romantische dingetjes tegen dit schrijnend relaas van een eindeloze zwerftocht door een weinig meelevend Amerika. De auteur maakt de hallucinerende dooltocht extra beklemmend door de zogenaamde sensatie van ongelukken en rampen die Loyal Blood doorstaat weg te vegen. Je maakt een bepaalde gebeurtenis niet op haar hoogtepunt mee. Ze vertelt de feiten net voor of een tijdje na de gebeurtenissen. De kick van het ongeluk wordt je onthouden. Dit verknoeit natuurlijk de sensatiezucht  maar anderzijds prikkelt het enorm de verbeelding van de lezer. Er zitten als het ware twee denkbeeldige schermen  in het boek. Op het ene scherm volg je de trektocht van Loyal, op het andere het leven én de dood van de familieleden op het thuisfront. Loyals leven is voor het thuisfront onbekend maar anderzijds heeft ook Loyal er geen idee van hoe het er thuis nu eigenlijk aan toegaat. De evolutie die er ook in het plattelandsleven is geweest heeft hij niet meegemaakt. Thuis is voor hem gedurende al die jaren de boerderij en de familie gebleven. Dat alles wel eens grondig veranderd kunnen zijn wil hij niet incalculeren. Hij blijft vasgeankerd in zijn herinneringen tot het bittere eind. Postcards is een knap opgebouwde roman met een ietwat brokkelige structuur rond ontheemding en de de nefaste gevolgen daarvan. Het boek neemt je trouwens ook mee op rondreis door Amerika. Een Amerika dat zelden zo kritisch bekeken aan de werelb9b02efd64e044b0e2c7bba32b13661a.jpgd werd vrijgegeven.

 

The Shipping News - Scheepsberichten Hét boek dat Edna Annie Proulx werelberoemd maakte is haar tweede roman en haar derde boek The Shipping News. Merkwaardig genoeg is dit boek qua sfeer totaal het tegenovergestelde van Postcards. In laatstgenoemd werk is een totaal ontredderde man die van het platteland wegvlucht om in de stad zijn heil te zoeken om tenslotte in de valstrikken van de natuur gevangen te raken het centrale personage, terwijl in The Shipping News een man met faalangst van de stad naar het platteland vertrekt om daar zijn heil te zoeken. Faalangst of niet maar dat personage heeft wel de harten van miljoenen lezers gestolen.Quoyle, die zo onhandig en lelijk is als hij groot is (aan lengte en breedte is er geen gebrek) loopt tot overmaat van ramp, zoals eerder gezegd, krom van de faalangst. Zijn vrouw, die hij waanzinnig lief heeft, bedriegt hem dag en nacht en schenkt hem tussen de bedrijven door nog twee totaal onhandelbare kinderen. Wat zijn inkomsten betreft is het ook niet allemaal koek en ei. Hij klungelt wat aan de laagste trap van de journalistiek voor een streekktrant in het noorden van de staat New York. Als zijn vrouw tijdens één van haar escapades om het leven komt,is er niets meer wat hem nog bindt aan New York. Met zijn tante (de zus van zijn overleden vader) en de kinderen besluit hij zijn 'roots' te gaan zoeken in Newfoundland, waar hij hoopt in te trekken in het huis van zijn ouders en zijn voorouders. De wereldvreemde Quoyle, die zijn draai niet vondt, in een 'beschaafde' streek , blijkt best te kunnen wennen in dit baldadig klimaat met inwoners die beter met kabiljauw kunnen omgaan dan met een mens. Dank zij een vroegere collega kan hij een job vinden bij de lokale krant The Gammy bird, een op zijn zachtst uitgedrukt vreemd dagblad dat vooral gelezen wordt om de seksschandalen, de auto-ongelukken en de scheepsberichten. En het het is Quoyle die zich nu eens knusjes met die scheepsberichten mag gaan bezighouden. Tot zijn eigen grote verbazing schrijft hij een degelijk journalistiek stuk over een yacht dat nog aan Hitler zou toebehoord hebben. Het artikel levert hem uit diverse hoeken heel wat lofuitingen op. Zijn nieuwe baas denkt aan zelfs promotie voor iemand met zoveel talent. En dàt doet het hem nou juist. Voor het eerst in zijn leven krijgt Quoyle te horen dat hij iets goed gedaan heeft en dat hij zelfs over talent zou beschikken. Van de ene op de andere moment voelt hij zich herboren. Hij zou bergen kunnen verzetten. The Shipping News is tegelijkertijd een grappig en ontroerend boek. Edna Annie Proulx weet, niettegenstaande alle bizarre gebeurtenissen, haar personages levensecht en beanstigend herkenbaar te maken. Natuurlijk is Quoyle groots in zijn hoedanigheid van anti-held. De schrijfster streelt met haar pen en haar verbeeldingskracht de lompe homp vlees die Quoyle is, zolang tot er een evolutie ontstaat die zowel lichamelijk als geestelijk is. Ze weet zelfs  op een gegeven ogenblik wanneer Quoyle voor een tweede keer dé grote liefde ontdekt die nu echter ook beantwoord wordt hem een nooit voor mogelijk gehouden erotische aantrekkingskracht te laten uitstralen. 'Naast de badkuip staande, wreef hij zich droog met een handdoek, veegde de manslange spiegel aan de achterkant van de badkamerdeur af. Hij keek naar zijn naakte vlees, stomend in de koele lucht. Zag hoe immens groot hij was. De stierenek, de gigantische kin en de zware, met koperkleurige stoppels bedekte wangen. De gelige sproeten. Volle schouders en machtige armen, de handen harig als die van een weerwolf. Vochtige mat op zijn borst, tot aan de bolle buik; zware geslachtsdelen vuurrood van het hete badwater, in een nest van rossig haar. Dijen,benen als boomstronken. Maar het effect was er meer één van kracht dan van Corpulentie. Waarschijnlijk,dacht hij, was hij in de kracht van zijn leven.' ( blz. 382 ). The Shipping News is werkelijk een bravourestukje van vertelkunst. De  schrijfster vertelt een 'vreemd ' verhaal over 'vreemde' mensen .Op zich is het nogal een triest verhaal. Om haar toehoorders ( lezers ) in spanning te houden wisselt ze de vaak schrijnende dingen af met dolkomische situaties. Ook haar taalgebruik is wisselend. Soms is het ernstig, ja zelfs teder om dan helemaal om te slaan in uitgelaten humor en te smoren in cynisme. Ze noemt de dingen bij hun naam. Zo is de tante van Quoyle een incestslachtoffer, het is een situatie die haar hele leven verknald heeft. De man die haar tot incest dwong was haar broer, namelijk Quoyles vader. Quoyle wordt met deze dingen geconfronteerd en weet ze ook met tante aan te kaarten. Niet in diepgaande gesprekken waarin alles tot op het bot wordt uiitgekloven. Daarvoor is het nu te laat en te vroeg. Met een teder gebaar en in enkele woorden laat hij tante weten, dat hij op de hoogte is en dat ze er terug zullen over praten als zij het wil. In de situatie tussen zijn nieuwe liefde  met Weavy een weduwe is wel een acuut verhelderend gesprek nodig. Net als Quoyle zijn overleden vrouw Petal nog steeds in gedachten liefheeft, zo koestert ook Weavy  de nagedachtenis aan haar  Herold. Uit het gesprek dat volgt blijkt dat Weave met al haar gevoelens van verliefdfdheid net zo hard werd bedrogen als Quoyle indertijd. De bitterheid om wat held Herold haar aandeed kan ze onmogelijk verzwijgen in een intiem gesprek met Quoyle. 'Weet je,' zei ze, 'Herold. ' Dacht aan  Herold, die, stinkend  naar sigaretten, rum en ander vlees, tegen de ochtend aan kwam struikelen en zich naakt tussen de lakens liet glijden, zijn schaamhaar nog  plakkerig van zijn drukke nacht.' Het is maar kutsap, wijf,' had hij gezegd, ' en hou nou je bek. ' Ze ademde diep uit en zei nogmaals:' Herold.'  'Mmm' , zei  Quoyle. 'Herold', zei Wavey ' was een rokkenjager. hij beschouwde mijn lichaam als een soort trog. Waar hij, na hen, nog eens kwam slurpen en slobberen. Het voelde alsof hij in me braakte, als hij klaarkwam. En dat heb ik nog nooit tegen iemand gezegd, alleen tegen jou. (blz. 360 ) Deze wrange dialoog hebben de kersverse geliefden nodig om de 'duivels' Petal en Herold uit te drijven. Het bevrijden van knellende banden met de dood gaat enkele hoofdstukken vooraf aan het heuglijke feit dat er iemand herrijst uit de dood. Leven en dood zijn nadrukkelijk aanwezig in dit boek maar nooit als een kwelling zoals in Postcards. Het is een bruisend geheel waarin de schrijfster heel wat eigen ervaring kwijt kan zoals huizen bouwen en natuurlijk de journalistiek. Eerlijk gezegd gaat het er op het redactiekantoor van 'The Gammy Bird' nogal vrolijk aan toe. Ik vrees dat het echter meer wishful thinking is dan een realiteit die ze ooit gekend zou hebben. Natuurlijk is het aan te raden voor iedereen die over de mogelijkheid beschikt, dit boek in het Engels te lezen. 

 

Accordion Cimes - Accordeonmisdaden72638588ee3deea85015ca3f452f69b0.jpg

 In haar twee vorige romans stonden personen -mannen - centraal. In haar tot nu toe laatste roman is een voorwerp namelijk een groene accordeon het hoofpersonage. Een  accordeon, door de Fransen ook wel galant 'le piano du pauvre' genoemd, wordt door Edna Annie Proulx uitgekozen om honderd jaar migrantengeschiedenis te registeren. Dit boek doet veel meer terugdenken aan Postcards dan aan The Shipping News en in dit opzicht is het dan weer een voordeel dat de werken in omgekeerde volgorde in het Nederlands verschenen zijn. Om het allemaal een beetje overzichtelijk te maken valt ze terug op het kortverhalensysteem dat ze met een rode draad namelijk die accardeon ( die muziek blijft uitkreunen door alle overlijdens en moorden heen ) die ons gidst van gemeenschap (Italiaans, Mexicaans, Duits , Frans enz.) tot gemeenschap al dan niet geïntegreerd in dat Amerika dat de Grote Amerikaanse Droom wil realiseren. Een temperamentvolle Siciliaan bouwt in zijn geboortedorp een gifgroene accordeon waar hij heel zijn passie (en dat is er veel) instopt die hem zal begeleiden op zijn oversteek naar Amerika het land van melk en honing. Hij hoopt er met zijn broer fortuin te maken. Hij komt er aan wordt betrokken in de 'syndicatenoorlog' en komt  in al zijn onschuld op een gruwelijke manier aan zijn eind. Een zwarte die verliefd was op het instrument kocht het over. Maar ook voor hem was het geen geluksbrenger maar wel een doodsengel. Vandaar gaat het naar een Duitse enclave die zich van alle vreemde invloeden willen vrijwaren maar toch bezwijken  voor de Latijnse charmes van die groene accordeon. Maar ook hier gebeuren rampen en de accordeon verhuist weer naar een andere eigenaar. De accordeon wordt alsmaar ouder, alhoewel hij dominante Siciliaanse kreet nog niet verloren heeft, en de migranten kan je al in generaties onderverdelen. Edna Annie Proulx heeft met Accordeon Crimes niet alleen een zeer sterke roman geschreven maar tevens ook een degelijk sociaal document afgeleverd over de Amerikaanse migrantengeschiedenis van de twintigste eeuw. Dit boek kan je trouwens ook een schoolvoorbeeld noemen van degelijke research. Over de geschiedenis van de migranten bestaat heel wat literatuur gaande van John Roderigero  Dos Passos , Ambrose Gwinett Bierce , Raymond Carver tot Toni Morrison. Je kan  Edna Annie Proulx met haar Accordion Crimes zonder aarzelen in deze gallerei van grote schrijvers bijzetten. Ze heeft zeker een schrijftalent dat zich zeker kan meten met dat van deze ronkende namen. Tevens geeft haar historisch' zoekend oog' een vollediger en neutraler kijk op de geschiedenis. Ze kan zich een neutrale kijk aanmeten omdat ze die periode zelf nooit persoonlijk heeft beleefd en bijgevolg ook minder met emoties en frustraties moet rekening houden. Ze heeft zich als historica, journaliste en schrijfster op het thema geworpen en al de gevonden materie in een boek verwerkt dat ook voor de hedendaagse generatie toegankelijk is. Persoonlijk vind ik het trrouwens een heksentoer van harentwege dat ze er in geslaagd is om  die kleine accordeon door al die toestanden te laten reizen en met zoveel personages te laten kennismaken zonder eentonig te worden en de aandacht van de lezer te verliezen. Haar invalshoek, de accordeon, is natuurlijk origineel. Het boek kwam dan ook nog juist uit op het moment dat de accordeon en accordeonmuziek een soort revival beleefden. Dat is natuurlijk erg grappig omdat in het boek de  afschuw van jongeren voor accordeonmuziek met de generatie toeneemt. Want voor Amerikaanse jongeren staat dat soort muziek gelijk met armoede, migratie en klassestrijd. Accordion Crimes heeft op een vrij luchtige manier een besmeurd stuk geschiedenis van Amerika beschreven dat nog steeds niet voltooid is. Mochten de Europese migranjten al enige status behaald hebben voor vele anderen is dat zeker niet zo. Maar dat is misschien stof voor een volgende roman in het oeuvre van Edna Annie Proulx

 

Zal ik er een tekeningetje bijmaken? (blz193) Wat ook altijd grappig is in de romans van Edna Annie Proulx zijn natuurlijk de tekeningetjes. Die dingen zijn zo maar niet bedoeld als louter grafisch element. Nee ze hebben wel een degelijke literaire functie. In postcards bijvoorbeeld  vormen ze zelfs een onderdeel van het spanningselement. De ansichtkaarten die de auteur plaatst zijn totaal verschillend van diegene die het hoofdpersonage verstuurt. Soms geven ze ook een stuk informatie die wel belangrijk is om het verder verloop van het verhaal te kunnen volgen. Voor The Shipping News volgt ze de stijl van het boek en gooit ze het bijgevolg over een luchtigere boeg. Ze haalt uit Het knopenboek van Ashley regelmatig knopen om een bepaald hoofdstuk mee te beginnen. Hier houdt ze het niet alleen bij knopen, af en toe gebruikt ze ook een gedicht of een spreuk. Voor Accordion Crimes ligt de oplossing nogal voor de hand. We worden in dit boek bedolven onder alle soorten accordeons maar af en toe wacht je als lezer ook nog een aardigheidje. Deze tekeningen vervullen toch wel een heel belangrijke functie binnen de romans. Ze vormen voor de lezer als het ware een uitdaging om de verbeelding te laten werken bij het lezen, net zoals de  hare dat gedaan heeft bij het schrijven. Edna Annie Proulx en de Amerikaanse literatuur Reeds bij het verschijnen van haar eerste roman werd Edna Annie Proulx een fenomeen genoemd. Dat dat menens was blijkt wel uit de prijzen die haar werden toegekend. Amerika heeft heel wat schrijvers die Europees waren of Europese roots hadden. Nu heeft zij inderdaad wat Frans bloed, maar ik denk dat het vooral de Europese mentaliteit is die nadrukkelijk in haar werk doorklinkt, die haar werk zo aantrekkelijk én vernieuwend maakt. Edna Annie Proulx mag geen jonge schrijfster zijn, ze is wel een nieuwe schrijfster,die voor  Amerikaanse normen wel progressieve literatuur brengt. In Europa wordt zij wel door liefhebbers van Angelsaksische literatuur geprezen als een goed auteur die een nieuw licht werpt op de Amerikaanse maar reageert men wel gematigder. Dit is wel begrijpbaar vermits Europa een langere traditie heeft van auteurs die zeer beschaafd de vuile was buiten hangen. Het is dit soort literatuur dat Afro - Amerikaanse auteurs zoals bijvoorbeeld een James Baldwin en een Toni Morrison altijd in het blankeAmerikaanse  kamp gemist hebben. Natuurlijk heeft Edna Annie Proulx minder te verliezen dan een debuterend auteur van twintig. Het is juist door op rijpere leeftijd met een literair debuut op de proppen te komen, dat eksplosief is, dat zij over het nodige relativiseringsvermogen beschikte om hekelende kritieken rustig op te vangen. Toch blijft het positief dat zij voor jonge schrijvers het licht op groen gezet heeft om met degelijk werk het nepbeeld van De Amerikaanse Droom te doorprikken.

 

Edna Annie Proulx over Edna Annie Proulx Als men over het werk van een auteur spreekt is het toch wel aangewezen om de auteur ook zelf aan het woord te laten. Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van haar werk gaf zij heel wat interviews voor de Nederlandse en de Vlaamse pers en daar gaan we nu eens lekker in grasduinen. Als er gevraagd wordt of ze zelf nu ook denkt dat ze met Postcards zoals onder ander The New York Times meldde 'The Great American Novel' geschreven heeft, antwoordt ze geïrriteerd:'Dat is zooo belachelijk! Om de drie boeken roept ergens wel iemand:'O, hier is de de Grote Amerikaanse Roman'. Ik vermoed dat dat soort zinnetjes in de computer van heel wat critici zit opgeslagen. Ze hebben ze maar op te roepen. Dat heeft toch allemaal niks te betekenen. Aan dat soort dingen schenk ik niet veel aandacht. Ik heb te veel schrijvers gezien die kapot zijn gegaan omdat ze geloofden wat er over hen werd gezegd en geschreven. Als je gelooft dat je zo geweldig bent dat de wereld rond jou draait, ben je een dwaas.' ( 1 ) Sommige critici hebben het vage vermoeden dat Edna Annie Proulx graag de verloren culturen beweent, maar dat ziet ze zelf toch anders:'Het is niet zozeer de teloorgang waar ik in geïnteresseerd ben,als wel het proces van verandering. Niet voor niets heb ik jarenlang geschiedenis gestudeerd. Ik voel me aangetrokken tot situaties waarin alles op het punt staat anders te worden - of het nu maatschappelijke veranderingsprocessen zijn, of, zoals in het geval van quoyle, individuele.' (2) Natuurlijk had ze zich aan volgende opmerking kunnen verwachten:'Ansichten wordt een kritiek op de Amerikaanse droom genoemd.Haar antwoord is klaar en duidelijk:'Dat is klassiek. Ieder boek dat een trektocht doorheen een land beschrijft, wordt onmiddellijk als een zoektocht naar, of een beschrijving van de mislukkig van de Amerikaanse droom bestempeld. Aan dat spelletje doe ik niet mee. Mijn boeken geven geen kritiek op de idee van de Amerikaanse droom, de vooruitgang of de teloorgang van tradtionale waarden. Ik moraliseer niet, ik observeer. Wat me interesseert zijn sociale,etische en economische veranderingen in een maatschappij. Maar deze journalist is niet tevreden met het antwoord.Wanneer hij haar confronteert met de hele reeks van mistoestanden die ze in het boek aanhaalt , geeft ze enigzins aarzelend toe: 'Door dat in het verhaal op te nemen, kunnen ze als kritiek aanzien worden. Ze zijn er gewoon dat is alles....Ja misschien heb je wel gelijk. Door ze te vermelden, leg ik de vinger op bepaalde wonden.' ( 3 ). Beschouwt ze de voortdurende parallellen die worden getrokken met het werk van Faulkner en Hemingway  als een compliment? 'Ik weet niet wat die parallellen ook maar zouden kunnen of moeten betekenen.Ik ben al met zoveel schrijvers vergeleken.Wat maakt het uit? wie trekt zich daar ook maar iets van aan? Niemand toch? Het stoort me wanneer mensen mijn schrijven op een of andere manier willen categoriseren:als feministische literatuur, als Amerikaanse literatuur, als faulkneriaanse literatuur, als autobiografische literatuur. Ik ervaar het als een vernedering van mijn eigen verbeelding. Mijn verbeelding kan elk onderwerp aan. Ik heb enkel het schrijven en de research nodig om te weten waarover ik ook wil  schrijven.' ( 4 )

 

Noten 1- Uit een gesprek met Ingrid De bie Humo 30 -07 -1996 2 - "     "          "  Pieter Steinz NCR Handelsblad 07 - 06 -1996

 

3- "       "          "Marnix Verplancke Knack    07 - 08 - 1996

 

4- "    "          " Jeroen Overstijns     De Standaard 24 - 10 - 19

 

Dit kruisverhoor van journalisten duidt er wel degelijk op dat het werk en de persoon van Edna Annie hen boeit. De persrecencies waren dan ook zéér lovend. Vooral The Shipping News werd bij wijze van spreken op staande ovaties onthaald.Toch was niet iedereen zo gelukkig met de pennevrucht van dit nieuwe Amerikaanse fenomeen. Dit zal je meteen merken bij lezing van een fragment uit een artikel van Wim D'Haveloose in het NWT (73 / 1995) . ' The Shipping News is een smartlap van een boek. De positieve boodschap, de suggestie dat het mogelijk is om het roer om te gooien en te ontsnappen uit de rat race, is waarschijnlijk de voornaamste verklaring voor het succes van de roman. Dat er voor de meesten van ons niet voldoende 'new foundland' is overgebleven om er te gaan genezen van onze stadsneurosen, is niet het probleem van Annie Proulx. Wel haar probleem is de vorm van haar boek.' Uiteraard heeft deze journalist het boek goed gelezen en kan je zijn mening alleen maar respecteren ook al ben je er het er niet direct mee eens. Het is wel vreemd dat hij het boek een smartlap noemt want het heeft niet goed gescoord bij zogenaamde smartlappenpubliek (wat dat ook moge betekenen) maar wel bij het intellectuele volkje met de heren en dames academici voorop. Maar misschien is ook dat een verdienste om intellectuelen laten huiveren van intens genot bij het lezen van een smartlap. De literatuur van Edna Annie Proulx is zeker niet onopgmerkt gebleven in het literaire landschap.Deze jongbejaarde debutante heeft  vanuit Amerika de lezer binnengeleid in een ander Amerika dan hij voordien kende. Als je bedenkt dat pakweg twintig jaar geleden Amerikaanse auteurs voor de publicatie van veel bravere boeken naar Europa moesten uitwijken, dan moet je toch toegeven dat deze schrijfster de evolutie niet alleen in haar boeken weergeeft maar er ook in maatschappelijk perspectief volop aan meewerkt.            

 

ANDRE OYEN Bronnen The observer 41-11-1993 / Vrij Nederland 04 - 07 -1994 / NWT 73 1995  Humo 30 -07 -1996 /  NCR Handelsblad 07 - 06 -1996 /  Knack    07 - 08 - 1996 / De Standaard 24 - 10 - 1996 / Trouw 06 -07 -1996

 

De Volkrant 08 -03 -1996 / De groene Amsterdammer 26 - 03 - 1997 De Morgen 29 - 01 -1998 Het werk van Edna Annie Proulx                             

 

00:00 Gepost in Essays | Permalink | Commentaren (0)

13-11-07

EERSTE AFRO-AMERIKAANSE NOBELPRIJS LITERATUUR

 

92f46d552cfd51af60d7e548f7f74a80.jpg 

TONI MORRISON Door de toekenning van de Nobelprijs aan de zwarte Amerikaanse academica Toni Morrison kreeg het afrikanisme in de Amerikaanse literatuur de aandacht van een internationaal publiek. Toni Morrison is niet enkel een Afro-Amerikaanse schrijfster die pamfletten uitdeelt, zij is een zeer begaafd auteur die op een verbluffende manier taal en stijl hanteert om de wereld door kritische 'zwarte' ogen te bekijken en de Amerikaanse literatuur op die manier te verrijken. "Mijn keuzes voor een taal (gesproken, op 't gehoor, informeel), het gebruik dat ik - om echt begrepen te worden - vol vertrouwen maak van codes die verankerd zijn in de zwarte cultuur, de moeite die ik doe om de lezer onmiddellijk te betrekken in de samenzwering en de vertrouwelijkheid (zonder verklaringen die afstand scheppen), alsmede mijn poging om het zwijgen vorm te geven dat ik tegelijk verbreek, dat alles zijn pogingen om het complexe en de rijkdom van de zwarte Amerikaanse cultuur te herscheppen in een taal die deze cultuur waardig is." Nationaliteit: Amerikaanse Geboren op 18/12/1931 in Lorain, Ohio, (USA) Literaire prijzen die zij ontving zijn, onder andere: 1978: National Book Critics Award for Fiction

 

1988: Pulitzer Prize Robert F. Kennedy Book Award

 

1993: Nobelprijs Literatuur

 

Bibliografie 1970: The  Bluest  Eye/1994/Het  blauwste  oog/ Bert  Bakker/vertaling:Nettie Vink

 

1973:  Sula/1994/Sula/Bert  Bakker/vertaling:   Nettie  Vink

 

1977: Song of Solomon/1977/De hemelvaart  van  Salomon/Bruna/1979/De Boekerij BV/1992/herziene vertaling: Piet Verhagen en Ronald Beeck

 

1981: Tar Baby/1983/De  zwarte  lokvogel/Bert Bakker/vertaling: Nettie Vink

 

1987: Beloved/1988/Beminde/Bert  Bakker/vertaling: Nettie Vink

 

1992: Jazz/1992/Jazz/De Boekerij BV/vertaling: Nettie Vink

 

1994: Playing in the Dark  -  Whiteness in the Literary Imagination/1994/Spelen in het donker  -  De blanke literaire  verbeelding/Bert  Bakker/vertaling:  Anna Kapteijns-Bacussa

 

Biografie: Toni Morrison werd geboren onder de naam Chloe Anthony Wofford. Haar grootouders waren landbouwers uit het Zuiden van de USA, die wat grond bezaten, waardoor ze van hun eigen teelt konden leven. Toen deze gronden onteigend werden vertrok de familie naar het Noorden (Ohio). Chloe's vader, een fabrieksarbeider, wantrouwde alles wat blank was, het Witte Huis in het bijzonder. Chloe's moeder, daarentegen, adoreerde de blanke levenswijze en ook sommige blanken droeg zij een warm hart toe.Zij schreef brieven naar President Roosevelt om zich te beklagen over de voedselvoorzieneing die vooral voor zwarten soms erg mank liep. Wat Chloe zelf betrof, die werd als kind weinig met racisme geconfronteerd, ook al ging ze naar een gemengde lagere school. Van minderwaardigheid had zij geen last. Haar ouders vonden haar interessant, zeiden haar dat ook en bijgevolg vond ze zelf ook dat ze interessant was.

 

Hoewel ze het niet erg breed hadden konden ze hun dochter toch verder laten studeren. In 1949 kon Chloe zich zelfs laten inschrijven aan de Howard-Universiteit (Washington), toen uitsluitend voor zwarten, waar ze haar doctoraat Engelse taal- en letterkunde behaalde. Ze doceerde Engels aan Howard, waar ze eveneens de Jamaïcaanse architect Harold Morrison leerde kennen, waar ze ook mee trouwde. Ze kregen twee kinderen, maar hun huwelijk was geen lang leven beschoren. Als gescheiden vrouw met twee kinderen vertrok ze in 1964 naar New York. Daar nam ze een job aan als redacteur bij een uitgeverij van didactische boeken, maar later ruilde ze deze job in voor die van literair redacteur bij Random House. Professioneel schrijfster werd ze echter bij toeval. Terwijl ze als alleenstaande vrouw werkte om haar twee kinderen behoorlijk te kunnen opvoeden en te onderhouden schreef ze ook nog in haar vrije uurtjes. Omdat ze in haar jeugd boeken gelezen had waarin zwarten voorkwamen met wie ze zich niet kon identificeren schreef ze voor zichzelf verhalen waarin de zwarten waren zoals ze echt waren en zijn. Toen ze in een schrijfklas een verhaal schreef over een zwart meisje dat blauwe ogen wil, vonden haar klasgenoten het verhaal zo mooi dat ze haar aanspoorden om het uit te werken tot een roman. Ze volgde deze raad op, en 1970 verscheen haar debuutroman The Bluest Eye.

 

Om haar werkgever niet voor het hoofd te stoten, want ze publiceert bij een andere uitgeverij, gaf ze het boek volkomen anoniem uit onder het pseudoniem Toni Morrison. Het zwarte meisje met 'de blauwe droomogen' oogstte bitter weinig succes. Met Song of Solomon kwam een lichte doorbraak en de echte grote erkenning kreeg ze met het meesterwerk Beloved. Intellectueel Amerika vond dat een van Amerika's 'grootste' auteurs nog te weinig erkenning kreeg en protesteerde hiertegen. In januari 1988 publiceerden deze mensen een open brief in The New York Times Book Review om hun verbolgenheid te uiten over het feit dat Toni Morrison nog nooit genomineerd werd voor een prestigieuze literaire prijs.

 

Vier maanden later werd Beloved met de Pulitzerprijs bekroond, wat van deze roman dan ook een bestseller maakte.

 

Ook op een ander vlak, namelijk op academisch terrein, kreeg ze meer en meer erkenning. Ze werkt als professor aan de universiteiten van Albany en Princeton, en haar colleges over het afrikanisme in de Amerikaanse literatuur worden met lofuitingen overstelpt. Op 7 oktober 1993 werd ze als eerste Afro-Amerikaanse auteur gelauwerd met de Nobelprijs Literatuur.a5714b03a8dca5c506840d465fb016e5.jpg "Een tijdje geleden heb ik naar beste kunnen de aanpak beschreven waarmee ik probeer mijn werk te aarden in proza dat specifiek is voor het ras, maar niet rasgebonden. proza, vrij van rassenhiërarchie en -triomfalisme." Nawoord The Bluest Eye

 

Zwarte Literatuur Toni Morrison heeft altijd duidelijk te verstaan gegeven dat zij in de eerste plaats voor zwarten schrijft. Veel te lang immers hadden, volgens haar eigen zeggen, de auteurs in de USA de indruk dat zij voor een louter blank publiek schreven. Maar tegelijkertijd wijst ze ook de Afro-Amerikaan met de vinger. Ze verwijst dan ook naar het essay van die andere grote Afro-Amerikaanse schrijver James Baldwin, The Fire Next Time, waarin hij schrijft: 'There are too many things we do not wish to know about ourselves, (...). This past, the Negro's past, of rope, torture, castration, infanticide.' (Er zijn zovele dingen die wij over onszelf niet willen weten, (...). Dit verleden, het verleden van de Zwarte, vol van de strop, foltering, castratie, kindermoord.). Toni Morrison graaft in elke roman dat verleden weer op. Ze wil Amerika en, als het kan, de hele wereld wakkerschudden. De slavernij in Amerika heeft bestaan, de Holocaust in nazi-Duitsland heeft bestaan, de Apartheid in Zuid-Afrika heeft bestaan, het mag niet vergeten worden, zoals geen enkele misdaad tegen de mensheid mag vergeten worden. Deze denkpiste komt zowel in haar romans als in haar colleges aan bod. The Bluest Eye In haar debuutroman snijdt Toni Morrison vele onderwerpen aan die ze later, hetzij apart, hetzij gebundeld op haar lezers loslaat, zoals o.a. de vernederingen die zwarte mannen moeten ondergaan en die zij op hun beurt weer omzetten in agressie tegen hun vrouwen, kinderen, vrienden of buren. In The Bluest Eye laat ze een 'gewoon' zwart meisje het verhaal vertellen van een buurmeisje Pecola. Pecola is lelijk en ze denkt dat als ze blauwe ogen moest hebben zoals Shirley Temple, het leven een stuk makkelijker zou worden. Pecola komt uit een arm gezin waarvan de ouders uit mekaar gegroeid zijn. Armoede, drank, uitgekeken zijn op mekaar lokken hoogoplopende ruzies uit die ze achteraf nog kunnen compenseren met driftige paringen. Als ook dat luikje wegvalt, het laatste houvast, zoekt de vader tederheid en seksuele bevrediging bij zijn dertienjarig dochtertje.

 

Reeds in deze roman maakt Toni Morrison gebruik van een vertelster zoals je er vooral aantreft in de Arabische literatuur. In dit geval is het een buurmeisje, in andere gevallen, zoals bijvoorbeeld in Jazz, blijft de vertelster anoniem. De hoofdpersonages geven hun verhaal door aan de vertelster die er haar eigen verhaal aan toevoegt en het geheel uitbreidt met details of roddels, en daar zitten we natuurlijk helemaal in de Afrikaanse orale literatuur. Van de vertelster komen we te weten dat ze uit een gewoon doorsnee zwart gezin komt. Dit meisje wil helemaal geen blauwe ogen, integendeel, ze vernielt zelfs haar poppen die wél blauwe ogen hebben.

 

Maar Pecola is het buitenbeentje, het lelijke eendje dat met alles opgezadeld zit wat ze niet wil, een uiterlijk waar men haar om uitlacht, ouders die ze verafschuwt en een kind dat uit angst en onmacht in haar buik 'gepropt' werd, en droomt van blauwe ogen, het statussymbool van blankheid. Niettegenstaande alle ellende blijven die blauwe ogen een streefdoel tot over de grens van de waanzin. The Bluest Eye is een schitterende roman waarin heel wat taboes aan bod komen. Incest is er één van en dit lag in de jaren zeventig heel wat gevoeliger dan nu. Het stuitendste was voor vele lezers toch wel dat het boek niet alleen de schrijnende onmacht van het kind (het slachtoffer), maar ook die van de vader (de dader) weergeeft. Volgens velen neemt Toni Morrison als vrouw hier een té neutrale houding aan. Sula41893e90f421f0c154100fff00d9ab6a.gif In het hele oeuvre van Toni Morrison vinden we prachtige vrouwenportretten terug , ook al is het hoofdpersonage een man, zoals in Song of Solomon. In Sula maken we kennis met twee totaal verschillende vrouwen, die echter een nauwere band met mekaar hebben dan ze zelf vermoeden. We krijgen een portret van de twee vrouwen Nel en Sula vanaf hun kindertijd tot de middelbare leeftijd. We starten in 1919 en eindigen in 1965. Sula is een durver, maar zij heeft steeds opnieuw een drijfveer nodig en die drijfveer is Nel, conventioneel en zich koesterend in een beschermd leven.

 

Als Nel trouwt verlaat Sula de kleine dorpsgemeenschap in Ohio. Tien jaar later keert Sula terug. De dorpsgemeenschap haat Sula omwille van haar onbeschaamd gedrag tegenover mannen en er wordt beweerd dat ze de duivel in zich draagt. Sula, die door zwarte mannen wordt geminacht omdat ze met blanken naar bed gaat, durft diezelfde mannen ook onverbloemd de waarheid zeggen. Ook Nel vindt dat Sula te ver gaat (blz.121): "Je kunt niet alles. Je bent een vrouw en nog een zwarte ook. Je kunt je niet als een man gedragen. Je kunt niet rondlopen alsof je met niemand wat te maken hebt, doen waar je zin in hebt, nemen wat je wil en vergeten wat je niet wil." Sula neemt wat ze wil, zelfs Nel haar man. Op dat ogenblik verkoelt de vriendschap. Op een zekere dag ontmoet Sula een man die ze vaag kende uit haar jeugd. Omdat hij haar altijd zo hitsig aanstaarde en 'varkensvlees' mompelde als ze voorbijkwam, vluchtte ze bang maar verhit van hem weg. Nu is ze niet bang meer, maar nog wel verhit. Deze man is iets sterker dan zij, want ze wordt verliefd op hem. Hij kan zijn liefde afschermen en verlaat haar. Sula wordt ziek, crepeert. De enige die nog komt opdagen is Nel. Met haar bitsige woorden jaagt ze Nel weg. In alle eenzaamheid sterft ze met een laatste zucht voor Nel. Bijna 25 jaar later zal Nel in de waaiende bomen deze zucht terugvinden en de betekenis ervan (h)erkennen. In elke roman van Toni Morrison springt er wel iets uit op literair en taalkundig vlak, en hier is dat zeker haar vakkundigheid om dialogen te construeren. Song of Solomon In Song of Solomon weet ze een 'zwarte familiestamboom' uit te pluizen in en magisch-realistische sfeer. Hier treffen zeer duidelijk de Afrikaanse orale literatuur en poëtisch Angelsaksisch proza mekaar.

 

In het begin van het boek zijn we getuige van het feit dat een man vanop het dak van een ziekenhuis wil opstijgen, maar de man valt te pletter. De dag nadien wordt Macon Dood geboren. De jongen wordt later Milkman genoemd, omdat hij tot op zeer late leeftijd werd gezoogd door zijn moeder. Voor zijn moeder, die geen tederheid meer van haar man hoefde te verwachten, hadden de zuigende lippen van haar zoontje iets erotisch. Deze Milkman, die met zijn identiteit worstelt en het zwarte bewustzijn niet met geweld wil staven, gaat op zoek naar zijn voorvader Solomon, de man die wel kon vliegen.

 

Song of Solomon is doorspekt met milde humor en grappige woordspelingen, maar gunt ons vooral een blik in de geschiedenis van dat Amerika dat velen onder ons niet kennen.

 

Met dit boek kende Toni Morrison een succes dat dat van haar twee vorige romans ver overtrof. Vele mensen kochten het  alleen om het folkloristische, de amusementsfctor of gewoon maar omdat het een steengoed boek was. Dat zij een alternatief geschiedenisboekje in hun handen hadden was hun volstrekt onbekend.

 

Tar Baby Met Tar Baby mikt Toni Morrison duidelijk op een nog groter publiek. Ze bedient zich van de traditionele romanstructuren, spanningselementen die de leeshonger aanmoedigen en, zoals altijd, van een zeer degelijk, maar poëtisch taalgebruik. Ook de erotiek ontbreekt niet, want het gaat om een grote passionele liefde. Toch is het juist deze roman die zowel bij blanken als zwarten kwaad bloed zette

 

De hoofdpersonages zijn een zwarte man die voortvluchtig is en een vrouw met een lichte huidskleur (belangrijk in de context van het verhaal), die dankzij de financiële steun van een blanke kon studeren en nu als mannequin een fortuin verdient. Niettegenstaande de afkeuring van hààr entourage gaan de twee mensen een passionele verhouding aan, waaruit vonken slaan. Ze gaan samenwonen en leven in een roes, van hààr centen. Als het geld begint te slinken moet er aan werken gedacht worden. Maar een vaste job ligt hem niet. Hij wil de jonge vrouw ook aan zijn vader voorstellen. In het Verre Zuiden is een man opgegroeid van wie ze houdt, maar die ze niet kent. Zij is even weinig vertrouwd met 'zijn zwarte landelijke leven' als hij met haar luxe uit New York, de Caraïben en Parijs. Hij wil het pure zwarte leven, zij een gewoon leven zonder tradities of hang naar rasidentiteit. De hartstocht ebt weg en spanningen, die verbaal en lichamelijk geweld uitlokken, komen in de plaats.

 

Duidelijk een actueel werk, dus, waarin ook kindermishandeling, koloniale overheersing en machtsmisbruik aan bod komen. De raciale tegenstellingen zijn echter dominerend. En een uitspraak als deze, die uit de mond van de zwarte man komt, schoot bij vele lezers in het verkeerde keelgat (blz. 257): "'Gemengde' huwelijken bestaan niet. Dat lijkt maar zo. Mensen vermengen geen rassen, ze laten ze aan hun lot over of kluiven ze af." Beloved Met Beloved levert Toni Morrison een van de mooiste en tegelijkertijd schrijnendste romans af die ooit over de Amerikaanse slavernij geschreven werden. Alhoewel het hier een fictiewerk betreft, leunt het dicht aan bij de non-fictie van V.S. Naipauls, Het verlies van de Eldorado, tenminste daar waar het slavernij betreft. Met dit verschil dat Naipaul over Trinidad schreef, waar door de verschillende overheersingen het 'regime' aan de nationaliteit aangepast werd: Spaans-Frans-Brits.

 

Toch hebben Morrison en Naipaul veel gemeen als ze laten blijken dat zwarten als dierlijk en als wild werden beschouwd en als zodanig ook werden behandeld. Ze werden letterlijk aan de ketting gehouden en als een blanke man zo laag was gevallen dat hij zich seksueel in en zwarte vrouw wou ontladen, had hij zeker geen toestemming nodig van de persoon in kwestie. Eerder van de slaveneigenaar, want een zwangere vrouw kon minder arbeid presteren. In heel deze historische achtergrond van slavernij, slavenbevrijding, invoeren van de segregatiewet, enz. staat het personage van Sethe centraal. Door de 'goedheid' van haar meesters kan zij nog de keuze van haar echtgenoot bepalen en is er zelfs een feestje met een heuse jurk, van mooie lappen gemaakt. Ze houdt van de man die zich 'verkocht' om zijn moeder vrij te krijgen. Ze houdt van de kinderen die ze samen krijgen en die ze liever doodt dan ze aan de razernij van de blanke heersers vrij te geven. Niemand begrijpt echter haar wanhoopsdaad. Haar schoonmoeder biedt haar onderdak zonder enig oordeel te vellen. Maar het verleden eist zijn tol. Een van de beminde overledenen komt haar verantwoording vragen... Dit boek van Toni Morrison is opgedragen aan 'zestig miljoen en meer' en dat... maakt wellicht verdere woorden overbodig. Jazz Haar voorlopig laatste roman is het veel geprezen Jazz. Een misschien wat misleidende titel. Want er wordt niet gerept over Cotton Clubs of Billie Holiday of andere grote jazzfenomenen. Het enige dat de titel rechtvaardigt is het gevoel, de sfeer en de zwarte identiteit die deze muziek oproept.

 

Toni Morrison schrijft zelf: "Niemand weet eigenlijk precies wat jazz betekent, maar ook nu nog gebruikt iedereen de term zonder het gevoel, de wortels van de jazz werkelijk te begrijpen. Jazz is beweging, dynamiek en improvisatie, jazz is de taal van de verbeelding en dat vinden lezers terug in mijn roman." De roman is ietwat rauwer van aanpak en er wordt inderdaad aan de lopende band geïmproviseerd met verleden en heden, met personages en gevoelens. Violet is een tanende schoonheid. Haar man Joe, met wie ze zoveel warmte deelde, is haar beu en legt het aan met de veel jongere Dorcas, die de dochter zou kunnen zijn die Violet hem nooit geschonken heeft. In een vlaag van jaloezie schiet Joe Dorcas dood. Vreemd genoeg wil Vioilet zich niet wreken op haar man, maar wel op het lichaam van het meisje dat hij verleidde en doodde. Ze gaat op speurtocht om te ontdekken wie het meisje was om zo beter te begrijpen waarom haar geliefde Joe juist dit meisje koos. Zwarte analyse en blanke literaire verbeelding In Playing in the Dark gaat Toni Morrison op zoek naar 'zwarte kwesties' of, om literaire academische taal te gebruiken, het afrikanisme in de literatuur en in het bijzonder in de Amerikaanse literatuur.

 

Deze essays zijn een neerslag ven enkele van haar colleges in literatuuranalyse aan de Harvard University; Zij stelt onomwonden vast dat haar werk van haar nadenken vereist over de vrijheid die zij als Afrikaans-Amerikaanse schrijfster kent in een wereld waarin geslacht, seksualiteit en vooral ras zo'n grote rol spelen. Volgens haar zijn te weinig mensen die aan literatuurgeschiedenis doen en zich bezig houden met de literaire canon zich bewust van de macht die ze in handen hebben. Als je jezelf niet kan verplaatsen in een ander, blijf je het best met je vingers van de 'literaire verbeelding' af. Een blanke, gelovige, mannelijke heteroseksueel die alleen die aspecten onderzoekt in de literatuur die hem aanbelangen en met deze gegevens de literaire canon aanvult en de rest zorgvuldig achter slot en grendel houdt, voor niemand bereikbaar, handelt tegen alle humanistische waarden in.

 

Toch is dit gebeurd, zowel bij de opbouw van 'De Nieuwe Amerikaanse Droom', als tijdens het liquideren van 'on-Amerikaanse praktijken (?)'. Toni Morisson vraagt zich dan ook terecht af hoe het mogelijk is dat de Afrikaanse bevolkingsgroep die er al was voor er ook maar één beroemde Amerikaanse schrijver was en die vast en zeker een invloed heeft gehad op bijna elke Amerikaanse auteur, gewoon genegeerd wordt. Het afrikanisme is gewoonweg niet weg te denken uit de nationale Amerikaanse literatuur en vult die juist daarom zo mooi in. Het begrip afrikanisme kan je natuurlijk ook pejoratief gebruiken, wat meestal gedaan wordt ! Een van haar conclusies is dat de Europeanen die naar Amerika vertrokken zijn, een nieuw Europa in een andere wereld wilden stichten. Het moest een nieuw Rijk worden, waar de oorspronkelijke waarden, ontdaan van hun verderfelijke oud-Europese in vloeden, in ere hersteld konden worden. De 'werkdieren' in de katoenvelden, de plantages en de drek mochten hier geen smet op werpen. Literaire verbeelding hou je niet in toom. De woorden kunnen een mooi blank verhaal vormen, waar echter wel de 'Black African Soul' in rondzweeft. Voorbeelden hiervan vind je terug in het werk van Mark Twain (Huckleberry Finn), Ernest Hemingway (To Have and to Have Not), Edgar Allan Poe (The Narrative of Arthur Gordon Pym), enz.

 

Toni Morrison dringt aan op een meer deskundige en neutrale literatuuranalyse, opdat de broeierige 'subteksten' door het blanke en morele vernis hun complexiteit en kracht niet zouden verliezen in een spiegelende maar steriele glans. Toni Morrison in humanistisch perspectief Wat de kritieken ook mogen zeggen, Toni Morrisons romans zijn een zoektocht naar een verleden van zwarte mensen die daarvan vandaag de gevolgen nog aan den lijve ondervinden in de Amerikaanse samenleving. Het feit dat ze inmiddels een kind van twee culturen is geworden en vanuit deze instelling taal en stijl hanteert, brengt het zwarte verleden nog schrijnender naar voren. Als zwarte vrouw een academica te zijn is geen misdaad, maar een recht waar feministen (zwarte en blanke) lang genoeg voor gestreden hebben. Toni Morrison is zich bewust van haar status en gebruikt deze om op een eigentijdse humanistische wijze de wereldliteratuur te bekijken én aan te vullen "Steeds weer verbaas ik mij over de schatkamer die de Amerikaanse literatuur is. Hoe boeiend is de studie van de schrijvers die zich verantwoordelijk voelen voor alle waarden die in hun kunst een rol spelen. Hoe geweldig is de prestatie van hen die hebben gezocht en gegraven naar een gemeenschappelijke taal voor de woorden om het te zeggen." Playing in the Dark (blz.13-14) Bronnen The Guardian - 18/4/92 The Times - 28/4/93 NRC-Handelsblad - 7/10/93 The Guardian - 8/10/93 De Provinciale Zeeuwse Courant - 8/10/93 De Standaard - 8/10/93 The Guardian - 20/10/93 nawoord: The Bluest Eye

 

essays: Playing in the Dark en het gehele oeuvre van Toni Morrison

 

André Oyen Jan Jespers

00:20 Gepost in Essays | Permalink | Commentaren (0)

15-09-07

PIJPELIJNTJES

Jacob Israël de Haan

cb7cae5207e896a342e1c0c06bbba3a2.gif

GEDREVEN TUSSEN DEMON EN HEILIGE

Die na mij komen, lezen mijn kwatrijnen.

Zij zullen sidderen, als zij verstaan,

Met welk een hartepijnen

Ik zingend door het leven ben gegaan.

(fragment uit Kwatrijnen) Terwijl in 1904 in Groot-Brittannië de homohaat die door 'de zaak-Oscar Wilde' was opgewekt nog steeds hoogtij vierde ontstond in Nederland tumult rond de eerste openlijke homo-erotische roman Pijpelijntjes. De auteur ervan, Jacob Israël de Haan mocht niet meer als redacteur van Het Volk, het partijblad van de SDAP, functioneren, mocht zelfs geen lid meer blijven van deze partij en verloor tevens zijn job als onderwijzer. Deze drastische sancties werden genomen omdat de verkiezingen in aantocht waren en de SDAP die zich wel een vrijdenkende partij noemde  het zich niet wou en kon permiteren om een openlijke homoseksueel die op de koop toe ook nog joods was in haar top te tolereren.  De 'pijpelijntjesaffaire' zorgde  van 1904 tot 1908 voor een niet aflatende polemiek die zelfs tot debatten in de Nederlandse Tweede Kamer leidde. Doch Jacob Israël de Haan gaf de moed niet op en bleef zijn homoseksuele gevoelens neerschrijven. Hij werd daardoor meer dan vijftig jaar later door de Nederlandse homobeweging als emancipator avant la lettre gehuldigd. Ook in de joodse zaak heeft hij een heel belangrijke rol gespeeld. Zijn dichtbundels Het Joodsche lied - Boek 1 en Het joodsche lied - Boek 2 mogen beschouwd worden als een literaire hulde aan de joodse identiteit, zijn dood was het gevolg van een politiek engagement. Jacob Israël de Haan was zijn tijd ver vooruit en zelfs heden ten dage ervaren velen hem nog als een uiterst controversiële figuur. Biografie De Nederlands-joodse dichter, schrijver en jurist Jacob Israël de Haan, broer van Carry van Bruggen, werd op 31 december 1881 in het Drentse Smilde geboren. Zijn vader was een 'gazzen' (rabbi), voorzanger en voorlezer in een synagoge. In Zaandam , waar het gezin lange tijd verbleef, bezocht hij verschillende lagere scholen. Van 1896 tot 1900 was hij leerling van de Rijkskweekschool. Na verschillende examens te hebben gedaan begon hij in 1903 rechtswetenschappen te studeren. Voor hij privaatdocent in de rechtskundige significa  werd was hij eerst onderwijzer. Net als zijn zus brak hij vrij vroeg  met zijn joods-orthodoxe opvoeding en werd vrijdenkend, socialistisch journalist. Hij werd uit de SDAP gezet omwille van zijn eerste publicatie, een homo-erotische roman Pijpelijntjes (1904). Dit boek, waarin voor het eerst in de Nederlandse literatuurgeschiedenis een homoseksuele relatie centraal stond, wekte weerzin en bewondering op. Heel wat van zijn vrienden en collega-schrijvers zoals onder andere Frederik van Eeden en Lodewijk van Deyssel distantiëerden zich openlijk van het werk. Anderen namen het voor hem op zoals bijvoorbeeld de Franstalige Belgische romancier en redacteur bij het dagblad l'Étoile Belge Georges Eekhoud. Maar de rel die onstaan was had wel, zoals eerder gezegd, zware gevolgen voor Jacob Israël de Haan. De SDAP wou als een deftige partij de verkiezingsstrijd aanbinden, niet als een partij die ontuchtige lieden zoals Jacob de Haan toeliet. De houding die de partij bij monde van zijn voorzitter P.L. Tak aannam werd door velen betreurd. Pijpelijntjes werd gedeeltelijk opgekocht door Arnold Aletrino, zelf ook schrijver, vriend van de Haan en als criminoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Het boek was aan hem opgedragen en hij herkende zich tevens in één van de twee hoofdpersonages. Arnold Aletrino verbrak in zeven haasten de vriendschap met Jacob Israël de Haan. Het andere gedeelte werd opgekocht door de eerste vrouwelijke Nederlandse arts, dokter Johanna van Maarsveen, met wie Jacob Israël de Haan in 1907 een verstandshuwelijk aanging. Deze vrouw, die blijkbaar van hem hield, kocht een gedeelte van de oplage van het omstreden boek op om het te vernietigen en zo alle ander onheil af te weren. Hij moest haar dan ook beloven om van alle verdere 'pijpelijntjeslectuur' af te zien.

 

Het is een belofte geweest die hij nooit heeft kunnen houden. Hij heeft het wel geprobeerd en het resultaat Ondergangen dat in1907 als feuilleton verscheen in het  Vlaamse tijdschrift Ontwaking was een heel sterke roman waarin de natuur en een huiveringwekkende zusterrelatie een heel bijzondere plaats innemen. De grote tijdschriften wilden van geen opname in hun publicatie weten en Ontwaking was niet genoeg gekend om het werk onder een groot lezerspubliek te brengen. Het feuilleton heeft dan ook nooit een serieuze kans gekregen om in die tijd in boekvorm te verschijnen. Maar hij had sinds Pijpelijntjes een reputatie opgebouwd waar elke uitgever meteen voor achteruit deinsde. Terwijl Ondergangen nog maar net de deur uit was fixeerde hij zich volkomen op zijn nieuwe roman Pathologieën die in 1908 zou verschijnen. Deze roman kwam er dank zij de medewerking van Georges Eekhoud die er het voorwoord voor zou schrijven. Georges Eekhoud (1854-1927) had zich een flinke reputatie weten op te bouwen met naturalistische streekromans, waarin de hoofdpersonen doorgaans sterke karakters waren en uitgroeiden tot ware helden. Eekhoud was net als Maurice Maeterlinck een van diegenen die de Franstalige Belgische literatuur nieuwe impulsen gegeven hebben. Jacob Israël de Haan had enorm veel bewondering voor deze zuiderbuur die hem niet alleen als persoon inspireerde tot het schrijven van de gedichten Libertijnsche Liederen maar ook diens werk was voor hem een muze. In 1899 schreef Georges Eekhoud een roman La nouvelle Carthage waarvan pupil Jacob de titel zou overnemen voor een dichtbundel uit 1919, Een nieuw Carthago. De helden van beide schrijvers hadden echter wel een totaal verschillende levensstijl. Toch had Georges Eekhoud eveneens bewondering voor zijn Nederlandse adept omdat hij zich interesseerde voor het sociale en de invloed van de seksuele driften op de mens erkende. Maar zelfs met de hulp van 'zijn meester' werd de roman waarin homoseksuele liefde, sadisme en masochisme centraal staan zo vijandig ontvangen door de critici dat hij reeds na korte tijd verramsjt moest worden. In zoveel teleurgesteld verliet Jacob Israël de SDAP om terug te keren tot het geloof van zijn vader dat hij al heel vroeg de rug had toegekeerd. Hij zocht een ander 'huis' en dacht het bij de zionisten gevonden te hebben, maar moest al vlug inzien dat dit zeker niet klopte. Toch hebben de gedichtenbundels die hij na zijn bekering schreef, Het joodsche lied - Boek 1 (1915) en Het joodsche lied - Boek 2 (1921) hem een beetje van de erkenning gebracht die hij in werkelijkheid verdiende. De kritieken van kenners én collega's waren unaniem lovend. J.C. Bloem over Het joodsche lied: 'Benijdenswaardige gave' en ook Frederik van Eeden noemde hem een 'Rasgeest'. Ondanks alle perikelen rond de Haans proza waren van Eeden en de Haan bevriend gebleven. Alhoewel er nadruk moet op gelegd gelegd worden dat de wil om deze vriendschap in stand te houden van de Haan uitging en dat hij zo ook in zijn eigen leven net als in zijn werk het thema van de kweller en de gekwelde alle eer aandeed. Maar recht uit het hart van Frederik van Eeden kwam volgende zin: 'Hij spreekt met een ernst, een woord-geweld, een klassieke kracht waar tegen geen enkel nationaal dichter opgewassen is.' Ook Victor van Vriesland, die alles behalve een vriend van hem was, stak zijn waardering voor de dichter niet onder stoelenof banken: 'Hij was een geweldige vernieuwer van de metrische mogelijkheden van het vers'. Albert Verwey was van meet af aan onder de indruk van zijn poëzie en vanaf 1909 werden zijn gedichten reeds in het tijdschrift De Beweging geplaatst. Het was een grote droom van de Haan dat zijn Joodsche lied ooit net zo zou gezongen worden als de gedichten van de beroemde dichter Chaim Bialik. Deze droom is echter nooit uitgekomen omdat de Nederlandse joden blijkbaar niet zo van zijn poëzie onder de indruk waren als hij gehoopt had. Omdat hij wegens zijn reputatie naast de post van hoogleraar in het strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam greep en hij zich ook bij de Nederlandse zionisten alles behalve op zijn gemak voelde besloot hij, inmiddels al globetrotter geworden, om in 1919 naar Palestina te vertrekken waar hij aan de rechtsschool kon doceren en tegelijkertijd als correspondent voor het Algemeen Handelsblad kon fungeren. Hij schreef regelmatig zeer gesmaakte feuilletons voor dit blad die in 1921 al werden gebundeld onder de titel Jerusalem . Ook in Palestina ging het hem niet voor de wind. Als zionist ervoer hij al vlug dat er van joodse kant nogal onhoffelijk ja zelfs racististisch door de joodse kolonisten met de Palestijnse arbeiders werd omgegaan. Hij verzette zich openlijk tegen de zionistische intolerantie. In het Handelsblad ging hij steeds feller tekeer tegen de zionisten die hij uitmaakte voor bolsjewisten en het zionisme werd vergeleken met het katholicisme: 'Een mooi idee met lelijke mensen.' Hij stapte over naar de zeer orthodoxe antizionistische groepering van Chaim Sonnenfeld die goede contacten met de de Arabieren onderhield. Het was in Jeruzalem een publiek geheim dat hij homoseksueel was, maar dat hij relaties met Arabische jongens had vond men toch wat al te gortig worden. Men begon hem meer en meer als een verrader te beschouwen. Zijn studenten op de rechtsschool waaraan hij verbonden was gingen tegen hem in staking en hij werd ontslagen. Op 30 juni 1924, vlak voor hij naar Engeland zou vertrekken als vertegenwoordiger van de rechts-orthodoxen, werd hij tijdens het gebed door een onbekende neergeschoten. Heel lang heeft men het bericht verspreid dat het een Palestijn was die hem vermoord had. Pas halverwege de jaren tachtig kwam de Israëlische journalist Shlomo Nakdimon er achter dat de dodelijke schoten afgevuurd werden door het hoofd van de Hagana (paramilitaire zelfverdedigingsorganisatie). Volgens de journalist had de moord de volledige goedkeuring van Itzak Ben Zvi, de toenmalige leider van de zionistische beweging en tevens de tweede president van de staat Israël. Met de dood van Jacob Israël de Haan verdween een zeer groot joods intellectueel met een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel. Over hem schreef Gerrit Komrij in 1982 in het NRC Handelsblad: 'Er is naar het werk van de Haan nog veel onderzoek te doen - maar we lopen daar geenszins op vooruit wanneer we hem eindelijk de plaats toekennen die hij verdient onder de Nederlandse dichters: onder de grootsten'. Om deze woorden kracht bij te zetten hebben heel wat taal- en literatuurkenners gewerkt. Dat was altijd niet zo gemakkelijk want rond zijn persoon is ook nog na zijn dood een taboesfeer blijven hangen. Van de eerbetuigingen die men voor hem wou doen, zoals het oprichten van een monument na zijn dood of een straat naar hem noemen in Jeruzalem, is nooit iets van in huis gekomen gewoon omdat de nodige instanties niet geïnteresseerd waren. Ook in boeken over literatuurgeschiedenis wordt zijn naam nauwelijks of niet genoemd. Het enige grote zichtbare eerbewijs dat er voor hem momenteel bestaat is een inscriptie in het homomonument in Amsterdam waarin de versregel Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen uit zijn gedicht Aan eenen jongen visscher (1913) werd gegraveerd. De uitspraak van Abel jacob Herzberg (1893-1989), Nederlands schrijver van Russisch-joodse afkomst, die hij deed in De Tijd van 29/01/1982 naar aanleiding van de honderdste verjaardag van Jacob Israël de Haan is typerend voor mensen die hem persoonlijk gekend hebben: 'Ik denk nog altijd aan hem terug met verdriet, verdriet ja op de een of andere manier, ik vind het jammer van de man. Hij was iemand met machtige kwaliteiten en grote belangstellingen maar het is allemaal stuk gelopen.' Een stukgelopen en stukgeschoten leven dat men niet te veel onder de postume aandacht wou brengen. Waar is de teedre spanning van het leven, Dat volk aan volk en land aan land verbond? Het onheil heeft zijn delgend zwaard geheven En 't Leven ligt in 't hijgend hart gewond. (fragment uit: In den oorlog uit Het joodsche lied) Zijn werk Jacob Israël de Haan liet een imposant oeuvre na waarvan men echter niet weet of het volledig is. Het gepubliceerd werk in boeken en tijdschriften werd netjes geïnventariseerd. Over het niet gepubliceerd werk heeft men geen zekerheid. Een jaar na zijn dood kreeg zijn weduwe, die in Nederland was gebleven, de eigendommen van haar man terug. Ze deed ermee wat de meeste weduwen doen, maar literatuurvorsers tot wanhoop brengt. Iets bewaren, iets weggeven, iets naar de veiling brengen en zelf sommige dingen houden. Zo kon het bestaan dat een jonge radicale zionist David Koker een groot deel van de aantekeningen en geschriften van de Haan kreeg. Tijdens WO II werd deze man opgepakt en weggevoerd. In de veronderstelling dat hij na de oorlog terug zou komen werd alles bij Karel van het Reve, een klasgenoot van David Koker ondergebracht. Maar de man kwam helaas niet terug en vermits inmiddels Johanna van Maarsveen ook overleden was besloot Van het Reve de collectie aan de Bibliotheca Rosenthaliana in Amsterdam te schenken. Helaas bleven er nog negentwintig schriften met gedichten liggen. Toen men naar aanleiding van de zeventigste veerjaardag van het overlijden van Jacob Israël de Haan in 1994 een catalogus over zijn werk wou aanmaken kwam de heer Karel Van het Reve met de schriften aandraven. Telkens al hij op zolder kwam en de schriften aantrof dacht hij 'ik moet die schriftjes wegbrengen', maar vergat het telkens weer. Zo zullen er her en der nog wel dingen zijn weggegooid zonder te beseffen hoe kostbaar al die dingen kunnen zijn om het belang van een kunstenaar aan te tonen die tijdens zijn leven niet zo bijster geliefd was. Aan de nalatenschap van de Haan is zeer veel aandacht besteed. Zo ontrafelden de heren Leo Ross en Rob Delvigne het prozawerk van de Haan tot in de finesse en schreven zij voor elke heruitgave of eerste uitgave een lang voor- en nawoord waarin ze haast elke gedachte en elk woord analyseerden. Mede door hun toedoen kwam er in de jaren tachtig een ware revival van deze miskende auteur. En dat is natuurlijk heel lovenswaardig. Maar reeds in 1963 maakt E. Israël een biografie over hem, namelijk Jacob Israël de Haan, dichter van het Joodse lied en in 1967 volgde er nog eentje van J. Meijer onder de titel De zoon van een gazzen. De laatst gedateerde uit 1999 Mijn lied, mijn leed , mijn hartstocht - Het leven van  Jacob Israël de Haan (1881- 1924) werd samengesteld door E. Schaap in opdracht van het Anti-Discriminatie Bureau Zaanstreek. Een selectie uit zijn werk Pijpelijntjes -roman (1904) / Kanalje -verhalen (1905) / Open brief aan P.L. Tak -briefwisseling 1905 /Ondergangen -roman (1907) /Pathologieën - roman (1908) /n Russische gevangenissen -verslag (1913)/ Libertijnsche Liederen - gedichten (1914) / Het Joodsche Lied -gedichten (1915) / Rechtskundige Significia en hare toepassing op de begrippen 'aansprakelijk ,verantwoordelijk, toerekeningsvatbaar '- dissertatie (1916) / Liederen - gedichten (1917) / Het Joodsche Lied. Tweede boek -gedichten (1921) / Jerusalem - reisbrieven (1921)  /Kwatrijnen - gedichten (1924) Palestina - reisbrieven (1925) / Brieven uit Jerusalem - bloemlezing (1941) /Verzamelde Gedichten (1952) / Jacob Israël de Haan, correspondent in Palestina 1919/1924 - reisbrieven (1981) / Nerveuze vertellingen - verhalen (1983) Verbijsterend proza Het proza van Jacob Israël de Haan is hoe vlot en goed geschreven ook allesbehalve opwekkend. Het is niet verwonderlijk dat het in die jaren voor de nodige opschudding heeft gezorgd. Sommige van de verhalen uit de bundel Nerveuze vertellingen zouden zelfs heden ten dage nog voor de nodige herrie gezorgd hebben. De man was homoseksueel, kwam daar openlijk voor uit maar leed daar verschrikkelijk onder. Dat komt niet alleen in geschriften over hem maar ook in die van hemzelf duidelijk naar voor. Hij was een gekwelde geest en voelde zich geoordeeld en veroordeeld. Hoe groter de aversie tegen hem en zijn werk werd hoe meer hij er op uit was om te choqueren ook al kon hij dat werk niet publiceren. Ook staat duidelijk vast dat hij, al beweert hij zelf het omgekeerde, op bepaalde momenten rekening heeft moeten houden met de verscherpte zedenwetgevingen en de gevoeligheden van de personen rondom hem. Mentale wreedheid al dan niet gekoppeld aan  masochisme en sadomasochisme overheerst zijn werk. Dat was al zo in zijn omstreden debuut Pijpelijntjes en dat ging in stijgende lijn verder. Pijpelijntjes bevat trouwens een verhaal dat ongewild en ongeweten bij diverse auteurs en cineasten uit de jaren zestig en zeventig herhaaldelijk terug te vinden is. Een prachtig voorbeeld hiervan is de Duitse cineast Rainer Werner Fassbinder die deze thematiek herhaaldelijk in zijn films aankaart. In de literatuur uit de homosubcultuur was en is de ongelukkige relatie met masochistische trekjes schering en inslag en dit is natuurlijk voor een groot stuk te wijten aan de sterke maatschappelijke druk. Het is natuurlijk wel fascinerend om te zien hoe de Haan dat toenmaals zeer moeilijke thema aanpakte. Dit was helemaal nieuw. Het kon dan ook niet anders dan dat de auteur koos voor een innige maar slecht aflopende relatie tussen twee jongemannen. De ene is de oprechte minnaar, de gekwelde, die liever sterft dan zijn geliefde op te geven de andere is de kweller die zich naar de buitenwereld als een 'normaal' (?) man wil profileren en zijn grote liefde heel minachtend behandelt om ten slotte een vrouw te verkiezen. Bij Maurice van Forster zaten we in dezelfde situatie maar dan kwam de tuinjongen tenminste nog voor een happy end zorgen. Pijpelijntjes is somber maar wel erg mooi en het geeft ook helemaal de sfeer van het Amsterdam in het begin van de twintigste eeuw weer. Van meet af aan profileert de Haan zich als een groot schrijver die oersterke personages kan creëren. Zowel de ongecensureerde versie als de gecensureerde versie maakten een grote indruk op mij en deden me naar meer literatuur van deze auteur uitkijken. Het is jammer dat dit boek zoveel herrie verwekte en dat de Haan door dit mooi boek beroepsverbod kreeg. Ook het moeten herschrijven van het boek moet een grote belediging zijn geweest voor een schrijver met zo'n kwaliteiten. Nu in de gekuiste versie is het homoseksuele aspect helemaal niet afgezwakt maar wel de herkenbaarheid van de persoon, Arnold Aletrino, aan wie hij het boek opdroeg, en die hij tevens liet fungeren als de gekwelde minnaar. Alle herrie ten spijt liet de Haan zich toch niet weerhouden om met nog een gewaagder boek op de proppen te komen. Namelijk Pathologieën De ondergangen van Johan van Vere de With. Uitgezonderd in Libertijnsche Liederen heb ik de auteur nergens sterker geweten dan in dit boek. Het is gewoonweg subliem maar absoluut niet bestemd voor al té gevoelige lezers. In deze roman maken we kennis met Johan van Vere de With, die een hevige passie voor zijn eigen vader heeft opgevat. Wanneer hij zijn vader echter over deze gevoelens vertelt wijst deze laatste hem onmiddellijk de deur. Johan is gebroken en verlaat zijn geboortedorp om zich in Haarlem te vestigen. Hij vindt een pension waar tevens de talentvolle kunstschilder René Richell, eveneens homoseksueel, zijn intrek heeft genomen. Johan heeft een afkeer van de man maar laat zich toch uiteindelijk inpalmen. Ze hebben een meester-slaaf-relatie waarin René Johan op gruwelijke wijze lichamelijk en geestelijk misbruikt. Toch blijft Johan bij deze man ook al weet hij zéér goed dat deze man er op uit is om hem totaal te vernietigen. Niet bepaald een opwekkend thema, zal je zeggen, maar het is wel meesterlijk uitgewerkt. De auteur weet beide tegenpolen zeer goed te regisseren, zodanig goed zelfs dat je René zelfs geen misdadiger kan vinden, hoogstens een door de maatschappij beschadigd mens. De figuur van Johan is een constante in het werk van de Haan en je zou kunnen vermoeden dat ook René ooit een Johan-figuur is geweest. Een groots werk dat helaas te weinig erkenning heeft gekregen. Ook in Ondergangen zitten we goed op de kweltoer maar daar kan de gekwelde uiteindelijk weerstand bieden aan de kweller. Deze roman geeft een zeer goed beeld van het Nederlands hard en stug plattelandsleven aan het begin van de twintigste eeuw. Ook is niettegenstaande het beklemmende verhaal de rasechte poëet aan het woord. De door de auteur zo geliefde Zaanstreek wordt hier met woorden gepenseeld. Tegen dit prachtige decor worden we geconfronteerd met het wrange verhaal van Anna en Liesbeth van Arkel. Ze zijn zusjes en komen uit een verpauperd gezin. Anna kan je absoluut geen mooie vrouw noemen. Zij is echter zeer verstandig en slaagt met glans en glorie in haar studies voor verpleegster. Zij verdient goed haar brood maar moet er zeer hard voor werken en er zich zeer veel voor ontzeggen zoals een huwelijk en kinderen. Ze leeft alleen voor haar werk en de weinige uitgaven die ze doet zijn bedoeld om schaarse voeding en kleding te kopen, haar oudere gehuwde zus Johanna en haar gezin te helpen en om voor haar pensioen te sparen. Liesbeth daarentegen is een heel mooie vrouw en dat weet ze ook. Ze vertrekt naar Parijs om met haar mooie stem en andere charmes welgestelde heren te amuseren. Als ze terug in Nederland komt heeft ze altijd massa 's geschenken bij voor Johanna en Anna. Deze laatste weigert steeds om iets aan te nemen want ze wil van niemand afhankelijk zijn. Maar er komt een dag dat Liesbeth niet meer naar Parijs terugkeert. Ze is te oud geworden voor haar werk en ze is blut. Toch wil ze haar luxueus leven niet opgeven. Ze wendt zich tot Anna en als deze haar niet uit vrije wil onderhouden dan vindt Liesbeth pressiemiddelen in overvloed om haar zover te krijgen. Liesbeth is gewend om altijd haar zin te krijgen. Ze weet Anna zodanig te manipuleren dat deze steeds harder gaat werken en alsmaar zuiniger voor zichzelf wordt om toch maar de buitensporige hoge rekeningen van haar zus te kunnen betalen. Anna werkt zich krom en piekert zich suf om toch maar de eindjes aan mekaar te kunnen knopen terwijl Liesbeth een luizenleventje leidt. Maar de kruik gaat te water tot ze barst en daar heeft Liesbeth in al haar geraffineerdheid niet aan gedacht. Ondergangen is een heel beklemmend verhaal dat zeer goed gestructureerd werd en ook schittert door zijn knappe dialogen. Het meest demonische uit het proza van Jacob Israël de Haan is het verhalend proza dat we terug vinden in de bundel Nerveuze vertellingen. Ook al is het van meet af aan overduidelijk dat deze verhalen bedoeld waren om te provoceren en choqueren toch zijn ze kwalitatief zeer goed. Ik kan mij best voorstellen dat elk verhaal een woede-uitbarsting heeft betekent  voor de Haan. Hij schopt tegen elke moraal en tegen elke norm aan. Hij hanteert hier het geweld in beeldtaal dat Jean Genet veel later onder groot protest zou hanteren in Les pompes funèbres. Jean Genet liet een Franse verzetsheld genieten van anale seks met Hitler en de de Haan laat een aanbidder van de Duivel Christus verkrachten. De symboliek die beide heren gebruiken vertoont parallellen en is voor dezelfde hypocrisie bestemd. Dit komt in een van de verhalen zeer goed uit de verf als de Haan zeer duidelijk laat blijken dat Nederland het kleinburgerlijkste land was dat hij kende en dat hij het hartstochtelijk heeft gehaat. Zijn poëzie Frivool, lyrisch, verdrietig In 1952 verschenen de verzamelde gedichten van Jacob Israël de Haan in twee delen bij G.A. van Oorschot onder redactie van K. Lekkerkerker. Het gaat om de tot dan teruggevonden gedichten vanaf 1909. De samensteller nam 1909 als begindatum omdat Albert Verwey vanaf toen startte met het publiceren van de Haans poëzie in het tijdschrift De Beweging. Het betreft hier wel een uniek werk want de zes bundels die de dichter liet verschijnen, namelijk Libertijnsche Liederen, Het Joodsche Lied, Liederen, Een Nieuw Carthago, Het Joodsche Lied/ Tweede Boek en Kwatrijnen worden integraal weergegeven. Maar ook verspreide en nagelaten gedichten ontbreken niet. Uit deze poëzie blijkt dat de Haan een zeer belezen en wereldwijs man was. Net als zoveel van zijn tijdgenoten greep hij graag terug naar de oudheid, vooral als het om verhoudingen tussen adolescenten en oudere mannen ging. Vlaanderen duikt meermaals op in zijn werk en de Antwerpse metropool werd heel gracieus vereeuwigd in Antwerpsche Libertijnen: Uw stad was machtig en uw vorstelijk volk van zinnen fel, In koop- en kaapvaart kloek. Hoe klaar beeldt gij hun werk en spel In uw schoon boek. Ik las, ik las verheugd en vond voor het hongrend hart schoon, In vreugdeloozen tijd, Dus worde u, veel of weinig loon, Mijn lied gewijd. (fragment uit Antwerpsche Libertijnen uit de bundel Libertijnsche Liederen) Deze bundel is geïnspireerd door het werk van weldoener en vriend Georges Eekhoud en daar verwijst hij in het begin en het eind dan ook naar. Op een speelse wijze en zeer bedreven met het metrum goochelend verwoordt hij een stuk Antwerpse historiek waarin beeldschone jongelingen worden gekweld en zelfs verbrand door jaloerse snoodaards en moraalridders. In de bundel Liederen maakt de dichter haast een inventaris op van van al van wat hij bemint, bewondert, in genegenheid herdenkt  en ook de angst voor de dood niet alleen voor hemzelf maar ook voor vrienden en geliefden is altijd aanwezig. Hij draagt aan velen die hij kent een gedicht of liever een lied op en een van hen is tijdgenoot en lotgenoot Oscar Wilde. Uiteraard voelt  de Haan zich nauw bij zijn Engelse collega betrokken want zij hadden vele raakpunten:

 

Ik heb u zóó beklaagd, maar was 't geen waan? Is één stad rijker dan uw starre cel, Mijn leven meer dan tredmolen, die fel Raakslaat wanneer de voeten moeder gaan? (fragment uit Aan Oscar Wilde uit Liederen) In Een nieuw Carthago  bezingt hij even frivool de heldendaden en schoonheid van Loït Laurent, de aanvoerder van de Vlaamse Libertijnen, als die van het  Vlaamse volk en de schoonheid van zijn steden.

 

Met kloppend hart volgt ik zijne vrije wegen Mijn hartslag is de maatslag van dit Lied. Tot tucht getemd blijf ik innig genegen, Die tucht verbrak en acht zijn zorgen niet (fragment uit Een nieuw Carthago - hoofdstuk 35) Over de dichtbundels Het Joodsche Lied I en Het Joodsche Lied ii was de dichter zelf trots. Hij beschouwde het als een hommage aan zijn ouders tot wier traditie hij was teruggekeerd, het joodse geloof en het joodse volk verspreid over de aardbol. Hij belicht de joodse identiteit en hij koestert ze. Zelden hebben ik zo'n mooie gedichtencyclus gelezen over het joodse leven waarin traditie, lyriek, nostalgie en vrees voor de toekomst zo harmonieus versmolten zijn. Een Dichter spreekt voor zijn Volk: smekelingen Vragen wij niet genade uit zwakke handen, Na twintig eeuwen van vernederingen Spreekt nog onze stem trots tot alle landen. (fragment uit Tot de volken - Het Joodsche Lied) Was Het Joodsche Lied voor de dichter het hoogtepunt uit zijn carrière, dan is de bundel Kwatrijnen het definitieve eind, niet alleen van zijn carrière maar ook van zijn leven dat door een geraffineerde en zinloze moord werd beëindigd. Kwatrijnen werd in 1924 postuum uitgegeven en is tegelijkertijd een dagboek en een testament. Aan alles wat de Haan dacht, wat hij beleefde, wat hij zag of hoorde besteedde hij een kwatrijn. Het is een dichtbundel om te koesteren en om elke dag een kwatrijn uit te lezen ter herinnering aan een groots dichter en een groot emancipator wiens literaire nalatenschap nooit verloren mag gaan. Machteloos Ik lees mijn liederen. Ik voel het leven. Straks leest een knaap mijn lied en ik ben dood. Dan sterf ook hij. Geslachten gaan gedreven. En wat hen drijft, weet geen drift in nood. (André Oyen) Bronnen : Geschriften van Leo Ross en Rob Delvigne / Vrij Nederland 16/07/1994 / De Tijd 29/01/1982 / Mijn lied, mijn leed, mijn hartstocht - Het leven van Jacob Israël de Haan (1881-1924) E. Schaap in opdracht van het Anti-Discriminatie Bureau Zaanstreek. Uitgegeven bij uitgeverij Amor Vincit Omnia - Westzaan, 1999 - ISBN 9072033507

Indien je meer  wil weten over de schitterende biografie Mijn lied, mijn leed , mijn hartstocht - Het leven van  Jacob Israël de Haan (1881-1924) die werd samengesteld door E. Schaap in opdracht van het Anti-Discriminatie Bureau Zaanstreek, neem dan contact op met: ADB-Zaanstreek, J. Sijbrandsteeg 5, NL-1502 BA Zaandam - Nederland, tel. 075 612 56 96 fax 075,615 14 96

 

07:55 Gepost in Essays | Permalink | Commentaren (0)