Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

13-03-17

Petersburgse vertellingen : jaren in Rusland / Marente de Moor

index (8).png


 

Petersburgse vertellingen : jaren in Rusland / Marente de Moor

Editie: Tweede, herziene druk.

Em. Querido's Uitgeverij BV, 2016, ©2016

135 pagina's

Bibl. annot.: 1e druk: Amsterdam : Contact, 1999. - Eerder verschenen in wekelijkse columns in De Groene Amsterdammer.

Annotatie: Columns over het hedendaagse leven in Rusland, met name Sint-Petersburg.

ISBN: 9789021402857



Het gezicht van deze stad was nu inderdaad flink geschminkt, met al die led-verlichting en granieten trottoirs. Eigenaardige tentjes van toen hadden het niet overleefd, de horeca was in handen gevallen van ketens, en drankwinkels gingen, zoals in elk beschaafd land, ’s avonds gewoon dicht. De Russen vonden hun eigen verleden nu ook wel mal en persifleerden het in talloze nostalgische etablissementen met rode sterren en sovjetgerechten die destijds zeker niet zo mals smaakten als nu.

Marente de Moor (1972) is slaviste. Zij woonde tussen 1991 en 2001 in Sint-Petersburg en werkte als journaliste voor de St-Peterburg Times en De Groene Amsterdammer, waarvoor ze ook deze columns schreef, inmiddels achttien jaar geleden. Nu is er een heruitgave van 44 columns uit 1998 over het leven in Rusland – met name Sint-Petersburg, waar een heel andere sfeer hangt dan in Moskou – die zijn aangevuld met een inleiding van de auteur. Marente de Moor zelf leest ze terug 'met een mengeling van vertedering en gêne', onder andere omdat er geen ruimte was voor nuance.

Marente de Moor woonde in Sint-Petersburg in een tijd die de meeste Russen liever snel vergeten: de gevaarlijke en chaotische jaren negentig. Maar uit de schetsen in Petersburgse vertellingen blijkt dat achter die werkelijkheid van voortdurende crises en georganiseerde misdaad een charmante gekte schuilging, waarin muzikanten over de daken zwierven en beren in bussen op de stoep woonden, de verkeerspolitie zich liet uitbetalen in langspeelplaten en in het 'Arbeidspaleis' een quasi-koptische kerk boven een homobar was gevestigd. Onlangs keerde ze terug naar Rusland, om te onderzoeken hoe groot de invloed van het Kremlin op deze eigenzinnige stad is geworden. Ze schrijft dan ook anno nu: “Niemand had gedacht dat de lelijkerds, de domme bullebakken met hun zwarte trainingsbroeken en hun goudbrokate interieurs, opeens uit onze moppen zouden stappen en het daadwerkelijk voor het zeggen zouden krijgen.”

Ze bezocht voor het eerst de Sovjet-Unie in 1991, en dat was ook meteen de laatste keer, want in dat jaar viel het rijk uit elkaar.

Die zomer had ze deelgenomen aan het eerste uitwisselingsproject van de communistische jeugdorganisatie met het westen.

Ze begon alles op te schrijven in 1998, voor De Groene Amsterdammer. De roeping was slechts die van geldnood. Eerder had ze voor een Russisch televisieprogramma gewerkt waarvan de sfeer het midden hield tussen die van Opsporing verzocht en slasher-films. Samen met de politie probeerden we zoveel mogelijk criminele zaken in tien minuten zendtijd te proppen, nogal een opgave in de gewelddadige jaren negentig.

Het ergste was dat de geestdrift van de rauwe jaren negentig plaatsmaakte voor de humorloze kitsch van het nationalisme. Dit laatste is natuurlijk een pleonasme, omdat zelfspot, de voorwaarde voor humor, zich niet verhoudt met nationalisme.

Deze verhalen bieden geen kijk op de politieke situatie in het land of een diepgaande analyse van de Russische cultuur. Het zijn humoristische verhalen over het alledaagse die vaak niet langer zijn dan twee bladzijden. Maar het is wel fijn om te lezen over dit land en zijn inwoners. Het gaat in het boek over omkooppraktijken, brullende buren, klagende oude vrouwtjes en dronken beren die in grappige en treffende omschrijvingen richting lezer worden afgevuurd.

André Oyen

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.