Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

14-02-17

Valentijn

happy-valentines-day.jpg9519177-profile-man-gezicht-silhouet-hand-knappe-vriendje-waait-hart-tekening-achtergrond-prachtige-vectoril.jpg


 

Een heel gelukkige Valentijn

 

Liefdesgedicht van Herman Gorter

De negentiende eeuwse dichter Herman Gorter is vooral beroemd geworden door zijn lange gedicht Mei. Daarnaast schreef hij ook kortere gedichten. Hij schreef ook veel liefdesgedichten zoals het volgende gedicht:

 

Gij staat zo heel, heel stil

met uwe handen, ik wil

u zeggen een zo lief wat,

maar 'k weet niet wat.

 

U schoudertjes zijn zo mooi,

om u is lichtgedooi,

warm, warm, warm - stil omhangen

van warmte, ik doe verlangen.

 

Uw ogen zijn zo blauw

als klaar water - ik wou

dat ik eens even u kon zijn,

maar 't kan niet, ik blijf van mijn.

 

En ik weet niet wat 't is wat

ik u zeggen wil - 't was toch wat.

 

Herman Gorter

 

Bronvermelding

 

Bovenstaande liefdesgedicht van Herman Gorter werd overgenomen uit de bundel:

 

Herman Gorter, 1997, Ik vind je zo lief en zo licht; Veertig liefdesgedichten, Amsterdam: Bakker

 

Liefdesgedicht van P.C. Hooft – Gezwinde Grijsaard

Het volgende liefdesgedicht is van de beroemde zeventiende-eeuwse dichter P.C. Hooft. Dit gedicht is een sonnet. Het sonnet is de populairste dichtvorm voor liefdesgedichten. In het gedicht maakt P.C. Hooft gebruik van het stijlfiguur personificatie.

 

GEZWINDE GRIJSAARD

 

Gezwinde grijsaard die op wakk’re wieken staag

de dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken

altijd vaart voor de wind, en ieder na laat kijken,

doodsvijand van de rust, die woelt bij nacht bij daag;

 

onachterhaalb’re Tijd, wiens hete honger graag

verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken,

en keert en wendt en stort staten en koninkrijken,

voor iedereen te snel: hoe valt gij mij zo traag?

 

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijf ik met mishagen

de schoorvoetige tijd, en tob de lange dagen

met arbeid avondwaards. Uw afzijn valt te bang

 

en mijn verlangen kan den Tijdgod niet bewegen,

maar ’t schijnt verlangen daar zijn naam van heeft gekregen,

dat ik de tijd, die ik verkorten wil, verlang.

 

P.C. Hooft

 

Plezier heeft de vorm

Herzberg, Judith, (1934)

 

Plezier heeft de vorm

van jouw lichaam gekregen.

 

Ik vind je hoe langer

hoe langer hoe liever,

je bent al zo lang

als een dadelpalm

waar ik wel in wil klimmen.

 

Ik ben van mijn lief,

en als hij verlangt

verlangt hij vanzelf

naar mij.

 

Overgenomen uit: Arie Boomsma, Waarom ben je niet bij mij, Amsterdam: Prometheus 2013.

 

Doosje

Schmidt, Annie M.G., 1911-1995

 

Ik ben zo bang dat je strakjes verdwijnt,

vervaagt in mist en dan nooit meer verschijnt,

oplost in zonlicht of smelt in de regen,

ja, dat komt voor en wat doe je ertegen?

Wegvliegt door 't raam als een heel domme vlinder,

hoge beloning voor Eerlijke Vinder.

 

Ik zou je het liefste in een doosje willen doen

en je bewaren, heel goed bewaren.

Dan zou ik je verzekeren voor anderhalf miljoen

en telkens zou ik eventjes het doosje opendoen

en dan strijk ik je zo zachtjes langs je haren.

Dan lig je in de watten en niemand kan erbij,

geen dief die je kan stelen, je bent helemaal van mij.

Ik zou je het liefste in een doosje willen doen

en dan telkens even kijken,

heel voorzichtig even kijken,

en dan telkens even kijken

en een zoen.

 

Je mag er eventjes uit, elke dag.

Zeker dat mag. Ja, een uurtje, dat mag.

Laten we zeggen: naar 't Vondelpark, even,

alleen om de eendjes wat eten te geven.

Maar 'k hou je vast, ook tegen je zin

en na een uur ga je 't doosje weer in.

 

 

Liefdesliedje

Waals, Jacqueline van der, 1868-1922

Mijn liefste, waar we beiden zijn,

Daar zijn we met ons bei,

Al de andre menschen, die er zijn,

Ze zijn er niet voor mij.

Ze lachen wel en praten wat,

Ze komen wel en gaan,

Maar doen ze iets of laten dat,

Het komt er niets op aan.

 

De andre menschen om ons heen,

Zijn ook wel lief en goed,

Maar ik bekommer mij alleen

Om wat jij zegt en doet.

Ik glimlach maar en houd mij stil,

Dit roezig stemgegons,

Waar ieder wat beweren wil,

Wat is het, lief, voor ons?

 

 

Overgenomen uit: Alleen liefde houdt stand, gedichten over huwelijk, liefde en trouw, Kampen: Kok 2003.

 

 

00:10 Gepost in Andere | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.