Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

14-09-17

DE KARAVAAN TREKT DOOR zonder Marc STASSIJNS

Marc STASSIJNS

Lukas DE VOS
marc-stassijns.jpg


DE KARAVAAN TREKT DOOR

zonder Marc STASSIJNS (10 januari 1939 – 16 juli 2017)

 

 

Lukas DE VOS

 

Dik gezaaid zijn ze niet, sportjournalisten zonder uit de kluiten gewassen ego. Uitzondering was wellicht Marc Stassijns, een bescheiden maar gewiekste baas van de tv-sportredaktie bij de VRT. Hoewel niet zo bescheiden dat hij in zijn geboortestreek tussen Dendermonde en Buggenhout zich toch wat graag in open slee naar elke kermiskoers liet rijden – gezien op tv, gehoord op radio. “Komt vrienden in de Ronde”. In onafscheidelijk duo met Jan Wauters, de lyrische praatvaar die zeven jaar geleden overleed.

 

Ik kende Jan beter dan Marc, Jan was nog mijn leraar Duits geweest, en liet me als “professor” mijn eerste Ronde volgen en bekommentariëren. In 1979, toen de Ronde van Frankrijk ook Brussel aandeed. Marc hield zich meer op de achtergrond, al wisselde hij met Jan geregeld af, van de motor in het kommentaarhokje, en omgekeerd. Jan had daar een goeie uitleg voor. “Marc zorgt voor de hotels, en daar mag je hem blindelings in vertrouwen”. Het waren twee levensgenieters – zelfs op zijn sterfbed, in volle palliatieve verzorging, versmaadde Marc een glas champagne niet, vertelde zijn vriendin Paula Van San – en allebei vol van de sport. En het lekker eten. Een kwarteeuw lang vormden ze een onafscheidelijk duo (1963-1989).

 

Al heel vroeg had Stassijns de smaak te pakken. “Zijn eerste reportage maakte hij live op het voetbalveld van Opstal, toen mijn oudere broer Frits nog meespeelde”, vertelt een verre achterneef. “En tijdens het rondeseizoen imiteerde hij alle dagen het koersverloop. Ik kwam geregeld aan huis om vlees te leveren”. Huis, dat was De Heymeulen, toen een maalderij in, jawel, de Molenstraat in het gehucht Opstal van Buggenhout. Nu is het ouderlijk huis omgebouwd tot rusthuis. “Ze zaten er warmpjes in. Vader was nooit te zien, die volgde dagelijks, naar eigen zeggen, de beurs in Brussel. Marcs broer deed studies rechten in Gent, daarna in de VS, en werd rechter in Gent. Ze leken helemaal niet op elkaar”. Marc was inderdaad afgetraind (“ik zag hem geregeld voorbij onze slagerij zoeven”), hij schopte het tot universitair kampioen in het Kuipke van Gent (1960). Het jaar daarop ging hij aan de slag als reporter bij Piet Theys, nog zo'n bloemrijk verslaggever. Marc bleef de soberste, maar had allicht het beste koersinzicht.

 

Met Theys en Wauters zou hij trouwens in 1969 een boekje publiceren, Dagboek van de Ronde die Eddy Won. Merckx uiteraard. Die Stassijns op handen droeg, net als zijn boksidool Cassius Clay (toen al Mohammed Ali). Hij was nog vol van het interview dat hij op en naast Ali's bed mocht afnemen vlak na de fameuze kamp tegen Jean-Pierre Coopman, “de Leeuw van Vlaanderen”. Vijf ronden lang toch. Februari 1976 was dat, in Puerto Rico.

 

Maar Stassijns' grote liefde bleef het wielrennen. Zelf organiseerde hij in zijn geboortestad Dendermonde vanaf 1960 “De Vier Zustersteden”. Twintig jaar later nam een karnavalsvereniging het werk over. In 1989 ruilde hij de verslaggeving in voor het redaktionele beleid, onder het realistische motto: “Grote sportspektakels worden georganiseerd om daar tv bij te krijgen. Dat is een wisselwerking tussen sport en kommercie. Je moet daarbij meespelen”. Dat buitte hij uit, hij liet organisatoren betalen om hun koers te laten uitzenden op tv. Ongezien was dat toen. Zelf vergat hij zijn serieuze journalistieke opdracht niet, hij bleef open en scherp over doping en “wetenschappelijke begeleiding” van wielrenners. En op de fiets sprong hij nog geregeld, hij reed zelfs met vrienden een hele tocht door Afrika.

 

De laatste jaren takelde hij af door kanker en alzheimer. Hij woonde toen al meestentijds in Knokke (“Ja”, zegt zijn achterneef, “Ook zijn schoonouders waren begoede zelfstandigen, zij hadden een grote meubelzaak in Lebbeke”). Misschien dacht hij nog met schroom en verbazing terug aan zijn audiëntie bij de paus – een streek van Roger De Vlaeminck. Misschien had hij er spijt van dat hij naar Fred De Bruyne had geluisterd om hem op te volgen bij tv. Misschien was hij gewoon blij dat hij in alle stilte kon heengaan. Marc Stassijns was een warme man.

André Oyen

 

00:00 Gepost in Andere, gasten | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.