Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

20-11-17

Het geluk van de brug het Amsterdam van Kees Fens

Het-geluk-van-de-brug.jpg


 

 

https://www.youtube.com/watch?v=Yac3VcY1iok

 

Het geluk van de brug

het Amsterdam van Kees Fens

Kees Fens

Uitgever: Bas Lubberhuizen

Nederlandstalig 112 pagina's 9789059371842 maart 2008

Alle productspecificaties

Samenvatting

Derde druk

Ik zal moeten berusten in de allure van het kleine. Buitenlandse vrienden hebben mij al lang die deugd willen opleggen. Zij komen uit Parijs, New York, Londen, Rome. Ze zijn graag in Amsterdam. Kleinschaligheid waarvoor, geloof ik, in hun taal geen woord bestaat, hebben zij lief. Hun gebaren verraden hun diepste liefde. Wijd gaat de rechterarm en daar worden de trappen, portalen, grote gebouwen, de allure van hun stad zichtbaar.

 

Amsterdam is een stad waar ik heel graag kom en waar ik de beste herinneringen aan bewaar. Over deze prachtige stad zijn al heel wat boeken geschreven, het een al fascinerender dan het ander. Voor een boek over Amsterdam maak ik altijd graag tijd vrij en dat was zeker het geval voor Het geluk van de brug het Amsterdam van Kees Fens (Amsterdam, 18 oktober 1929 – 14 juni 2008)

Hij was een Nederlands literatuurcriticus, essayist en letterkundige.

 

Fens volgde zijn middelbareschoolopleiding aan het St. Ignatiuscollege (nu St. Ignatiusgymnasium) in Amsterdam, waar hij in 1948 zijn A-diploma behaalde. Tussen 1959 en 1982 werkte hij als leraar Nederlands, eerst aan het Triniteitslyceum in Haarlem, vanaf 1964 aan de Frederik Muller Academie in Amsterdam, alwaar hij ook westerse en niet-westerse cultuur doceerde. In 1982 werd hij benoemd tot hoogleraar in de moderne Nederlandse letterkunde aan het instituut Nederlands van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Onder zijn begeleiding kwam onder meer een proefschrift tot stand over de novellenbundel Paranoia (1953) van Willem Frederik Hermans: G.F.H. Raat, De vervalste wereld van Willem Frederik Hermans (Huis aan de Drie Grachten, 1985). Ook promoveerde bij Fens Jos Muyres met een dissertatie over het ontstaan van De Kapellekensbaan (1953) en Zomer te Ter-Muren (1956) van Louis Paul Boon: De Kapellekensbaan groeit (Uitgeverij Plantage, 1995). Na zijn emeritaat in 1994 volgde nog een benoeming tot bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan diezelfde universiteit. In 2001 legde hij ook die functie neer.

Tegelijkertijd schreef Fens literaire kritieken, vanaf 1955 voor het weekblad De Linie, van 1960 tot 1968 voor het dagblad De Tijd en van 1968 tot 1978 voor de Volkskrant. Voor die laatste krant is hij tot en met 2008 blijven schrijven, meest over literaire onderwerpen, hoewel hij er ook een tijdlang een sport-column voor verzorgde. Kees Fens schreef voor De Tijd een wekelijkse column onder het pseudoniem A.L. Boom van 1976 tot het einde van het blad in 1990.

 

Samen met J.J. Oversteegen en H.U. Jessurun d'Oliveira richtte hij in 1962 het invloedrijke literair tijdschrift Merlyn op.

 

Kees Fens overleed op 14 juni 2008.

Waardering voor zijn werk is niet uitgebleven. Literaire prijzen en een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam vielen hem ten deel. Op 13 maart 2007 werd hij tijdens het boekenbal benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Collega-literatoren eerden hem met een aantal speciaal voor hem samengestelde boeken.

Op 14 juni 2009 werd in Amsterdam de brug tussen de Hartenstraat en de Reestraat – schuin tegenover zijn laatste woonhuis aan de Keizersgracht – omgedoopt tot de Kees Fensbrug.

 

 

In zijn fijnzinnige overpeinzingen, speciaal opgetekend voor het maandblad van het Genootschap Amstelodamum, keerde Fens in werkelijkheid en in gedachten terug naar de buurt van zijn jeugd in Oud-West. Hij haalt herinneringen op aan het rooms-katholieke leven in en rond de Chassékerk, wandelingen naar de rand van de stad en bekende Amsterdammers, onder wie Schelto Patijn, Rinus Michels en Lucebert. En hij beschrijft zijn fascinatie voor de talrijke bruggen die de verschillende buurten van Amsterdam met elkaar verbinden. Met een oog voor details en een poëtisch hart laat hij de stad en zijn inwoners net weer anders zien dan we hen kennen.

Hij schrijft over de buurt van zijn jeugd in West, rond de Chasse-kerk, indertijd een katholieke enclave. Vader was stuurman op de grote vaart, moeder een vrome rooms-katholieke Brabantse. Samen belandden ze in Amsterdam, waar hun zoon Kees Fens in de Van Speijkstraat ter wereld zou komen..

 

Fens' moeder kende, schrijft hij, Amsterdam nauwelijks toen ze er kwam wonen. 'Eén keer was ze naar een huwelijksmis geweest in de toen net voltooide kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand in de Chasséstraat. De pastoor maakte diepe indruk. De kerk bepaalde waarschijnlijk mede haar keuze om in West te wonen.'

 

De Chasséstraat waar de familie naartoe verhuisde toen Fens vijf was, beschrijft hij als een straat met 'keurige winkels, met mannen die keurige kleinere beroepen uitoefenden'. Het grijze gemiddelde van de brave burgerij. Nu is de kerk gesloten; de bestemming is onbekend.

 

Door Fens ogen en pen krijgt de stad ineens een heel andere dimensie. Licht speelt een belangrijke rol in zijn soms haast gepenseelde verhalen vol weemoedige sfeerbeelden.

Hij zat op school met Rinus Michels, aan wiens taalgebruik hij een hoofdstuk wijdt.

 

'Als ik Michels hoorde, hoorde ik op de achtergrond de jonge Marsman, Herman van den Bergh, Van Ostaijen soms. Het expressionisme is beknopt. Geen woord te veel.'

 

Jan Schaefer was ook zo'n Amsterdammer die Fens bewonderde. Als liefhebber van bruggen lonkte dan ook de Jan Schaeferbrug. Daar wilde hij overheen.

Ragfijn proza dat gelukkig moeiteloos aan de vergetelheid wist te ontsnappen.

André Oyen

16:47 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.