Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

20-10-16

Ronny Van Rompuy, De Kasteelmoord.

2894348648.jpgde-kasteelmoord-ronny-van-rompuy-boek-cover-9789089240620.jpg


 

DE PV-STIJL

 

 

Ronny Van Rompuy, De Kasteelmoord. Antwerpen, Houtekiet 2016, 267 blz.

 

 

Aan zelfvertrouwen en zelfoverschatting ontbreekt het Van Rompuy niet. Hoofdinspekteur van politie, het is niet iedereen gegeven, die van zijn veertiende aan de arbeid moest. In Zomergem dan nog. Ik had al enige twijfel over plek en thema, want in het diepe Oost-Vlaanderen liggen de misdaden niet zomaar voor het rapen. Ik dacht eerder aan de kasteelmoord in Wingene, waarover ongelukkig genoeg in 2012 een ander boek is verschenen, met krek dezelfde titel, bij Borgerhoff & Lamberigts. Het is van de hand van misdaadjournalist José Masschelin. En volgend jaar brengt Van Halewyck nogmaals zo'n titel uit van VTM-rechtspecialist Faroek Özgünes. Om horendul van te worden.

 

Daar komt bij dat Van Rompuys eerste thriller eigenlijk een foute titel heeft. Het had misschien beter De Bosmoord geheten. Want de dame om wie een het draait is omgebracht en gedumpt in het Strengenbos: “Het levenloze lichaam van een jonge vrouw zat met de rug tegen een boom, het hoofd naar links overhellend. Haar lange, zwarte haren hingen gedrapeerd over haar linkerschouder. De vrouw had enkel zwart gelakte knielaarzen, een zwarte satijnen slip en een bijpassende bh aan”. Hebt u hem ? Het hoofd naar links, het haar over de schouder aan dezelfde kant ? Een bijpassende bh ? Het geassorteerde zwart ?

 

Ik vraag me af waarom Houtekiet dit boek zonder gepast herschrijven heeft aangeboden. Want de eerste 40 bladzijden zijn stilistisch om te huilen. “Ongeduldig slurpte hij zijn koffie naar binnen en met één oog volgde hij ongeduldig de wijzers op de klok in het café” (hoofdinspekteur Patrick De Vuyst draagt namelijk nooit een polshorloge en kijkt op zijn gsm, tot nader order – De Vuyst is ook de enige kollega van de schrijver die met zijn echte naam is opgenomen; naar levend beeld, want ook hij heeft een weldoorvoed buikje, en een gezonde dorst, zoals ik kon vaststellen bij de voorstelling van het boek in Waarschoot). “Ik zag dat het een lichaam was van een overleden persoon”, voegt een wandelaar eraan toe, in dat typisch schutterig pv-taaltje, dat het hele boek doet rieken naar houtpulp. “Ik zal een model III C, dat een verdacht overlijden meldt, afleveren”. “Goedenamiddag meneer de onderzoeksrechter, meneer de prokureur, dag dokter”. Waar heeft die dokter het verdiend niet met “meneer” te worden aangesproken ? “Ongeveer een vijftal jaar geleden” – ongeveer vijf, ok, een vijftal jaar ok, maar allebei ? “Hij stapte denkend naar buiten. Vloekend ...” Het bestaat nog, het onvoltooid deelwoord.

Helemaal in kontrast met het stroeve, gedateerde taalgebruik is de volstrekt ongeloofwaardige verhouding tussen de kommissaris, de onderzoeksrechter en De Vuyst. Zij jijen en jouen, en houden elkaar met flauwe grapjes voor het lapje, om dan weer uit hun krammen te schieten. De (vrouwelijke) kommissaris (het hele politiebestand bestaat uit vrouwen, op De Vuyst na, wellicht een ode aan de emancipatie) slaat van zuurpruim om naar vertrouwelinge, zodra ze zelf teleurgesteld wordt in haar ambities om kasteelvrouwe te worden met dokter De Vlieger. Hij heeft een verstandshuwelijk afgesloten met een hoogbejaarde dame, die hem hopelijk slot en meubelen en gronden zal nalaten. Hij wil die te gelde maken om zijn gokverslaving te betalen, maar helaas stuikt zij met twee schoten in de rug ten gronde.

 

Wie, o wie heeft het gedaan ? De verlepte dronkaard van een echtgenoot van de vermoorde knielaarzendraagster ? De Brusselse buitenwipper ? Een intimus van een der politie-agentes ? De bijzit van een andere ? Het verhaal wint aan snelheid naarmate het vordert, maar de onvoldragen stijl blijft de auteur parten spelen. De Vuyst blijft koppig al zijn agentes met de familienaam roepen, en de bevelen uitdelen. “Smessaert, jij rijdt”. Hij kent de weg niet in de politiezone Lowazone (Lovendegem-Waarschoot-Zomergem-Nevele). De gps heeft de politie nog niet uitgevonden. Geen dialoog of hij begint met “Patrick”, de zuinige om niet te zeggen gierige kantoorbaas die niet eens koffiekoeken wil halen of acht euro voor twee drankjes afzetterij vindt. (Wat moet je dan van parkeerboetes denken, ik lees net dat een Mechelaar 30 euro moet betalen omdat hij een “vervallen parkeerkaart” had gelegd – volgens een privéfirma uiteraard, want stel je voor, daar staat ook een einduur voor het parkeren op, en dat verschilt van gemeente tot gemeente. Maar het beginuur is toch hetzelfde ? En met welk recht worden privéfirma's belast met het innen van overheidsboetes ?)

 

De ongerijmdheden volgen elkaar in snel tempo op. Bladzijde 14: “Patrick, ik ben klaar. (…) Kan ik terug naar het kantoor ?” Bladzijde 16: “De Prins, je hebt me daarstraks niet gezegd of je bruikbare sporen hebt kunnen vinden. Je was plots weg zonder iets te zeggen”. Wat is het nu, iets gezegd of niet ? Bladzijde 23: “'Hebt u de onderzoeksrechter al in kennis gesteld over uw bevindingen en de identiteit van het slachtoffer ?' 'Natuurlijk, ik had immers een huiszoekingsbevel nodig'”. Dezelfde bladzijde 23, amper tien lijnen verder: “Voor één keer is het goed. Ik zal nu ook zelf de onderzoeksrechter bellen om het huidig resultaat van de huiszoeking mee te delen”. Dwaasheid of dubbel werk ? Geen wonder dat het gerecht overuren doet.

 

Maar dat ontmoedigt de schrijver niet. Tot twee keer toe liet hij de inleider (“net terug uit Cyprus, waar ik aan het zwembad lag”) dezelfde speech afsteken, met een halfuur tussen. “Voor wie het gemist heeft”. Ja, hij is twee jaar op pensioen, ja, hij is mogelijk verre familie van de heer president van Europa, “mijn broer heeft dezelfde apoteker in De Haan”, ja, “ik heb een opvallende titel gekozen”. “Mijn tweede boek is al half uitgetikt, nog 240 bladzijden, ik werk met een cliffhanger. Uitgeven ? Geen probleem, ik kreeg direkt telefoon van Houtekiet en van Boekscout en van Lannoo. Lannoo wou zelfs direkt een voorschot geven van 1.500 euro. Maar wie eerst komt, eerst maalt”. Het schrijven ging vanzelf, er was geen houden aan, trouwens “als je iets wil doen, dan kun je iets doen; wie dat niet doet vindt altijd een ekskuus”. En dus geen inspiratie door de moord in Wingene ? Nee, wel de eigen ervaring. “Ik heb de zogenaamde Valentijnsmoord op mijn bord gekregen, een man, Julien Staelens, die in 1999 zijn vrouw Diana Flement in stukken had gezaagd en die in de vaart gegooid. Zijn melding van haar verdwijning stonk uren in de wind. Het vroor dat het kraakte, en ze was zogezegd weggegaan zonder overjas, of handtas, dat kan toch niet ? Hij heeft levenslang gekregen”.

 

Maar waarom een boek ? “Wel, ze hadden me gevraagd of ik niet kon helpen met de verzorging van geleidhonden. Ik zou zo'n dier nooit meer kunnen afgeven na zijn training. En dus wou ik me op een andere manier inzetten. Het werd een thriller, die ten voordele van de stichting Hachiko, het centrum voor de opleiding van assistentiehonden in Merelbeke, is uitgebracht. Vorige zondag heb ik nog 22 boeken verkocht”. Het begon mij te dagen waarom de boekvoorstelling plaatsvond in een 'Honda'-garage in Waarschoot.

 

Geen toeval dat een opleider en een gehandicapte naast mij zaten, want Hachiko staat voor Honden Africhtings Centrum voor Hulp aan Invaliden door middel van Kleine Opdrachten. “De naam komt van een universiteitsdocent in Japan. Hij werd elke dag stipt afgehaald door zijn hond Hachiko aan het Shibuyastation in Tokio. Na de dood van de hoogleraar bleef de hond elke dag trouw zijn meester opwachten. Tien jaar lang. De Japanners hebben er een standbeeld voor opgericht” – een variante op Nello en Patrache in Hoboken, waar het geel ziet van de Japanners. Mensen met bewegingsmoeilijkheden of de vallende ziekte kunnen wel varen bij een goed opgeleide hond. “Hij helpt me bij het aankleden en brengt de krant”, zegt Koen Lenoir, een jongen met een aangeboren spierziekte. “Zijn naam is alleen bekend aan de hulpbehoevende. Aan mij dus. Anders raakt hij in verwarring. Daarom vragen we ook die honden niet te knuffelen of eten te geven. We werken al van 1996, in 2003 kwamen er meldhonden bij voor mensen met epilepsie. Vandaag zijn er 24 honden die afgericht worden, en een tiental die in de voltooiing van dat proces zitten. Ik zou niet zonder hem kunnen”.

 

Als je dat hoort, dan begrijp je wel de inspanning van de uitgeverij en de gulhartigheid van de schrijver. Maar dat het met zo'n rampzalige tekst moet gebeuren is dubbel jammer. Dat De Vuyst volgens de flaptekst “humoristisch en bij wijlen poëtisch” is, dat is volkomen uit de lucht gegrepen. Dat het verhaal alleen maar de aangeklede versie is van de geplogenheden en de procedures bij een misdaadonderzoek, er zijn drogere teksten, maar je moet ze ver gaan zoeken. Dat er geen eenheid is van strakke hiërarchie (die de ogen uitsteekt bij lektuur) en de gedragskode door de speurders die daarbij hoort, dat is een feil van auteur en eindredakteur samen. Of groothandelaars in verdovende middelen op zo'n stompzinnige wijze te werk kunnen gaan (en even 250 kilogram opslaan links in een garagebox), daar kan zelfs mijn verstand niet bij. Kortom, het is niet omdat je apoteker bent dat je een vernuftig bedachte vergiftiging ook spannend kunt beschrijven. Het is niet omdat je van veldwachter tot hoofdinspekteur opklimt dat je het dagelijks onderzoek kunt opwaarderen tot een beklemmende whodunit.

 

Ik twijfel er sterk aan dat Houtekiet doorgaat met de lotgevallen van De Vuyst. Maar dat mag de schrijflust van Van Rompuy niet drukken. Alleen moet hij even afdalen naar de simpelste schrijfregels die hij in acht moet nemen. Schrap de inkhorn terms. Voor een goed begrip: dat zijn de hoogdravende stadhuiswoorden of de belegen rechtstermen (“slachtofferbejegening”, “het afstappen van het parket”, “aangelanden”, “om uit de onverdeeldheid te treden”, “gevat worden”), ze verkruimelen terwijl je ze leest. Onnodig vakjargon. Ze willen alleen maar indruk maken op de gewone lezer. Pseudogeleerdheid is drukdoenerij. Het kenmerk van slechte schrijvers, zei Orwell al.

 

 

 

Lukas De Vos

 

De commentaren zijn gesloten.