Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

03-05-17

Verzwegen verlangen een geschiedenis van homoseksualiteit in België

Verzwegen_verlangen_web.jpg


 

Verzwegen verlangen

een geschiedenis van homoseksualiteit in België

Auteur: Wannes Dupont Jonas Roelens

Co-auteur: Elwin Hofman

Uitgever: Vrijdag, Uitgeverij

Nederlandstalig 9789460015281 april 2017

Alle productspecificaties

Samenvatting

Het verhaal vertellen van een fenomeen waarover weinig gesproken of geschreven werd, is geen eenvoudige taak. De bronnen voor een

dergelijke geschiedenis zijn bijzonder schaars. Aangezien homo-erotische verlangens eeuwenlang als misdadig beschouwd werden, lieten /de mannen en vrouwen die deze verlangens ervoeren uit angst

voor vervolging zelden tastbaar ‘bewijsmateriaal’ over hun liefdesleven na.

 

Auteur, socioloog en gewezen voorzitter van het Humanistisch verbond Nederland, geeft in zijn boek Homoseksualiteit in nederland(1982- BOOM) - in eerste instantie als proefschrift geschreven - een breed expose van de ontwikkeling van de homoseksuele beweging (onder mannen en vrouwen) in het algemeen vanaf de antieken en i.h.b. in Nederland vanaf 1911. Hij plaatst e.e.a. in het perspectief van de emancipatie en trekt vergelijkingen met andere gediskrimineerde groepen (joden/vrouwen). De benadering kan worden geschetst als historisch-sociologisch.

Paul Borghs deed in zijn boek Holebipioniers (Epo, Uitgeverij, 2015) het verhaal van de geschiedenis van de holebistrijd in Vlaanderen van 1953 tot vandaag uit de doeken. Maar een echt werk over homoseksualiteit in wat nu het Koninkrijk België is, te beginnen in de late Middeleeuwen tot nu was er nog niet. Er waren publicaties van homostudies door Bob Carlier, Geert de Beuckelaere en John Vincke, maar die bleven veelal in het wetenschappelijk circuit hangen.

En nu verscheen bij uitgeverij Vrijdag het eerste historische overzichtswerk van de homoseksualiteit in België, naar een breder publiek toe: Verzwegen verlangen.

Dr. Wannes Dupont publiceerde samen met twee andere jonge historici in april 2017 Verzwegen verlangen. Wannes Dupont, Elwin Hofman en Jonas Roelens doctoreerden allen over het onderwerp. Dupont behaalde in 2015 zijn doctoraat aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen, bij de onderzoeksgroep Power in History.

Verzwegen verlangen doet in acht essays van vijf auteurs uit de doeken hoe homoseksualiteit eeuwenlang een taboe was dat alleen als criminele handeling in de publieke ruimte bestond. Naast de drie historici droegen UAntwerpenalumnus Paul Borghs en prof. dr. Bart Eeckhout bij. Die laatste is als expert in de queer studies verbonden aan de onderzoeksgroep Literatuur van de moderniteit.

Doctorandus Jonas Roelens van de Universiteit Gent spitte de zestiende en zeventiende eeuw uit. Hij begint met de gruwelijke executie van vijf jonge katholieke monniken. Ze werden beschuldigd van sodomie. En dat betekende de brandstapel. Een standaardstraf in die tijd.

Volgens late middeleeuwers verbrandde God Sodom en Gomorra omwille van hun (homoseksuele) zonden. Om te vermijden dat God dit zou doen met eigentijdse steden verbrandden ze zelf sodomieten.

Sodomie was een containerbegrip voor alle seks die niet tot voortplanting kon leiden. De passieve sekspartner werd wel eens minder zwaar gestraft. Zijn zonde was net iets minder. Maar niettemin werden bij processen over bestialiteiten ook soms de dieren verbrand. De zonde moest gereinigd worden.

De vervolging van homo's gebeurde niet zo systematisch. Er waren pieken ten tijde van crisis en van politiek-religieuze conflicten.

Vrouwenseks werd amper bestraft, al vond Roelens ook wel processen van vrouwen. Maar indertijd was de mens fallisch gericht. Seks zonder een penis was ondenkbaar.

Omdat sodomie een zonde en taboe was, werden niet alle processen gedocumenteerd. De baljuw, de politiecommissaris, schreef soms alleen dat iemand voor sodomie werd terechtgesteld. Meer niet. Terwijl de diefstal van sokken gedocumenteerd werd in lange epistels.

Tijdens verhoren en processen wilde men echter graag weten hoe de vork in de steel zat. Procesverslagen zijn gekleurd omdat ze door de overheden werden geschreven en verhoren gebeurden onder marteling. Toch zijn ze een bron van informatie.

Zo leren we dat sodomieten elkaar leerden kennen in sommige badhuizen of aan de stadswallen. In 1658 is de laatste verbranding voor sodomie geregistreerd.

Doctorandus Elwin Hofman van de Universiteit Leuven spitste zich toe op de jaren 1700. De brandstapel beef op papier de ideale straf voor sodomie, maar men verkoos minder opvallende straffen. In de achttiende eeuw bedacht men dat mensen terechtstellen voor homoseks de praktijk te veel ruchtbaarheid gaf. Toch waren er wel degelijk processen, zoals dat van Peter Stocker in 1781.

In 1795 werden de Oostenrijkers uit de Zuidelijke Nederlanden verjaagd en nam Frankrijk er de macht over. Het Franse Strafwetboek bestrafte sodomie niet. Niet per se uit sympathie, maar omdat de opstellers het niet eens geraakten over welke straf gepast zou zijn. Dit belette ordehandhavers niet om homo's op te sluiten.

Juridisch was er na 1795 een verbetering, maar in de praktijk werden meer homo's opgesloten dan voorheen.

De gevangenis werd ook de straf bij uitstek. Voorheen waren er wel cachots en kerkers, maar pas toen werd de gevangenis uitgevonden. Er bestaan rapporten uit de gevangenis van Gent uit 1830 waar de dokter zich zorgen maakt over pederastie in de gevangenis.

Sodomie kreeg een nieuwe naam: pederastie. Dat had toen niet de betekenis van een affaire tussen meester en leerling.

Wat dacht het gewone volk van homo's? Niets. Het was een zonde. Het was een hellend vlak. Eerst begon de kleine zonde: een kleine diefstal, dan gokken, overspel met vrouwen en dan seks met mannen. Het kon alleen maar bergaf gaan.

Toch ontstond de gedachte dat mensen misschien wel 'zo geboren' zijn. Dat argument maakte echter weinig indruk op processen.

In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstonden in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de eerste gaybars avant la lettre. Peter Stocker getuigde hoe hij wel eens naar Rijsel trok.

Ook in de achttiende eeuw was vrouwenseks een ondenkbaar concept. Er bestonden wel romans sapphiques, naar Sappho vernoemd, de lesbische Griekse dichteres. Lesbiennes werden niet vervolgd, maar te opvallende vrouwenkoppels konden wel sociaal veroordeeld worden en uit de gratie vallen.

Dr. Wannes Dupont van Yale en de Universiteit Antwerpen bekijkt in het zesde hoofdstuk Georges Eekhoud in een maatschappelijke context. Deze gerenommeerde schrijver werd het slachtoffer van een poging tot censuur. In zijn geschriften gaf Eekhoud vaak uiting aan de eenzaamheid en wanhoop die zijn homoerotische gevoelens met zich meebrachten. Ook de medische wereld werd zich steeds meer bewust van het psychisch leed van heel wat homoseksuele mannen en vrouwen. Homoseksualiteit was in wetenschappelijke kringen een ziekte geworden in plaats van een misdrijf, de homoseksueel zelf een studieobject. In het buitenland betekende dat het startschot voor de eerste actiegroepen die ijverden voor maatschappelijke aanvaarding van homoseksualiteit. In België bleef het echter – weer – oorverdovend stil. Het zesde hoofdstuk van dit boek legt uit waarom.

De laatste twee hoofdstukken behandelen de tweede helft van de twintigste eeuw. Strafrechtelijke bronnen, die de leidraad vormen voor de vorige hoofdstukken, zijn om privacygevoelige redenen

nog niet toegankelijk voor deze periode. Toch valt er heel wat te vertellen over het alledaagse leven van holebi’s in naoorlogs België.

De opkomst van een holebibeweging in België bracht immers de creatie van allerlei nieuw bronnenmateriaal met zich mee. In recente jaren ontwikkelde die beweging ook een zeker historisch

bewustzijn. Dat leidde onder meer tot de oprichting van een homo/lesbisch archief, het Fonds Suzan Daniel, en tot projecten die als doel hadden om via interviews met betrokkenen het geheugen van

de beweging vast te leggen.

Paul Borghs is een specialist in die geschiedenis. Hij vertelt hoe homoseks even gedeeltelijk strafbaar was. Artikel 372bis van het Strafwetboek stelde dat voor consensuele homoseks de partners minstens 18 jaar moesten zijn. Voor hetero's was de seksuele meerderjarigheid 16 jaar. De wet hield het twintig jaar vol: tussen 1965 en 1985.

In 1985 werd het artikel afgeschaft. Het idee om holebi's te beschermen tegen discriminatie ontstond. Dat gebeurde in 2003. Toen werd ook het huwelijk opengesteld. Na het homohuwelijk was adoptie mogelijk, in 2006.

In die periode kwam er ook een nieuwe garde activisten. Terwijl er voorheen een tweespalt was tussen diegenen die verandering wilden van de samenleving door een revolutie en betogingen, waren er die voorstanders waren van 'zo normaal mogelijk doen' en lobbywerk.

Borghs wijst ook op twee bijzondere dynamieken. Eerst moet er een momentum zijn. Door de Dioxinecrisis kwam paars-groen aan de macht. Eerste minister Guy Verhofstadt (Open Vld) scoorde met ethische kwesties. Die kosten de schatkist ook geen geld. Met het samenlevingscontract in 1996 werden de geesten gerijpt voor het huwelijk.

In het achtste en laatste hoofdtuk Puur en ongezoet (ook de naam van cabaretgroep bestaande uit lesbische vrouwen) gaat Bart Eeckhout in op het culturele- en ontspanningsaspect, dat ook wel een emanciperend effect had, want kunst (van literatuur, tot muziek en film) verwoordt toch nog altijd een belangrijk deel van het maatschappelijk debat. Mooie voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld films zoals Brokeback Mountain of boeken zoals Kartonnen dozen.

Hoewel dit boek zowel een geschiedenis van mannelijke als van vrouwelijke homoseksualiteit

wil zijn, gaat het veel uitgebreider in op mannelijke homoseksualiteit.

Dat is allerminst omdat de geschiedenis van vrouwelijke homoseksualiteit minder interessant zou zijn, of omdat die slechts een afgeleide zou zijn van de geschiedenis van mannelijke homoseksualiteit.

De geschiedenis van lesbiennes wordt belemmerd door een eeuwenlange miskenning van vrouwelijke seksuele verlangens.

Die heeft lesbiennes enerzijds bepaalde mogelijkheden geboden –er zijn immers veel minder vrouwen dan mannen vervolgd omwille

van hun homoseksualiteit. Anderzijds heeft die miskenning er ook voor gezorgd dat de geschiedenis van homoseksuele vrouwen nog minder zichtbaar is dan die van homoseksuele mannen, zeker ook

in strafrechtelijke bronnen.

Verzwegen verlangen reconstrueert op een krachtige maar ook aangename manier de toch nog toe vrij onbekende leefwereld van 'potten' en 'pederasten' in België, van de middeleeuwen tot vandaag, en bespreekt ook heel verhelderend de veranderende mentaliteit rond een thema dat slechts met mondjesmaat publiekelijk bespreekbaar werd.

André Oyen

 

 

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.