Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

18-07-17

Campert & Campert Jan Campert, Remco Campert

index (4).png


Campert & Campert

Jan Campert, Remco Campert

De Bezige Bij, 2017, 276 p.

Citaat: "'De Achttien Dooden' is het icoon van de verzetsliteratuur. De Achttien Doden/ Een cel is maar twee meter lang/ En nauw twee meter breed,/ Wel kleiner nog is het stuk grond/ Dat ik nu nog niet weet,/ Maar waar ik naamloos rusten zal,/ Mijn makkers bovendien,/ Wij waren achttien in getal,/ Geen zal de avond zien./ O lieflijkheid van lucht en land/ Van Hollands vrije kust –/ Eens door de vijand overmand/ Vond ik geen uur meer rust./ Wat kan een man, oprecht en trouw,/ Nog doen in zulk een tijd?/ Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw/ En strijdt de ijd'le strijd./ Ik wist de taak, die ik begon,/ Een taak van moeiten zwaar,/ Maar 't hart, dat het niet laten kon,/ Schuwt nimmer het gevaar;/ Het weet hoe eenmaal in dit land/ De vrijheid werd geëerd,/ Voordat een vloek'bre schennershand/ Het anders heeft begeerd./ Voordat die eden breekt en bralt/ Het misselijk stuk bestond/ En Hollands landen binnenvalt/ En brandschat zijne grond;/ Voordat die aanspraak maakt op eer/ En zulk germaans gerief/ Een land dwong onder zijn beheer/ En plunderde als een dief./ De rattenvanger van Berlijn/ Pijpt nu zijn melodie;/ Zo waar als ik straks dood zal zijn/ De liefste niet meer zie/ En niet meer breken zal het brood/ En slapen mag met haar –/ Verwerp al wat hij biedt of bood,/ De sluwe vogelaar!/ Gedenk, die deze woorden leest/ Mijn makkers in de nood,/ En die hun nastaan 't allermeest,/ In hunne rampspoed groot,/ Gelijk ook wij hebben gedacht/ Aan eigen land en volk,/ Er komt een dag na elke nacht,/ Voorbij trekt ied're wolk./ Ik zie hoe 't eerste morgenlicht/ Door 't hoge venster draalt –/ Mijn God, maak mij het sterven licht,/ En zo ik heb gefaald,/ Gelijk een elk wel falen kan,/ Schenk mij dan Uw genâ,/ Opdat ik heenga als een man/ Als 'k voor de lopen sta.../ ------------------------------------------------ uit het werk van Jan Campert (1902-1943)"



In april 1944 krijgt dichter en journalist een exemplaar van dagblad Het Parool onder ogen. Hij leest over de dood van achttien mannen die verzet boden tegen de Duitse overheersing. Alle achttien zijn ze door de bezetter gefusilleerd. Het bericht over deze eerste massa-executie in Nederland in de Tweede Wereldoorlog maakt indruk op Campert. Hij begint aan een gedicht waarvan hij niet kan bevroeden hoe beroemd het zal worden. 'De Achttien Dooden' is het icoon van de verzetsliteratuur. De Achttien Doden/ Een cel is maar twee meter lang/ En nauw twee meter breed,/ Wel kleiner nog is het stuk grond/ Dat ik nu nog niet weet,/ Maar waar ik naamloos rusten zal,/ Mijn makkers bovendien,/ Wij waren achttien in getal,/ Geen zal de avond zien./ O lieflijkheid van lucht en land/ Van Hollands vrije kust –/ Eens door de vijand overmand/ Vond ik geen uur meer rust./ Wat kan een man, oprecht en trouw,/ Nog doen in zulk een tijd?/ Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw/ En strijdt de ijd'le strijd./ Ik wist de taak, die ik begon,/ Een taak van moeiten zwaar,/ Maar 't hart, dat het niet laten kon,/ Schuwt nimmer het gevaar;/ Het weet hoe eenmaal in dit land/ De vrijheid werd geëerd,/ Voordat een vloek'bre schennershand/ Het anders heeft begeerd./ Voordat die eden breekt en bralt/ Het misselijk stuk bestond/ En Hollands landen binnenvalt/ En brandschat zijne grond;/ Voordat die aanspraak maakt op eer/ En zulk germaans gerief/ Een land dwong onder zijn beheer/ En plunderde als een dief./ De rattenvanger van Berlijn/ Pijpt nu zijn melodie;/ Zo waar als ik straks dood zal zijn/ De liefste niet meer zie/ En niet meer breken zal het brood/ En slapen mag met haar –/ Verwerp al wat hij biedt of bood,/ De sluwe vogelaar!/ Gedenk, die deze woorden leest/ Mijn makkers in de nood,/ En die hun nastaan 't allermeest,/ In hunne rampspoed groot,/ Gelijk ook wij hebben gedacht/ Aan eigen land en volk,/ Er komt een dag na elke nacht,/ Voorbij trekt ied're wolk./ Ik zie hoe 't eerste morgenlicht/ Door 't hoge venster draalt –/ Mijn God, maak mij het sterven licht,/ En zo ik heb gefaald,/ Gelijk een elk wel falen kan,/ Schenk mij dan Uw genâ,/ Opdat ik heenga als een man/ Als 'k voor de lopen sta.../ ------------------------------------------------ uit het werk van Jan Campert (1902-1943) Jan en Remco Campert hebben de beroemdste vader-zoonrelatie in de Nederlandse letteren. Door de vroegtijdige dood van vader Campert in Duits gevangenschap hebben beiden elkaar echter nauwelijks gekend. In deze uitzonderlijke uitgave ontmoeten ze elkaar voor het eerst via hun werk. Iedereen kent Jan Campert, maar niemand weet wie hij was. Hij is beroemd geworden als de in het concentratiekamp Neuengamme omgekomen auteur van het gedicht De achttien dooden en de vader van Remco Campert. En wat meer kan een dichter zich wensen: een onsterfelijk gedicht schrijven en kroost dat goed terecht is gekomen? Campert & Campert brengt de minder bekende, maar onmiskenbare parels uit het oeuvre van vader en zoon. Veel van de in dit boek opgenomen teksten werden voor het eerst gepubliceerd in Elsevier, het weekblad waarvoor zowel vader als zoon ooit schreven. De gedragen stijl van de vader contrasteert soms opvallend met de lichtvoetigheid van de zoon, al resoneren hun teksten vanwege de literaire precisie duidelijk met elkaar. Een bloemlezing van een eeuw schrijverschap binnen dezelfde familie. In deze bundel is werk van vader Jan (1902-1943) en zoon Remco Campert (1929) bijeengebracht. Scharnierpunt is de oorlog. Het beroemde gedicht 'De Achttien Dooden' van Jan is erin opgenomen, met achtergrondinformatie en foto’s van de verzetsstrijders. Jan Campert stierf in het concentratiekamp Neuengamme. De oorlog keert ook geregeld terug in het werk van zoon Remco die zijn vader inmiddels met vele jaren heeft overleefd. Natuurlijk is er stijlverschil. Zo zijn de gedichten van senior gedragen en doen ze ouderwets aan, maar ze zijn prima te lezen. De boekrecensies komen wat veemd over, maar zijn een tijdsbeeld. Tweederde van de bloemlezing is gevuld met proza. Het vroege werk van Remco lichtvoetig, grappig, soms flauw, maar gaandeweg meer bespiegelend en terugkijkend en steeds goed geschreven. De doorsneelezer en vooral jongere lezers krijgen met de bundel een goed beeld van het werk van vader en zoon. Een mooie en interessante bloemlezing.

André Oyen

00:00 Gepost in BOEKEN, Poëzie | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.