Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

24-01-17

Willem Nijholt (non-fictie) Een ongeduldig verlangen

index (13).png


 



Willem Nijholt (non-fictie) Een ongeduldig verlangen - Herinneringen / Querido; 276 pagina's; euro 22,50.

 

Je weet zelf in je hart, en bij vergelijking, dat je veelzijdig bent, dat je je neus niet ophaalt voor entertainment maar dat je ook Shakespeare en avant-garde kunt vertolken. Ik denk dat ik dingen heb laten zien die niemand anders ooit zou kunnen uitvoeren.

 

In Een ongeduldig verlangen vertelt de legendarische Willem Nijholt over zijn rijk gevulde leven dat zo maar even 82 lentes beslaat. Willem Nijholt werd op 19 juli 1934 te Gombong, midden Java, geboren als zoon van Jan Nijholt en Willemina Arntz. Hij groeide op in Nederlands Indië in een klein garnizoensplaatsje, met een opleidingscentrum. Zijn vader was onderofficier-instructeur, hij leidde veel Indonesiërs op voor 's konings wapenrok. Hij zei altijd dat dat de trouwste onderdanen van koningin Wilhelmina waren. Hij had het er erg moeilijk dat hij na de oorlog terug moest en tegen zijn eigen mensen moest vechten.

Na Nijholts derde jaar zwierf de familie over Java en Madoera. Vanuit Madoera werd de familie geïnterneerd, omdat de oorlog uitbrak. Nijholt kwam op zijn achtste ook in een kamp terecht. Hoewel hij ooit zei daar geen trauma's aan overgehouden te hebben, waren het wel vormende jaren. Je slaat je jeugd over als je op je twaalfde dode mannen moet afleggen, terwijl je ook nog zo aan jezelf moet denken dat je daarnaast ook hun eten gaat ophalen, zodat je wat extra voedsel hebt.

Het boek begint met de aankomst in het koude Nederland, begin 1946, met het eerste ziekenhuisschip dat slachtoffers uit de Japanse concentratiekampen mee bracht, en dat betekende een afknapper. Géén gouden koets of hermelijnen mantel, die hij van de winterkalenders in Indië kende. Kleine 'Willi' zet het op een janken 'om... om... om álles', schrijft hij, Fien de la Mar-achtig theatraal.

 

Bleekneusje Willem kwam bij opoe terecht, en moest aansterken in Denemarken. Daarna kwamen de middelbare school en de Amsterdamse Toneelschool. Nijholt haalt warme herinneringen op aan zijn collega's Siem Vroom en Conny Stuart.

 

Nijholt is later nog wel naar Indonesië teruggeweest. "Als ik oude foto's zie, denk ik vooral aan de tijd vóór het kamp. De eerste keer dat ik het terug zag, was één natte jankpartij. Ik herkende veel, er kwamen geuren terug, kleuren, vormen... "

Hij ging in de marine, maar kwam er al snel achter dat dit leven niets voor hem was. Wel werd hij voor het eerst verliefd op een meisje, maar een groot succes was dat niet. Bij het vrijen dacht hij voornamelijk aan een korporaal.

Tussen zijn 18e en 23e modderde hij naar eigen zeggen maar wat aan. Hij zwierf rond en het maakte hem niets uit of hij werk had of niet. Aan dat leven kwam een einde toen hij vervolgens naar de Amsterdamse Toneelschool ging. Hier had hij het gevoel dat hij eindelijk thuis kwam en dat zijn zoektocht was afgelopen.

Het was duidelijk dat hij een doel in zijn leven had gevonden. Hij kreeg les van Ton Lutz en Ank van der Moer en bewaarde vooral goede herinneringen aan Guus Hermus, die hem een "pittig acteurtje" noemde. Dat gaf hem voldoende zelfvertrouwen om door te zetten op de Toneelschool, waar hij toch enigszins uit de toon viel. Hij was " te elegant" en altijd flamboyant gekleed in een toch vrij burgelijke wereld.

Nijholt zat nog op de toneelschool toen hij bij het COC te Amsterdam Gerard van het Reve ontmoette. Hij was onder de indruk van de man en wilde zich als 'een reïncarnatie van Florence Nightingale' over de schrijver ontfermen. Deze was nog niet zo succesvol en dronk meer dan goed voor hem was. Reve wees echter elke toenadering af.

In 1962 speelde Nijholt in COMMISSARIS FENNEDY, een tragedie van Van het Reve, dat opgevoerd werd door het Rotterdams Toneel. Volgens Nijholt werd de voorstelling gesaboteerd door een paar hoofdrolspelers die Reve maar niks vonden. Er heerste een soort anti-homo stemming.

Bij de première kreeg Nijholt van Reve een exemplaar van de boekuitgave van Commissaris Fennedy, met de opdracht: 'Voor Willem Nijholt in bewonderende geilheid'.

In april 1974 werd de serie DE STILLE KRACHT uitgezonden, een door Walter van der Kamp bewerkte versie van het boek van Louis Couperus. Nijholt speelde de rol van Theo, de zoon van resident Van Oudijck. Zijn tegenspeelster was Pleuni Touw, met wie hij (in de serie toch) een affaire had.

Met deze serie en ook met zijn shows met Wim Sonneveld werd hij ook in Vlaanderen een grote ster.

 

Willem Nijholt, acteur, danser, zanger, speler in tv-series, musicals en films, heeft ‘taal’ altijd als basis van zijn vak beschouwd. Sinds hij het plankier vaarwel zei uit hij die liefde voor taal door te schrijven. Zijn eerste boek Met bonzend hart (2011) stoelde op een jarenlange correspondentie met Hella Haasse, evenals Nijholt een ‘kind van Indië’. Dit boek Een ongeduldig verlangen bevat memoires.

Nijholt schrijft met grote tederheid over zijn opoe maar eigenlijk is dit boek één groot eerbetoon aan zijn moeder. De moeder, die hem het Jappenkamp doorsleepte, die hem in dat kamp zo goed leerde lezen en rekenen dat hij in Holland voorliep op school, de moeder die altijd bang was dat het met haar ‘Willi’ niet goed zou komen want wie gaat er nu bij het toneel… dat zou immers armoe lijden worden.

 

De moeder ook die meer dood dan levend uit Indië in Nederland kwam, maar die zich op de been vocht om vader en moeder tegelijk te zijn omdat vader krijgsgevangen was en aan de spoorlijn in Birma werkte.

 

Dat Willi het gered heeft weet iedereen. Nijholt is een grote ster aan het theaterfirmament. Maar er is er één die dat niet weet. En het is een jaarlijks terugkomend zeer, dat nog altijd schrijnt achter mijn ribbenkast. Ma heeft me nooit op een toneel kunnen zien.

Hij heeft op alle première-nazitten zijn hele carrière lang aan haar moeten denken. In gedachten deelde zij mee in het applaus door één buk (de eerste buiging) met de blik naar boven…

Een ongeduldig verlangen is een schitterend, ontroerend autobiografisch boek dat bewijst dat de oude sok zoals hij zich zelf noemt, wel kan schrijven.

André Oyen

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.