Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

08-09-17

Leendert van der Valk: Voudou. Van New Orleans naar Cotonou op het ritme van de goden.

index (7).png


http://www.leendertvandervalk.nl/vodun/index.html#

Leendert van der Valk: Voudou. Van New Orleans naar Cotonou op het ritme van de goden.

 

Voudou - Various Artists

Auteur:

Uitgever: Atlas Contact, Uitgeverij

Nederlandstalig 368 pagina's 9789045028620 april 2017

Voodoo is een spannende term, goed voor de sales van subversieve muziek. Dus toen de blues aan populatiteit verloor, dook voodoo op in rock-'n-roll.

 

Als freelance journalist is Leendert van der Valkgespecialiseerd in muziekjournalistiek en verhalende journalistiek. hij schrijf onder meer voor NRC Handelsblad en nrc.next. Bij de krant begon hij als Utrecht-verslaggever, nu nu is hij recensent Afrikaanse en Afro-Caribische muziek. Niet alleen in zijn journalistieke stukken is de muziek meestal een opstapje naar een groter verhaal. Ook in zijn boeken Duivelsmuziek (2011) en zijn nieuwe boek VOUDOU, van New Orleans naar Cotonou op het ritme van de goden dat nu met soundtrack verschijnt is dit het geval.

In Voudou reist hij langs het spoor van de voodoogoden: van New Orleans naar Haïti, Curaçao, Suriname, Togo en Benin. In de Afrikaanse diaspora van de 21e eeuw hoorde hij de invloed van de meest funky goden die er bestaan. hij ontdekte hoe zij door de eeuwen zijn verboden en onderdrukt, hoe ze uit het zicht verdwenen, maar nooit uit het gehoor. Muziek is hun schuilkerk.

 

Het boek vult een gat in de muziek én gewone geschiedenis en neemt de lezer mee op reis langs het slavernijverleden en de levendige, muzikale voodoogemeenschap die nog altijd uit miljoenen gelovigen bestaat.

De reis begint in zijn platenkast, want de muziekjournalist is nieuwsgierig naar de diepere laag in de funk, soul, hiphop, jazz, blues en afrobeat waar hij zo van houdt. Die diepere laag heet voodoo – of ook wel voudou, vaudou, vodou en vodun.

 

Van der Valk (1980) leert het fenomeen kennen via een kennis van hem, de in Nederland wonende Togolees Leopold die in voodoo gelooft. Dat verbaast de journalist: een moderne man van de wereld die in zoiets ouds en achterhaalds gelooft. En is die geheimzinnige voodoo niet ook nog eens heel eng?

 

Volgens Leopold niet: hij legt uit dat het een natuurgeloof is dat om de vier elementen (lucht, aarde, water en vuur) draait, met goden of geesten die je om advies kunt vragen. Leopold neemt zijn geloof heel serieus: hij laat zich via de voodoopriester adviseren over bijvoorbeeld problemen op zijn werk of over zijn liefdesleven.

Muziek is van groot belang in voodoo-rituelen. Ritmes en liedjes die zich vanuit Afrika over een groot deel van de wereld hebben verspreid, gingen meestal ‘gedwongen op reis’, zoals Van der Valk schrijft: via talloze slavenschepen. Bij veel grote namen uit de muziekgeschiedenis is de invloed van voodoo duidelijk te zien en te horen, van Robert Johnson tot Jimi Hendrix, van Nina Simone tot Beyoncé. Maar ook salsa en de Surinaamse kaseko-muziek zijn er schatplichtig aan. Als je erop let en namen of termen als Legba, obeah, Yoruba, Dahomey, Marie Laveau, orisha en Ibeyi in titels en songteksten herkent, kom je voodoo overal tegen.

Zo is er de bekende klassieker ‘Mas Que Nada’ van Sergio Mendes, die in de originele versie een chant was voor de godin Yemaja.

 

Van der Valk zoekt de voodoo-goden op in de Verenigde Staten (Mississippi en New Orleans), Haïti, Suriname, Togo en Benin. Maar zijn reis voert hem ook naar Sportpark Poelenburg in Zaandam, waar een Surinaamse winti-ceremonie met veel muziek en dans plaatsheeft – een ceremonie waar aan de schrijver tot zijn verrassing gevraagd wordt mee te doen, als ‘vertegenwoordiger van de Nederlandse overheid’.

 

In de hoofdstukken over Togo en Benin gaat hij uitgebreid in op de slavenhandel en de (nu nog altijd onderbelichte) rol die Nederland daarin speelde. De ‘Nederlandse bijdrage aan de verspreiding van voodoo-ritmes over de wereld’, zoals Van der Valk het enigszins cynisch omschrijft, ging ten koste van honderdduizenden levens. In Haïti ziet hij hoezeer vodoo verweven is met politiek. En hoe er op veel plekken, zoals in Mississippi, liever niet over voodoo gepraat wordt.

 

Zo blijkt voodoo een veelgelaagd onderwerp waar veel interessants over te vertellen is. Maar wat Voudou vooral de moeite waard maakt, is hoe Van der Valk dat onderwerp benadert. Met een open blik, nieuwsgierig, en met de wil om het zelf zoveel mogelijk mee te maken. Dus danst hij tijdens rituelen enthousiast mee op voodoo-ritmes en komt hij op plekken waar witte buitenstaanders normaal gesproken niet welkom zijn. Hij zoekt voodoo-priesters op, vraagt de goden of hij over ze mag schrijven en brengt zelfs een offer.

 

Als participerend journalist doet hij volop mee, maar blijft hij ook kijken met de nuchtere blik van de ongelovige. Een spannende combinatie. Van der Valk schrijft met respect over voodoo en de voodoosi, én heeft oog voor de rare aspecten ervan. Uiteindelijk concludeert hij dat erin geloven niet nodig is. Over de egungun, de uitbundig uitgedoste en gemaskerde figuren die voodoosi zien als vooroudergeesten, schrijft hij: ‘Ik zie ze en hoor ze. En, voor het eerst: ik geloof ze. Niet omdat ik in ze geloof, maar omdat het voelt alsof ik ze begrijp.’ De grote verdienste van Voudou is dat je na lezing meer begrijpt van het eeuwenoude geloof dat, in zijn diverse verschijningsvormen, nog altijd springlevend is.

André Oyen

00:01 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.