Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

07-02-18

De geschiedenis van mijn leven Fadhma Aïth Mansour Amrouche

Amrouche-344x550.jpg


 



 

De geschiedenis van mijn leven
Fadhma Aïth Mansour Amrouche


9789491921421 |278 pagina's | € 19,95 | Uitgeverij Jurgen Maas/Epo distributie | 2018

Zelf moest ik ook huilen, maar ik zei tegen mezelf:'Ik moet gaan. Gaan! Gaan! Dat is sinds mijn geboorte al mijn lot,nooit ben ik ergens thuisdeweest.'

 

De Berberbibliotheek bestaat uit een tiental nog niet in het Nederlands verschenen klassiekers van auteurs met een Berberachtergrond, zoals Mohammed Khaïr-Eddine, Tahar Djaout, Taos Amrouche, Kateb Yacine en Mohammed Choukri. De serie is een multimediaal project. De Berberbibliotheek is een initiatief van schrijver Asis Aynan en vertaalster Hester Tollenaar, en verschijnt bij uitgeverij Jurgen Maas.



In 1946 schreef de Algerijnse Berbervrouw Fadhma Aïth Mansour Amrouche haar levensverhaal, op vraag van zoon Jean 'opdat het niet zou vergeten worden'. Jaren bleef het liggen in een lade, tot het in 1962 alsnog werd gepubliceerd, vijf jaar voor haar dood. Zelf bleef ze grotendeels onwetend van het succes van dit prachtige boek dat nu ook in Nederlandse vertaling verschijnt.

Fadhma Aïth Mansour Amrouche werd geboren in 1882 in het kleine dorpje Tizi-Hibel in de regio Kabylië op ongeveer 50 kilometer ten zuiden van de Middellandse Zee en 100 kilometer ten oosten van de hoofdstad Algiers. De Kabyliërs zijn een Berbervolk. Onder meer de Riffijnen en de Toearegs zijn eveneens Berberse volkeren.

Fadhma's moeder was een naar de rurale normen van de negentiende eeuw redelijk vrijgevochten vrouw die van haar man scheidde omdat die haar en hun twee kinderen mishandelde. Wanneer ze na haar scheiding als alleenstaande vrouw zwanger raakt van een andere man, weigert die haar kind te erkennen, omdat zijn familie voor hem een 'betere' partij heeft beslist.

Fahdma groeit op gebrandmerkt als bastaardkind en wordt psychisch en fysiek mishandeld door volwassenen én kinderen. Om haar te laten ontsnappen aan die pesterijen stuurt haar moeder haar naar een internaat van katholieke zusters, die Fadhma in het Frans opvoeden, laten kennismaken met de Franse literatuur en tot het katholicisme 'bekeren', de bekende aanpak van kolonisatoren.

Het leven van Fadhma wordt door drie begrenzingen bepaald: ze is Berbers in een Arabische omgeving, ze is kind buiten het huwelijk én ze is christen. In haar levensverhaal komen die discriminaties bijna nooit expliciet aan bod. Je leest het eerder tussen de lijnen door. Fadhma klaagt immers nooit.

Is haar leven in het internaat nog enigszins beschermd, dan begint haar echte leven wanneer ze op zestienjarige leeftijd wordt uitgehuwelijkt aan een jongen die amper iets ouder is. Daarvoor had ze al drie 'aanbiedingen' afgeslagen, maar deze jongen - die ze éénmaal mocht zien voor hun huwelijk - beviel haar wel.

Negen maand na haar huwelijk krijgen ze hun eerste kind. Daarna volgen er nog zeven, de laatste als ze éénenveertig jaar oud is, met meerdere miskramen tussenin. Ze krijgen allen een dubbele Franse-Kabylische voornaam. Paul-Mohand-Saïd was de eerste, René-Malik de laatste. Dat deden Fadhma en haar man deels uit overtuiging, maar ook onder druk van de Franse Witte Paters ter plaatse.

Ondanks haar inzet voor familie en schoonouders wordt ze nooit echt aanvaard. Wanneer ze naar de stad Tunis verhuizen, weg van de familie, ondervinden ze andere vormen van discriminatie. Ook als ze op oudere leeftijd haar kinderen vervoegt in Frankrijk blijft ze een buitenstaander, in een land dat haar op hun koloniale scholen al de zelfverklaarde voordelen van de Franse beschaving bijbracht, maar haar desondanks niet welkom heette.



Dit boek is zeker geen klaagzang. Fadhma vertelt het allemaal heel rustig, zonder grote emoties. Zij praat over de gewoontes, de keuken, de natuur, over het leven op het platteland waar alles rond olijven, dadels en tarwe draait en waar vlees meestal een luxueus tussendoortje is. Eén kind sterft jong, wanneer ze in 1946 deze autobiografie afwerkt leven de anderen nog. Op 85-jarige leeftijd sterft ze in Frankrijk echter met nog slechts twee van haar kinderen in leven.

Bij de publicatie in 1962 werd de briefwisseling met haar (derde) zoon Jean toegevoegd en een korte slottekst van 1962 waarin ze even terugblikt op haar leven.

Haar enige dochter Marie-Louise-Taos was bekend als vertolkster van de Franse vertalingen van de Kabylische liederen en verzen die haar moeder haar had aangeleerd (zingen als troost komt meermaals in dit boek voor). Fadhma was in haar eigen gemeenschap bekend als zangeres. Tekenend voor de eenvoud waarmee ze haar leven omschreef, komt dat aspect in deze autobiografie echter niet aan bod. Het zijn haar dochter en zoon Jean die vanaf de laten jaren 1930 tot aan hun moeders dood in 1967 het muzikale erfgoed van hun moeder vastleggen.

Dit boek is een waardevolle historische getuigenis, over een verleden dat voor vele mensen uit onze hedendaagse samenleving herkenbaar is en niet zo vreemd of oud is, omdat het over hun eigen grootmoeder kon gaan.

André Oyen

01:38 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.