Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

24-04-18

Michaël Slory Alsof men alles loslaat

VoorplatSloryLoslaat-75-184x300.jpg


Michaël Slory

Alsof men alles loslaat

bloemlezing poëzie en kort proza

 

Suriname / Nederland

samenstelling en Nawoord Michiel van Kempen

vertalingen uit het Sranantongo i.s.m. Ed Hart



94 blz., € 17,50

2018

ISBN 978-90-6265-993-7

Verstrooide gedachten/

Het is alsof ze/

verspreid neervielen/

langs een rotswand/

en niet meer opgeraapt kunnen worden.


https://www.youtube.com/watch?v=uTlsenmi30k



Michaël Arnoldus Slory Suriname 4 augustus 1935 geldt als een van de belangrijkste dichters in het Sranan.

Slory studeerde Spaans in Nederland en begon met drie bundels met overwegend politieke poëzie bij Uitgeverij Pegasus te Amsterdam: Sarka/ Bittere strijd (1961; onder het pseudoniem Asjantenoe Sangodare en met een inleiding van Theun de Vries), Brieven aan de Guerrilla (1968) en Brieven aan Ho Tsji Minh (1968). Hij keerde naar Suriname terug - Theun de Vries verklaarde hem voor gek toen hij daartoe besloot - en schreef vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranan, te beginnen met Fraga mi wortoe (1970), een titel die letterlijk betekent: Vlag, mijn woord, maar die Slory vertaalde met: Laat mijn woorden klinken. Een twintigtal uitgaven in het Sranan volgde. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet enkel die van Suriname, maar van geheel Latijns-Amerika en zelfs die van ver daarbuiten: Vietnam (1972).

Hij heeft geëxperimenteerd met sonnetten en kwatrijnen, bijvoorbeeld in Firi Joesrefie (Voel jezelf, 1971) en in Pikin aksi e fala bigi bon (Een kleine bijl doet een grote boom vallen, 1980). Slory schrijft in 'diep' Sranan zonder leenwoorden en met veel odo's (spreekwoorden) en veel van de Coroniaanse taal. ln zijn bundels schrijft hij geregeld over de natuur en over de schoonheid van de zwarte vrouw, bijvoorbeeld in Nengre-oema (Negervrouw, 1971). Vooral voor zijn bijna klassieke liefdesgedichten in Efu na Kodyo Efu na Amba Efu na Romeo Efu na Julia Amir nanga ... (Of het nou Kodyo is Of Amha Of Romeo Of Julia Amir en..., 1984) ontving hij de Literatuurprijs van Suriname 1983-1985.

In de jaren tachtig nam Slory afstand tot het Sranan en is hij in het Spaans en Nederlands gaan schrijven. Volledig in het Spaans (voor het eerst in de Surinaamse letteren) is Poemas contra la agonía (Gedichten tegen de angst/ doodsstrijd, 1988). Slory schreef in het Sranan ook enkele katernen met Kerst- en Paasgedichten, een bundel kinderverzen en ook korte prozastukken die voornamelijk verschenen in het dagblad De Ware Tijd. Zijn werk is buiten Suriname moeilijk verkrijgbaar, maar in 1991 verscheen een grote bloemlezing uit zijn werk, samengesteld door Michiel van Kempen: Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. John Albert Jansen maakte in 1996 voor de NPS een televisiefilm over Slory onder de titel En nu de droom over is....In 2010 vierde Slory zijn 75e verjaardag. Bij die gelegenheid maakte de kunstenaar Dhiradj Ramsamoedj in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren een portret van Slory, in de vorm van een groot formaat boek, vervaardigd uit verschillende materialen, met getekende portretten van Slory en enkele teksten van Slory's hand.

Slory zet in zijn poëzie de geschiedenis en het leven van de creolen met een karakteristieke eigen toon neer, maar tevens draagt zijn poëzie sporen van een brede oriëntatie , bijvoorbeeld met bundels sonnetten en kwatrijnen.

Al wat de dichter meemaakt, ziet, voelt, ruikt, leest of bedenkt zet zich om in poëtische taal. Elk nieuw gedicht is een geboortemoment, een aftasten van wat de vorm wil prijsgeven. Proza schreef hij maar heel weinig: sinds hij in 1987 medewerker werd van het Surinaamse dagblad de Ware Tijd heeft hij een aantal korte prozaschetsen aan de krant bijgedragen. Daaruit is in zijn nieuwe publicatie ' Alsof men alles loslaat' een kleine selectie opgenomen. Op vijf na werd geen van de bijna 50 gedichten in deze bundel eerder gepubliceerd. De eerste versies van de gedichten werden geschreven tussen ongeveer 1986 en 2016; zo goed als alle gedichten werden later door Slory herzien, bijgeschaafd of soms grondig omgewerkt. Een tiental gedichten geschreven in het Sranantongo werd door Michiel van Kempen in samenwerking met Ed Hart vertaald naar het Nederlands en is vóór publicatie ter autorisatie voorgelegd aan de dichter.

Het is een heel knappe bundel geworden die de veelzijdigheod van Michaël Slory extra in de kijker zet.

André Oyen

11:00 Gepost in BOEKEN, Poëzie | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.