Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

13-07-17

ARARAT/ THE PROMISE

546814.300.jpg5754.300.jpg




Gevoelig materie op celluloid

André Oyen

De Armeense genocide is de naam voor de volkerenmoord gepleegd op tussen de 1 en 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk ten tijde van het regime van de Jonge Turken. De startdatum is 24 april 1915, de dag dat de Ottomaanse autoriteiten ongeveer 250 Armeense intellectuelen en leiders van de gemeenschap in Constantinopel hebben opgepakt en gearresteerd. De genocide werd tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in twee fases uitgevoerd: het grootschalig doden van de weerbare mannelijke bevolking door middel van massamoord en onderwerping van het leger van dienstplichtigen tot dwangarbeid, gevolgd door de deportatie van vrouwen, kinderen, ouderen en zieken die op dodenmarsen moesten tot de Syrische woestijn.

De gedeporteerden werden verstoken van voedsel en water en onderworpen aan diefstal, verkrachting en moord. Ook andere inheemse en christelijke etnische groepen werden op dezelfde wijze gericht uitgeroeid door de Ottomaanse regering.

De Armeense genocide wordt gezien als een van de eerste moderne genocides omdat geleerden wijzen op de georganiseerde wijze waarop de moorden op de Armeniërs werden uitgevoerd, en het is de tweede meest bestudeerde geval van genocide na de Holocaust.

Robert Fisk stelt in zijn boek "De grote beschavingsoorlog" dat de Armeense genocide een voorloper van de Holocaust was, waarbij ook enkele Duitsers betrokken waren. De nazi's zouden deze uitroeiings- en verzwijgingstactieken enige decennia later opnieuw toepassen. Winston Churchill waarschuwde herhaaldelijk tegen deze praktijken: "De geschiedenis zal vruchteloos speuren naar het woord 'Armenië'." Een deel van de historici, inclusief verschillende Turkse historici, zoals Taner Akçam, Fatma Muge Gocek en Halil Berktay en de vermoorde Hrant Dink, zijn het over het algemeen eens dat een genocide plaatsvond. Een ander deel van de historici, waaronder enkele Westerse historici die gespecialiseerd zijn in de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk zoals Bernard Lewis, Justin McCarthy en Gilles Veinstein, houden het bij deportatie en massamoord van Armeniërs, waarbij vaak etnische zuivering wordt erkend. Echter vinden zij het niet uitermate afwijken van andere totalitaire oorlogssituaties, en het niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Holocaust. De internationale discussie richt zich vooral op wat de precieze definitie van genocide is en wie in deze bepaalt dat ze hier daadwerkelijk van toepassing is.



Turkije, de staat die het Ottomaanse Rijk opvolgde, ontkent dat het woord genocide een goede term is voor de massamoord op Armeniërs die in 1915 begon onder de Ottomaanse heerschappij. In Turkije wordt de genocide dan ook vaak de Armeense kwestie genoemd. Andere landen hebben de massamoord officieel erkend als genocide, een standpunt dat wordt gedeeld door de meeste geleerden en historici.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos het Ottomaanse Rijk de kant van de Centrale Mogendheden (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije) waardoor het in oorlog raakte met de Entente (Rusland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk).

Op 24 april 1915 werden in Constantinopel (Istanboel), onder bevel van Talaat Pasja, honderden tot enkele duizenden leden van de Armeense elite opgepakt en zonder enkele vorm van proces gedeporteerd en later vermoord. Deze dag wordt nog altijd herdacht door de Armeniërs als het begin van de volkerenmoord.

De Turkse socioloog Taner Akçam stelt in zijn boek "A Shameful Act" (2004) dat deze milities langs de deportatieroute werden gestationeerd met het enige doel zo veel mogelijk Armeniërs om te brengen. De plaatselijke bevolking, al dan niet gedwongen betrokken in het complot, werd daarnaast aangemoedigd om de woningen van de gedeporteerden te plunderen; daarbij was het helpen onderduiken van Armeniërs verboden, op straffe van dood door ophanging. Plaatselijke gezagdragers en de moslimbevolking steunden allerminst unaniem de omstreden beslissing van het triumviraat.

Hoewel er geen consensus is over de vraag hoeveel Armeniërs werden vermoord tijdens de Armeense genocide, is er algemene overeenstemming onder westerse geleerden dat er meer dan 500.000 Armeniërs stierven tussen 1914 en 1918. De schattingen variëren tussen de 600.000 tot 1.500.000.

De wereld had maar weinig aandacht voor de genocide. Dit kwam hoogstwaarschijnlijk doordat er door de strenge oorlogscensuur weinig berichtgeving uit het Ottomaanse Rijk naar buiten kwam en omdat de verschrikkingen van de loopgraven aan het westelijke front in de kranten de overhand hadden. Uitzonderingen op de geringe aandacht die toentertijd aan de genocide werd besteed waren de beschrijvingen van de Amerikaanse krant New York Times en de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Istanboel, Henry Morgenthau.

De afgelopen decennia heeft er talrijk onafhankelijk wetenschappelijk historisch onderzoek plaatsgevonden naar de gebeurtenissen in het Ottomaanse Rijk. Desondanks is de discussie nog steeds gaande.

Verschillende landen en internationale organisaties, waaronder België, Nederland en de Europese Unie, erkennen de genocide.

In België werd de Armeense genocide al in 1998 erkend door het Belgische parlement.

In het weekend van 24-25 september 2005 vond er aan de Bilgi Universiteit in Istanbul een eerste conferentie plaats over de Armeense genocide waarop wetenschappers uit beide kampen spraken, zowel die de genocide erkennen als diegene die het tegenspreken, nadat een rechtbank deze eerder verboden had.

Elk jaar op 24 april wordt het begin van de volkerenmoord door de Armeniërs zelf herdacht bij het nationale monument Tsitsernakaberd in de Armeense hoofdstad Jerevan. Ook in andere landen waar Armeniërs wonen worden herdenkingen georganiseerd. Ook in Turkije worden sinds enkele jaren in verschillende steden herdenkingen gehouden. In 2002 bracht de Canadese regisseur Atom Egoyan van Armeense afkomst de film Ararat, een Frans Canadese productie uit.

In Turkije was men absoluut niet te spreken over het verschijnen van ‘Ararat’. De film werd daar gezien als goedkope propaganda waarin ervan uitgegaan wordt dat Turkije schuldig is aan de vele Armeense sterfgevallen door de genocide in 1915. Even was er toch sprake van een release in Turkije, nadat de minister goedkeuring gaf, maar omdat men bang was voor rellen bij de filmzalen is hier op het laatste moment toch van af gezien.









Om dezelfde reden is deze film ook slechts beperkt in de Nederlandse bioscopen en filmtheaters te zien geweest.

Om ‘Ararat’ enigzins interessant te maken en niet al te documentaire-achtig te laten overkomen heeft de scenarist verschillende personages en verhaallijnen bedacht die het verhaal moeten vertellen. Een van deze personen is Raffi, een achttienjarige jongen die betrokken is bij het maken van een film over de genocide. Als hij bij de douane de filmblikken wil in checken, is een ondervraging door een douanebeamte (Christopher Plummer) het gevolg. De antwoorden zien we terug in flashbacks en op deze manier wordt stukje bij beetje het genocideverhaal verteld. Door de grote wisseling van verhaalijnen, tijden en scènes is het af en toe wel wat verwarrend en dat is toch wel jammer.

De film heeft een sterke cast met een integere Charles Aznavour, en een toen nog jonge David Alplay in de rol van Raffi.

Ararat was de eerste film die het thema van de Armeense genocide in een grote film behandelde. Bijzonder aan ‘Ararat’ is dat een deel van de film gaat over het maken van de film, een zogenoemde ‘film-in-film’. Door het vele schakelen van heden naar verleden en van echte film tot het verhaal van het maken van een zelfde soort film wordt er wel veel aandacht van de kijker gevraagd. ‘Ararat’ is echt een film met weinig sensatie maar met een morele én humane boodschap, waar je geconcentreerd naar moet kijken.

Op diverse filmfestivals is deze film in de prijzen gevallen. Dit leverde twaalf awards op en nog eens negen nominaties. Ook maakte de film deel uit van het officiële programma van het prestigeuze Cannes filmfestival in 2002. Reden genoeg dus om dit werk nog eens rustig te bekijken op DVD of Youtube.



In 2016 kwam Terry George gesponsord door de Armeense-Amerikaanse miljardair Kirk Kerkorian met een nieuwe film opdraven flink opgesmukt met wat Dr. Zhivagospektakel en de klanken van duizend violen.

 

De film speelt zich af tijdens de laatste dagen van het Ottomaanse rijk. Een bescheiden Armeense apotheker, Michael genaamd, verlaat zijn dorp om toevallig ook medicijnen te gaan studeren in het kosmopolitische Constantinopel. Chris is een Amerikaanse persfotograaf die naar het land is gekomen in verband met geopolitiek en een relatie heeft met de getalenteerde Ana. Wanneer Michael Ana ontmoet, ontstaat er een aantrekkingskracht die zal leiden tot rivaliteit tussen beide mannen. Nadat de Turken zich mengen in de oorlog en bij de Duitsers aansluiten, werpt het Ottomaanse Rijk zich op tegen etnische minderheden en zal iedereen, ondanks onderlinge conflicten, een manier moeten vinden om te overleven.

De driehoeksverhouding doet nogal triviaal aan tegen de achtergrond van de immense tragiek van de genocide op de Armeniërs.

De film volgt verder het geijkte Hollywoodpad door met een "positieve noot" te eindigen en de bioscoopbezoeker niet helemaal met een depressief gevoel de deur uit te laten gaan.

De film mag zich dan wel richten op de genocide toch krijg je bitter weinig historische achtergrond en die is toch wel heel belangrijk voor de westerse kijker - waarvoor de film toch wel gemaakt is.

De filmmakers lijken enkel van het gegeven 'genocide' uit te gaan, zonder verklaringen te willen hebben. Of desnoods een antwoord op de vraag of Turken echt meenden dat ze met deportaties bezig waren met collateral damage in plaats van een gerichte afslachting van een bevolkingsgroep.

Nergens maakt de film het grote leed echt invoelbaar, de ontberingen die men moest ondergaan, behalve dan het verlies van geliefden. Het blijft dus een zoutloos geheel dat ook te kort is om te beklijven. De aankleding is wel prima met de kostuums, decors en ook de grootte van de productie met veel figuranten en veel weidse shots om zo het tijdsbeeld geloofwaardig maar vooral levendig te maken. Het acteerwerk is verre van schitterend en Oscar Isaac mag dan wel een Al Pacinolook aangemeten hebben, deze vertolking van de Armeense dokter ging toch echt zijn petje te boven. Alhoewel Atom Egoyans Ararat met een veel kleiner budget gemaakt werd en zeker niet volmaakt was, zat er veel meer soul en historiek in.

De Armeense genocide blijft belangrijk om onder aandacht te brengen, maar liefst zonder bouquetsreeks of belegen melodrama.

 



Ararat (2002)



Regie: Atom Egoyan | 110 minuten | drama, oorlog | Acteurs: David Alpay, Charles Aznavour, Eric Bogosian, Brent Carver, Marie-Josée Croze, Bruce Greenwood, Arsinée Khanjian, Elias Koteas, Christopher Plummer, Simon Abkarian, Raoul Bhaneja, Lousnak Abdalian

The Promise (2016)

Verenigde Staten

Drama / Historisch

134 minuten



geregisseerd door Terry George

met Oscar Isaac, Christian Bale en Charlotte Le Bon

00:00 Gepost in DVD, Films | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.