Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

08-03-17

Extaze 19 – Vrouw en Literatuur

coverE19voorDEFmail-213x300.jpg


 

Internationale vrouwendag

 

Extaze 19 – Vrouw en Literatuur

vijfde jaargang nr. 3

Gebrocheerd, geïllustreerd, 112 blz.

15,00

2016

In de Knipscheer

ISBN 978-90-6265-940-1

Vrouwenzaken gingen Anna Maria van Schurman ter harte. Ze wist dat ze in een geleerde traditie stond van geleerde voorgangsters als Sappho,Cornelia, Paula, Johanna Gray, Anna van Pallandt en Olympia Morata. Met tijdgenotes correspondeerde ze in het Grieks, Latijn, Hebreeuws rn het Frans en vormde ze een eigen 'Vrouwenrepubliek der letteren' die over de grenzen van taal, geloof, land en klasse heen ging.



Extaze is een literair kwartaalschrift, gemaakt door een Haagse redactie maar bestemd voor heel Nederland en België. Het wordt samengesteld uit literair en beeldend werk van Nederlandse en Belgische schrijvers en kunstenaars. De afzonderlijke nummers van Extaze zijn niet strikt thematisch geordend, maar enige samenhang tussen de bijeengebrachte stukken is er wel. Het karakter van het nummer wordt versterkt door het werk van een beeldend kunstenaar. Literaire inhoud, beeldend werk en vormgeving zijn nauw met elkaar verbonden.

De rode draad in nummer 19 betreft vrouwen in de Nederlandstalige literatuur die de gemoederen van hun lezers in beroering hebben gebracht en in verschillende opzichten baanbrekend zijn geweest. Uit negen eeuwen literatuurgeschiedenis koos de redactie in acht essays belangrijke vrouwen gaande van Hadewijch tot Carry van Bruggen, van Annie Schmidt tot Aya Zikken.

Korte verhalen zijn er van Marc Colsen, Elke De Klerk, Heidi Koren, Trudy van Rooij-van Mil, John Toxopeus, Ilona Verhoeven, Jan Zwaaneveld. In Archief gedichten van Lorine Niedecker (1903–1970) vertaald door Jeroen van den Heuvel en een selectie uit de dagboeken en brieven van Aya Zikken (1919–2013), gekozen en ingeleid door Kees Ruys. Gedichten van Jos Versteegen. Het beeld in dit nummer is van

Wendela de Vries.

Charlotte D’Eer belicht de figuur van Hadewijch, de dertiende-eeuwse schrijfster en mystica, die de balans zoekt tussen ketterij en christelijke verering.

De teksten die van haar zijn overgeleverd, visioenen, liederen en brieven, werden in een Brabantse variant van het Middelnederlands geschreven. Naar alle waarschijnlijkheid was zij een begijn, maar aangezien er geen getuigenissen over haar leven zijn bewaardis vrijwel niets met zekerheid over haar bekend. Haar oeuvre, waaronder Strofische gedichten en Brieven, is omstreeks 1240 tot stand gekomen. Pieta van Beek graaft in leven en werk van Anna Maria van Schurman, (1607–1678), vrouw van de wetenschap en de letteren, die in woord geschrifte haar onvrede uit over stad (Utrecht), kerk en universiteit .Ook spande ze zich in voor onderwijs aan vrouwen. In 1638 had zij een verhandeling geschreven over het recht van vrouwen om een wetenschappelijke opleiding te volgen. Die verhandeling verscheen in 1641 in druk en had reacties uit heel Europa tot gevolg.

Marleen de Vries geeft een pittige schets van Betje Wolff (1738–1804) en Aagje Deken(1741–1804), die strijden tegen intolerantie en dogma’s van gereformeerd Nederlanden. Ze werden vooral bekend door hun samen geschreven briefromans, waaronder Sara Burgerhart, over een jonge, moderne Amsterdamse vrouw.

Annemarié van Niekerk, Pieta van Beek wikken en wegen de verdienst van de Zuid-Afrikaanse Johanna Grobbelaar (begin negentiende eeuw), die wilde meehelpen aan de opbouw van haar land.

Elisabeth Leijnse, winnaar van de

Libris Geschiedenis Prijs 2016 met haar verrassende biografie over de zussen de Jong van Beek en Donk beperkt zich nu tot Cécile de Jong van Beek en Donk (1866–1944), die een ‘encyclopedische’ tendensroman, Hilda van Suylenburg (1897),schreef waarin alle aspecten van de vrouwenkwestie werden belicht.Deze emancipatieroman, over een vrouw die met succes een drukke baan als vrouwvriendelijk advocate combineert met een gelukkig gezinsleven, werd een enorm succes. Er werden alleen in Nederland al meer dan tienduizend exemplaren verkocht. Er verschenen Duitse, Franse en Zweedse vertalingen. Het boek geldt als een van de belangrijkste en bestverkochte feministische romans van Nederlandse oorsprong.

Jacques Sicking confronteert ons met het wel aparte werk van Carry van Bruggen, schrijversnaam van Caroline Lea de Haan (Smilde, 1 januari 1881 – Laren, 16 november 1932) was een Nederlandse schrijfster. Ze schreef ook onder de pseudoniemen Justine Abbing en May. Ze was de bijna een jaar oudere zus van de Nederlandse schrijver, jurist, significus en politicus Jacob Israël de Haan, die geboren werd op 31 december van hetzelfde jaar.Carry van Bruggen schreef een groot aantal romans, waarvan Heleen en Eva waarschijnlijk de belangrijkste zijn. De hoofdpersonen van deze boeken zijn individualistische vrouwen die pogen te ontsnappen aan het keurslijf van conventies en burgerlijk moraal. Met name in Eva wordt, voor die tijd, zeer openhartig geschreven over de vrouwelijke seksualiteit.

Andere bekende werken van haar zijn: De verlatene, een aanval op het antisemitisme en tegelijk een afwijzing van de strenge joodse orthodoxie; Uit het leven van een denkende vrouw, een autobiografische roman onder het pseudoniem Justine Abbing; en het veel gelezen Het huisje aan de sloot, een aantal samenhangende schetsen gebaseerd op haar jeugd in Zaandam. Ofschoon Carry van Bruggen geen enkele rol speelde in de toenmalige feministische beweging, zijn haar boeken doordrenkt van een feministische problematiek, of nog ruimer: van de problematiek van minderheidsgroepen.

Joke Linders heeft de dankbare taak om grootheid Annie M.G. Schmidt (1911–1995)) die spot met van bovenaf opgelegde regels en opvattingen te doorlichten. Michiel van Kempen duidt op de hang naar vrijheid van de Surinaamse Bea Vianen (1935),een niet weg te denken element

in de poëzie van deze belangrijke dicheres.

Zij werd geboren in de Surinaamse hoofdstad en is van gemengd-etnische afkomst. Vianen ging in 1957 naar Nederland en leefde sedertdien voortdurend periodes aan beide zijden van de oceaan. Zij debuteerde met poëzie en proza in het tijdschrift Soela (1962-1964). ln 1965 kwam haar bundeltje Cautal uit, ingeleid door Trefossa: liefdesliederen aan Krishna, al komt hier al de migrantenpsyche naar buiten. In al haar romans gaat het om de problematiek van vrijheid versus onvrijheid. Zij beschrijft Suriname lyrisch, maar is uiterst kritisch over de sfeer van benauwenis.

Extaze is er op een geraffineerde maar niet te drammige manier in geslaagd om belangrijke vrouwelijke literatoren in de schijnwerpers te plaatsen.

André Oyen

 

09:51 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.