Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

19-06-17

Koen Hilberdink J.B.W.P. Het leven van Johan Polak

J.B.W.P._588214566734d.jpg




Koen Hilberdink

J.B.W.P.

Het leven van Johan Polak

 

Van Oorschot, mei 2017

ISBN 9789028261846 316

 

Johan bevrijdde zich definitief uit isolement waarin hij als homoseksueel jaren had verkeerd. Bij het leggen van contacten met jongens hielp niet alleen de tijdsgeest, maar ook zijn verkregen positie als prominente uitgever. 142

 

Koen Hilberdink is literatuurwetenschapper en werkzaam bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij promoveerde op Ik ben een vreemdeling. Ik sta apart. Een biografie van Paul Rodenko (2000). In 2007 verscheen zijn biografie over dichter Hans Lodeizen.

In 2012 verscheen tgv 50-jarig bestaan van Athenaeum-Polak & Van Gennep de kleine uitgave Boekenmanie. De geboorte van Johan Polak als uitgever, Koen Hilberdink beschrijft hierin de jaren die voorafgingen aan de oprichting van Uitgeverij Athenaeum.

Johan Bertus Wouter Polak (1928-1992) was een legendarische en extravagante uitgever, essayist, bibliofiel, vertaler en mecenas.

Hij groeide op in ‘een zeer liberaal joods milieu met sterk atheïstische en sociaaldemocratische inslag’. Dit ogenschijnlijk idyllische bestaan werd bruut verstoord door de vroege dood van Johans vader en de Duitse bezetting vlak daarna. Deze ingrijpende gebeurtenissen en de verhouding met zijn moeder bepaalden voor een groot deel Polaks verdere leven.

 

De drama’s uit zijn jeugd worden door Hilberdink in verband gebracht met de oprichting van uitgeverij Polak & Van Gennep in 1962. Hij gaf op fraaie wijze het werk uit van onder anderen P.C. Boutens, J.H. Leopold, Herman Gorter en J.C. Bloem. En dat van Gerard Reve, die hij van alle naoorlogse auteurs het meest bewonderde en met wie hij een uiterst complexe verhouding kreeg.

Daarnaast begon Polak in 1966 de al even vermaarde Athenaeum Boekhandel op het Spui in Amsterdam. Het werd een centrum van activiteiten, zowel politiek als literair, en Johan werd een bekende Amsterdammer.

Uitvoerig komt ook in deze biografie Polaks rol aan de orde in de emancipatie van homoseksuelen en de strijd tegen het antisemitisme.

Hij was steenrijk, bezat mooie boekhandels, grachtenhuizen, een landgoed, schilderijen en een indrukwekkende verzameling handschriften. Hij was een graag geziene mecenas. Toch was hij ongelukkig en gefrustreerd.

Hij cultiveerde zijn rol als onaantrekkelijke, intellectuele, joodse homo. Hij verrijkte jongens met lessen in literatuur en schoonheid, liet het hun aan niets ontbreken en verlangde slecht wat seksuele wederdiensten. Het lukte hem nooit een echte, gelijkwaardige relatie aan te gaan; hij was altijd de rijke, erudiete aanbidder. Vriendje Rik werd zijn 'aangenomen zoon'. Ook jonge schrijvers en kunstenaars werden ingepakt: Hans Plomp, zelf hetero, was een tijdlang zijn vriend.

 

J.B.W.P. - Het leven van Johan Polak, de biografie die Koen Hilberdink over hem schreef, is eigenlijk een pijnlijk levensverhaal. Het is duidelijk het portret van een excentriekeling, iemand die van zichzelf een 'type' maakte. Daarachter ging een gekwetste jongen schuil, die op geen enkele manier kon meedoen met de anderen.

 

Zelf hield Polak het op 'de drievoudige paradijsvloek': 'Ik ben joods, ik ben rijk en zo lelijk als een paard.' Daar kwam dan nog zijn homoseksualiteit bij. Die combinatie, wist hij, 'zien de mensen niet graag'. Dat het niet alleen een voorrecht was om joods en opgegroeid in die rijke intellectuele traditie te zijn, ondervond hij toen hij met zijn familie, ondanks dat die financiële banden had met Duitsland, toch naar Westerbork werd afgevoerd. Dankzij een goede zaakwaarnemer kwam het gezin vrij.

De puber Johan schaamde zich voor de vernederende behandeling, maar schaamde zich later ook omdat hij als 'rijke jood' de ramp had overleefd. Hij raakte zijn vertrouwen in elke goede afloop kwijt. Als het erop aankwam, wist hij, wilde niemand de joden helpen. Hij leefde als jong volwassen man in een ziekelijke symbiose met zijn hypochondrische moeder. Pas toen zij dood was, kon hij contacten met mannen aangaan.

Hij paste totaal niet in de literaire scene van zijn tijd. Polak hield van dode schrijvers, uit de klassieke oudheid of grootheden uit zijn jeugd: Boutens, Bloem, Van Eyck en Leopold. Voormalige klasgenoten als Remco Campert en Rudy Kousbroek zagen weinig in hem. Terwijl zij samen met dichters als Kouwenaar, Lucebert en Vinkenoog op het Leidseplein hun successen vierden, beet Polak zich vast in traditionele reeksen en tijdschriften waarvan hij - dankzij zijn geld - hoofdredacteur mocht zijn. Hij schreef stukken tegen 'de experimentelen'. Gerrit Kouwenaar noemde hem een 'kunstvlo' en 'Boutens-snotteraar'. Echt last hadden ze niet van hem, want Polaks stukken werden amper gelezen en zijn tijdschriften stierven een vroege dood.

 

Enig succes kreeg hij pas toen hij ging samenwerken met Rob van Gennep (over wie onlangs een goede biografie verscheen, door Geke van der Wal). Het was een vreemde combinatie, de hippe, linkse Van Gennep die precies aanvoelde wat zijn generatiegenoten wilden lezen, en de behoudende, wereldvreemde classicus. Toch werden ze een geolied uitgeversduo. Door Johan was een beginkapitaal verzekerd, maar Van Gennep bracht al snel geld binnen. Rob gaf politieke boeken uit, Johan zijn klassieke edities, en enkele levende auteurs met wie hij affiniteit had: Reve (totdat die vriendschap na geruzie uiteenspatte), Ida Gerhardt, Marguerite Yourcenar. Die boeken werden verkocht in de winkels van Johan Polak, waaronder Athenaeum op het Amsterdamse Spui. In 1968 gingen de firmanten in vriendschap uit elkaar. Polak ging verder met de oude naam, Van Genneps onderneming begon onder zijn eigen naam.

 

Echte ontdekkingen deed Polak niet. Een groot schrijver was hij evenmin, hoewel hij vaak lezingen hield en essays publiceerde. Zijn verdienste is dat hij klassieken heel mooi heeft uitgegeven, en daarmee cultureel erfgoed heeft gekoesterd.

 

Verder heeft hij aan de homo-emancipatie bijgedragen door in de jaren zestig openlijk voor zijn homoseksuele geaardheid uit te komen, en als bestuurslid van het COC. Hij was een van de drijvende krachten achter het vernieuwende tijdschrift over homoseksualiteit Dialoog (1965-1967). Als mecenas gaf hij opdrachten aan diverse kunstenaars, onder wie Carel Willink, en stond hij vele beginnende kunstenaars financieel bij.

Vanaf 1983 was hij beschermheer van het Genootschap voor Tegennatuurlijke Letteren, een club van schrijvers en wetenschappers die zich met homogeschiedenis en -letterkunde bezighouden, met leden als Fokas Holthuis, Nop Maas, Theo van der Meer, Cees van der Pluijm, Harry G.M. Prick, David Simaleavich, Paul Snijders en Ab van der Steur.In 1988 werd hem een eredoctoraat verleend door de Universiteit van Amsterdam. In de jaren tachtig begon hij ook cultuurhistorische essays te publiceren, veelal over klassieke en andere belangrijke schrijvers, van Herodotus via Plato, Vergilius, Quintilianus, Baudelaire, Wilde, Couperus, Leopold, Kaváfis tot George Steiner. Thema's die bij Polak steeds terugkeren zijn bloei en verval, decadentisme, antisemitisme en homofobie, de bedreiging van de beschaving en het doemdenken.

Zijn tragiek was ook dat hij er al heel vroeg heel oud uitzag, sommige mensen vonden hem erg lelijk, daar moest hij ook mee om zien te gaan. En wat natuurlijk heel sterk speelde, was zijn homoseksualiteit, het was in die tijd niet vanzelfsprekend dat je dat voor jezelf erkende, dat je daar voor uitkwam.

 

Polak overleed plotseling, 63 jaar oud. Zijn omvangrijke letterkundig archief berust bij het Gemeentearchief Amsterdam en werd toegankelijk voor zijn biograaf.

 

Koen Hilberdink geeft hem in zijn boek de bewondering die hij verdient. Hij schreef een evenwichtig - en bewonderenswaardig beknopt - verhaal waarin hij Johan Polak beschrijft met zijn mooie en minder mooie kanten. Hij verleent hem zo de grandeur die hem zeker toekomt.

André Oyen

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.