Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

01-03-16

Leesgroep "Vissen hebben geen voeten" van Jon Kalman Stefansson

9789041426185.jpg


Leesgroep "Vissen hebben geen voeten" van Jon Kalman Stefansson
donderdag 10 maart om 20u.
De leesgroep wordt begeleid voor Edith Aerts en Frans Buelens.
Gratis maar graag inschrijven bij groenewaterman@groenewaterman.be
Vissen hebben geen voeten
Jón Kalman Stefánsson
Ambo/Anthos, 2015, 343 p.
" ‘Onthou het met ons: de zee is groter dan het leven van alledag. Een man komt op zee tot rust. Daar is de weidsheid, de onbegrijpelijke omvang die rust geeft, troost, en de problemen van het leven kleiner maakt. De problemen aan land, wrijvingen, frustraties, de omgang met mensen, verplichtingen: je kijkt naar de golven en merkt hoe het bestaan in je borst tot rust komt.’ "

Jón Kalman Steffánsson (geboren in 1963), Ijslands hedendaags topauteur heeft in zijn werk vaak het arme volk van IJsland als voornaamste personage. Zijn eerste in het Nederlands vertaalde werk was een trilogie over sneeuw en ijs (Hemel en hel, Het verdriet van de engelen, Het hart van de mens), over een weesjongen die opgroeide in een klein vissersdorpje. In deze werken kan je nog een IJsland in al zijn wrede natuuraspecten terugvinden dat het dagdagelijkse leven er niet makkelijk op maakte. Hij verwoordt het allemaal heel poëtisch on een prachtige beeldspraak die niet alleen tot de verbeelding spreekt maar ook doet nadenken. De roman Vissen hebben geen voeten is vol met dezelfde betoverende en rijke zinnen. En ook al speelt de roman in een modernere tijd, en ook al vormen zijn magische zinnen een ietwat monotoner verhaal dan zijn trilogie, het blijft een indrukwekkend werk. Waarschijnlijk is de roman een beetje autobiografisch. Net zoals Stefánsson is de hoofdpersoon Ari schrijver en dichter en, net zoals Stefánsson enkele jaren in Denemarken doorbracht, heeft ook Ari enkele jaren daar gewoond. De roman gaat over zijn terugkeer naar het stadje waar hij is opgegroeid: Keflavík, het stadje waar ook Stefánsson is opgegroeid. Ari is opgegroeid in Keflavik, een grauwe stad op vijftig kilometer afstand van Reykjavik. Hij woont sinds een paar jaar in Denemarken – gevlucht voor de sleur van het gezinsleven in IJsland – maar keert nu terug naar zijn vaderland vanwege de naderende dood van zijn vader. Herinneringen worden opgehaald aan dit stadje dat eens een bloeiende tijd kende, toen de Amerikanen er een grote basis hadden en de vis nog rijkelijk mocht worden gevangen. Tot de Amerikanen weggingen en er een visquota kwam, zodat nu de vissershaven er stil en vervallen bij ligt, net zo werkeloos als het gros van de inwoners van Keflavík. De dramatische geschiedenis van dit stadje, waar Ari eens in een grote hal tonnen vis stond te fileren, is het tweede onderwerp van de roman. Er is de grote liefde tussen de grootouders van Ari, in een gehucht ver van Keflavík, op een onherbergzaam stukje kust, waar de jonge visser Odd zijn jeugdliefde en buurmeisje Margret in de armen sluit. Hij, een man van de zee, is gelukkig. Margret heeft het moeilijker in de kleine leefgemeenschap die geleefd wordt door de woelige en onvoorspelbare zee en de onbarmhartige bergen rondom. Het verhaal springt voortdurend in de tijd op en neer en ook de personages worden achter elkaar opgevoerd, met een verteller wiens rol in het verhaal maar moeilijk te gissen is. Maar alle prachtige zinnen voeren je tenslotte wel naar een verhaal: over Ari, zijn grootouders, zijn problematische verhouding met vader en stiefmoeder, zijn stukgelopen huwelijk en uiteraard over Keflavik. De levens van Ari en zijn familie vertellen ons veel over de IJslandse volksaard, de IJslandse visserij en de IJslandse natuur. Stefánsson weet de sfeer van het leven op IJsland heel goed te treffen en de onderlinge verhouding tussen de familieleden en vrienden trefzeker te karakteriseren. Deze familiekroniek die drie generaties omvat, is rijk aan mooie verhalen, verweeft de belevenissen van de familieleden met wat er in de wereld gebeurt (de dood van Ari’s vader en de dood van Tito), en dat alles tegen de achtergrond van het onherbergzame, en grilIige IJsland.
André Oyen

De commentaren zijn gesloten.