Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

22-04-16

Prince Matt Thorne

13283_pri.jpg

 


 

 Prince

Matt Thorne

 

Xander, 2014, 392 p.

"Het werd me nadat ik aan dit boek was begonnen al snel duidelijk dat Prince zich tijdens zijn hele carrière heeft omringd met toegewijde, intelligente en charmante mensen. Het vermogen om de juiste mensen te vinden is duidelijk een van zijn talloze talenten."

Prince kreeg de muziek met de paplepel ingegoten. Nadat zijn ouders gescheiden waren, groeide hij op bij zijn vader, een jazz pianist. Tijdens de optredens van zijn vader, John ‘Prince Rogers’ Nelson, stond hij backstage en wilde hij maar een ding: in zijn voetsporen treden. Prince schreef zijn eerste liedje toen hij zeven was (‘Funk Machine), ondertekende op zijn negentiende een platencontract bij Warner Bross en veranderde op zijn vijfendertigste zijn naam in een symbool, om van dat platencontract af te komen.

In 2001 recruteerde zijn vriend Larry Graham, roemrucht bassist van Sly and the Family Stone, hem voor de Getuigen van Jehova. Sindsdien wordt er op het toneel niet meer gevloekt en kan het je als inwoner van Chanhassen, Minnesota zomaar overkomen dat Prince voor je deur staat, met een Watchtower in de hand, want hij doet lustig mee aan de verspreiding van het Woord. Ondanks zijn 1 meter 55 is hij een niet onverdienstelijk basketbalspeler. En hij is een overtuigd veganist.

Zangfenomeen Prince is ongrijpbaar. Of tenminste, hij doet er alles aan om dat te zijn. Wellicht daarom weten de diverse biografieën die op de markt zijn ‘de mens’ achter de artiest nooit goed te vangen. Je zou ook kunnen concluderen dat Prince’ leven gewoon volledig in dienst staat van de muziek die hij maakt. Zijn immense catalogus geeft daar in ieder geval wel een vermoeden van. Vandaar wellicht dat biograaf Matt Thorne juist die immense catalogus aan uitgebracht en onuitgebracht materiaal als basis voor zijn in het Nederlands vertaalde boek heeft genomen. Thorne neemt de muziek als uitgangspunt en aan de hand van gesprekken met medewerkers (onder meer Wendy & Lisa, arrangeur Clare Fishers zoon Brent, H.M. Buff, Steve Parke e.a.) wordt Prince’ gehele oeuvre track voor track behandeld, inclusief veel onuitgebracht materiaal. Voor de liefhebbers is dat smullen. Voor een leek kan het soms wat te ver gaan.

Deze biografie vraagt, om hem het best op waarde te kunnen schatten, een meer dan gemiddelde interesse in en kennis van Prince’ muziek. Diens privéleven speelt amper een rol in dit boek. Zo wordt maar mondjesmaat ingezoomd op zijn huwelijken, wordt het verlies van zijn kind in 1996 in een bijzin afgedaan en wordt de dood van zijn vader in 2001 niet eens genoemd. Doordat de focus puur op de muziek ligt, weet je ook als lezer volledig waar je aan toe bent. Daarom is het echter wel jammer dat de Engelstalige hoofdstukken over de vele nevenprojecten waar Prince bij betrokken is geweest niet zijn vertaald. Niet in het minst omdat daar een voor de Nederlandse doelgroep ook nog een kleine link in zit (Lois Lane), maar vooral ook omdat – meer dan in de rest van het boek – juist in deze hoofdstukken de immense impact van Prince op de volledige popcultuur duidelijk wordt.

Het uitgebreide notenapparaat in het originele boek is ook weggesnoeid in de Nederlandse versie. De Nederlandse vertaling is voor de rest prima, het boek blijft in de wirwar van liedjestitels die op hoge snelheid voorbij schieten makkelijk en lekker leesbaar. Thorne schrijft met grote kennis van zaken en met groot enthousiasme. Het boek is, vooral vanwege dit laatste, daarom niet alleen interessant voor de doorgewinterde Prince-fan.

André Oyen

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.