Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

29-11-17

Finisterre Eugenio Montale

9492313367.jpg


 

Finisterre

Eugenio Montale

Uitgeverij Koppernik BV

Pagina's 140



ISBN 9789492313362

Verschenen 2017

Oh raak niet aan de onreine/

zelfkant, laat langs de randen/

de stapels branden, de rauwe rook boeten/

op de overlevenden!/

uit Jouw vlucht

Eugenio Montale (Genua, 12 oktober 1896 - Milaan, 12 september 1981) was een Italiaans dichter die gerekend wordt tot de belangrijkste dichters van de twintigste eeuw.

Na de Eerste Wereldoorlog sloot hij in Genua vriendschappen met verscheidene auteurs, waarvan enkelen tot de literair anti-fascistische vleugel van de Torinees Piero Gobetti horen. Zij willen een tegenwicht vormen voor het futurisme en het dannunzianisme. In 1925 komt zijn eerste poëziebundel uit, Ossi di Seppia, en tekent hij het anti-fascistische manifest van Benedetto Croce. In datzelfde jaar verschijnt in het milanese tijdschrift L'esame zijn artikel Omaggio a Italo Svevo uit, waarmee hij een beslissende rol heeft in de ontdekking van deze schrijver, die vervolgens een vriend van hem wordt. In 1926 leert hij vervolgens Umberto Saba kennen en de Amerikaanse dichter Ezra Pound. In 1927 vindt Montale een baan in Florence bij de uitgever Bemporad.

In 1929 wordt Montale benoemd tot directeur van het literair-wetenschappelijk bureau Vieusseux, waar hij in 1938 ontslagen wordt vanwege zijn weigering zich bij de fascistische partij aan te sluiten. In die jaren wordt hij een van de belangrijkste componenten van het plaatselijke intellectuele leven: hij leert de belangrijkste Italiaanse schrijvers van zijn tijd kennen, en zijn interesse voor de Europese cultuur wordt steeds groter.

In de jaren van de Duitse bezetting verdient hij zijn geld met vertaalactiviteiten voor verscheidene tijdschriften. In 1939 komt zijn tweede dichtbundel uit, Le occasioni. In 1943 komt een dichtbundeltje uit, genaamd Finisterre, dat geschreven is tussen 1940 en 1942, en illegaal naar Zwitserland gesmokkeld was. Na de oorlog wordt Montale lid van de Actiepartij krijgt hij een rol in het Nationaal Bevrijdingscomité (Comitato Nazionale di Liberazione) en richt hij Il mondo op.

Vanaf 1948 ondergaat het leven van Montale grote veranderingen. Hij verhuist naar Milaan waar hij als journalist en literair criticus voor de Corriere della Sera werkt. Daar publiceert hij zowel artikelen met betrekking tot kunst en cultuur, en politiek, als muziekrecensies (in 1981 verschenen in het werk Prime alla Scala), reisverhalen (gepubliceerd in 1969 onder de naam Fuori di Casa), en talrijke korte verhalen waarvan het grootste deel de kern vormt van de bundel Farfalle di Dinard.

In 1956 komt zijn derde dichtbundel uit, La bufera e l'altro. De gedichten zijn voor het grootste deel in de oorlogs- en de daarop volgende jaren geschreven. In de jaren 50 en 60 wordt Montale als de belangrijkste Italiaanse dichter gezien die nog in leven is. In 1975 ontvangt hij dan ook de Nobelprijs voor Literatuur.

In 1966 publiceert Montale Auto da fé, en in 1973 Trentadue variazioni. Na een lang poëtisch stilzwijgen komt in 1971 Satura, in 1973 Diario del '71 e del '72, en in 1977 Quaderno di quattro anni uit. Uiteindelijk wordt in 1980 zijn hele poëtisch oeuvre gepubliceerd. De laatste jaren van zijn leven brengt hij door in zijn appartement in Milaan waar hij in 1981 overlijdt.

In de laatste decennia van zijn leven oogstte Montale de erkenning die hij, zonder het te willen, in de daaraan voorafgaande jaren had voorbereid. Door zijn principiële houding tegenover het fascisme en zijn talrijke publicaties (gedichtenbundels, vertalingen, essays, kranteartikelen, enzovoorts) was hij langzamerhand ook bij het grote publiek bekend geworden. En het feit dat deze bekendheid geen modieus succes was, maar berustte op de morele kracht die hij in woord en daad uitstraalde, maakte dat zijn roem (een voor Montale eigenlijk te mondain woord) alleen maar groter werd.

Finisterre zou later een sleutelbundel blijken te zijn in het oeuvre van de Nobelprijswinnaar.



Deze integrale, tweetalige uitgave is vertaald en van aantekeningen voorzien door Liesje Schreuders. Cees Nooteboom schreef er een voorwoord bij.





Eigen terrein

Frouke Arns

Uitgever: Uitgeverij Marmer B.V.

Nederlandstalig 9789460683787 oktober 2017



Dwaalgast/



De lijnen rond je mond vertellen zoveel /

meer dan jij verzwijgen wilt. Jouw handen /

spreken verre talen, op elke vingertop /

een triest verhaal. In je kasboek bewaar je /

de rode woorden angst en brand, rondgrijpend /

koudvuur lees ik in de witregels van je blik./



elke vrijheid kent zijn oorlog /

elke oorlog zijn geschiedenis /

elke geschiedenis zijn herhaling/



Ik zal opnieuw beginnen./



elke herhaling kent zijn geschiedenis /

elke geschiedenis zijn oorlog /

elke oorlog zijn vrijheid/



Je komt over water, het ruisen /

van zoute adem nog in de schelpen /

van je oor. Je komt over land /

volgt het spoor met velen naar hier, /

het onverklaarbare schouwspel van je leven /

en je verfrommelde god in een kapotte plastic tas./



Wat ik zou willen als ik in jouw schoenen stond /

een dak, een bed, een nieuwe taal, het woord /

voor een uitgestrekte hand waarop de vogel /

zachtjes koerend landen mag./

Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Ze is tekstschrijver, literair vertaler en dichter. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer De Revisor, de Poëziekrant, het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. Arns viel met haar werk verschillende keren in de prijzen. Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs, de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van Aan het woord! In 2011 won ze met een kort verhaal de Literaire Prijs van de provincie Gelderland.



Haar debuut, Mensen die je misschien kent, verscheen in 2013 bij Uitgeverij Marmer.

In 2015 en 2016 was zij Stadsdichter van Nijmegen. De poëtische oogst daarvan, 22 stadsgedichten, is onlangs verschenen bij Uitgeverij Marmer onder de titel Eigen terrein.

In een interview zegt Frouke: 'Dichten is mijn manier om me te verbinden met de wereld. Mijn 'mooiste' regels vallen mij soms toe, ik kan ze zomaar uit de lucht plukken: misschien zijn het gedichten die erop wachten om door iemand opgeschreven te worden.’’ Het is een mooie uitspraak die zeker opgaat voor deze 22 stadsgedichten waarin ze een prachtige hommage brengt aan Nijmegen en zijn inwoners. In de bundel Eigen Terrein zwemmen goudvissen in de Waal, speelt een late man piano op het perron, verdwijnt een Duitse lifter in de buitenspiegel, staat Skinny tot aan zijn knieën in het nachtwater en stappen de eeuwige waggelkontjes van de eenden door het Kronenburgerpark.

Ze schreef ook een prachtig in memoriam voor H.H. ter Balkt, ‘Kleine elegie voor een groot dichter’.

Op de linkerpagina’s van de bundel staat de context beschreven, op de rechterpagina’s staan de gedichten.
Frouke Arns schrijft gedichten die zowel met humor, filosofie als tragedie gekruid zijn en de artistieke ziel en geest regelmatig ontleden.



André Oyen



00:00 Gepost in BOEKEN, Poëzie | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.