Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

29-10-16

Cécile en Elsa, strijdbare freules Elisabeth Leijns

9200000040681814.jpg


 

Cécile en Elsa, strijdbare freules

 

Elisabeth Leijnse •

Een biografie, De Geus, Breda, 2015, 638 p. ISBN 9789044534825

Verschenen in november 2015

Vader constateerde met plezier dat zijn dochters wezens waren met vele ‘ viriele’ karakters, die hij vrouwelijk noemde, terwijl hijzelf en zijn zoon juist meer feminiene eigenschappen hadden.”

Het bekroonde boek van Elisabeth Leijnse (hoogleraar letterkunde aan de Universiteit van Namen) is een dubbelbiografie over twee ondernemende adellijke zussen, Cécile (1866-1944) en Elsa (1868-1939) de Jong van Beek en Donk. De eerste schreef de beruchte tendensroman Hilda van Suylenburg, de tweede was getrouwd met de beroemde componist Alphonse Diepenbrock.

De auteur, heeft voor deze biografie gebruik kunnen maken van divers archiefmateriaal, waaronder brieven en dagboeken van de hoofdrolspelers. Cécile vestigde haar naam als feministe en dompelde zich na haar scheiding van een rijke Haagse ondernemer onder in de Parijse kunstenaarswereld. Als fervent aanhanger van het Vichy-regime kwam ze in haar laatste levensjaren in een isolement te verkeren. Elsa was door haar huwelijk in de gelegenheid vriendschap te sluiten met kunstenaars als Mengelberg, Mahler en Toorop. De levens van de zussen bevatten meer dan genoeg ingrediënten voor boeiende levensgeschiedenissen, die tevens een rijk inzicht bieden in de cultuur van het Fin de Siècle (1890-1914) en Interbellum in Nederland en Frankrijk.

De zusjes groeiden op in een paradijselijke, beschermde wereld. Hun ouders voedden hun drie kinderen – er was nog een oudere broer – op in een warme sfeer van aandacht en vertrouwen. Ze kregen huisonderwijs van hun moeder Anna en later van een gouvernante. Ze lazen literatuur, spraken hun talen, musiceerden en tekenden. Het protestantse geloof was niet knellend, noch de mores van de adel, al waren de freuletjes zich al jong bewust van de rechten en plichten van hun stand en hadden ze een nuffige afkeer van banale, hard pratende burgermeisjes.

Liever zetten ze zich in voor de allerarmsten, de arbeiders in de sloppen. Vader Jan, die zich “rood maar niet onbeleefd” noemde, was actief in de armoedebestrijding. Dat “rood” was relatief: hij bleef een liberaal, het was niet de bedoeling dat de verhoudingen wezenlijk zouden veranderen. Ook de dochters, hoe vooruitstrevend ook, zouden zich nooit bij de SDAP aansluiten. Herman Gorter en Henriette Roland Holst, goede bekenden van hun vader, vonden ze onrealistische dwepers.

Er was één wanklank in dit gelukkige gezin: de moeder leed aan zenuwzwakte, een eigentijdse kwaal. Ze moest regelmatig herstellen in een rusthuis. Zo leerden de meisjes hun moeder te ontzien en werden ze haar verzorgsters. Met veel tact lukte het de meisjes om hun moeder Anna te laten afkicken van haar morfineverslaving.

Intussen werkten ze aan hun ontwikkeling: Cécile haalde een akte voor lerares Frans en Elsa stortte zich op een pianostudie en ging vervolgens als eerste vrouw in Nederland aan de universiteit rechten studeren. Cécile werd actief in de buitenwereld. Ze richtte een bond op “ter bestrijding van eene gruwelmode” (de mode van de hoedjes met veren), voorloper van de Vogelbescherming.

Cécile schrijft dat ophef verwekkende boek, Hilda van Suylenburg, een “tendensroman” waarin ze de schande aan de kaak stelt dat vrouwen zich niet maatschappelijk mogen ontplooien. Ze organiseert de Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, een groot succes, financieel mogelijk gemaakt door de gehate echtgenoot. Van hem scheidt ze – een stap die aanleiding is voor een jarenlange brouille met Elsa, die tegen de scheiding is. Ontluisterend is dat deze vrijdenkster zich in de jaren dertig ontpopt tot een fel antisemiet.

Al deze tegenstrijdigheden, dwalingen en hartstochten maken deze twee vrouwen interessant. Ze zijn intelligent, eigenzinnig en daadkrachtig, maar net zo goed kwetsbaar, en een product van hun opvoeding, sekse, emoties en hartstochten. Zij waren toch meer dan de “strijdbare freules” uit de ondertitel en Leijnse heeft ze beiden dan ook onderwerp gemaakt van een boeiende biografie. Cécile en Elsa zijn echte, levende wezens in wier bestaan de lezer zich vlot kan inleven.

André Oyen

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.