Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

07-02-16

Vincent van Gogh 400 dagen in Amsterdam Nienke Denekamp

9200000046451347.jpg


Vincent van Gogh 400 dagen in Amsterdam
Nienke Denekamp
Uitgever: Thoth, Uitgeverij
Nederlands
80 pagina's
2015
9789068686920

Vincent Van Gogh woonde in zijn leven op meer dan twintig verschillende plekken in Nederland, Frankrijk en België. Rusteloos als hij was, wilde hoj uiteindelijk overal weer weg. Maar waar hij zich vestigde ondernam hij direct lange ontdekkingstochten , waarvan hij opgetogen en gedetailleerde verslagen aan zijn broer stuurde.

Voordat de onrustige geest Vincent van Gogh de kunstenaar werd die we nu kennen, verbleef hij ruim een jaar in Amsterdam voor zijn studie theologie; hij wilde predikant worden. Hij schreef in deze periode vele openhartige brieven aan zijn broer Theo. Deze brieven - met prachtige beschrijvingen van de stad aan de hand van verschillende schilderijen en prenten - vormen het uitgangspunt van Vincent van Gogh, 400 dagen in Amsterdam. We kruipen in de huid van de jonge Van Gogh die in Amsterdam overal om zich heen schilderijen waarnam en op die manier de stad schilderde, niet in verf maar in woorden. We zien, met dank aan de fotografie die aan het eind van de negentiende eeuw losbarstte, de stad aan de vooravond van de Tweede Gouden Eeuw. De bouw van het Centraal Station was in vergevorderde staat, het Concertgebouw stond in de steigers, er werden nieuwe wijken aangelegd en het Rijksmuseum opende zijn deuren.
Van Gogh woonde bij een grote scheepswerf op het stadseiland Kattenburg, naast het gebouw waarin later Het Scheepvaartmuseum onderdak zou vinden. Hij verbleef in het huis van zijn oom Jan van Gogh, die in februari 1877 was benoemd tot commandant van de Marine en directeur van de werf.
Als student was Van Gogh ijverig. Hij was niet alleen druk bezig met zijn studie, maar ook met zijn geloof. Op zondag woonde hij meestal alle drie de kerkdiensten bij, en tussendoor gaf hij godsdienstles aan arme kinderen uit de buurt. In de tussentijd las hij de Latijnse versie van de Navolging van Christus van Thomas à Kempis, terwijl hij zelf pas net Latijnse lessen volgde. Het kwam vaak voor dat hij tot diep in de nacht door studeerde, om ‘s ochtends weer vroeg op te staan.
Niets daarvan weerhield Van Gogh er echter van om zich óók nog bezig te houden met kunst. Sinds zijn zestiende werkte hij in verschillende filialen van de kunsthandel Goupil & Cie, en in Amsterdam ging hij vaak op bezoek bij zijn oom Cor, die zijn eigen boek- en kunsthandel had. Op zijn kamer hing Van Gogh veel prenten van veelal religieuze voorstellingen aan de muur, die hij kocht in de Jodenbuurt bij het Waterlooplein, een van zijn favoriete wijken.
Uit zijn brieven aan Theo blijkt dat hij in die tijd al het observerende oog van een kunstenaar ontwikkelde. Vooral de drukke, oude en armoedige delen van de stad spraken hem aan.
Toch zou Van Gogh zijn studie nooit afmaken. Na ongeveer een jaar gestudeerd te hebben besloot hij dat hij zijn opleiding toch maar het beste uit zijn hoofd kon zetten. Het werd hem teveel, en hij zou toch nooit geschikt zijn als predikant: hij wilde zijn handen vuil maken, en zich inzetten voor de minderbedeelden. Daarop vertrok hij naar België, waar hij in 1879 in de Waalse streek Borinage tijdelijk als lekenprediker tussen de mijnwerkers ging werken.
In zijn kamertje dat uitkeek op de Amsterdamse scheepswerf, was hij al gefascineerd geraakt door de arbeiders die daar vanaf ‘s ochtends vroeg hun handen uit de mouwen staken, ‘werkhanden,’ zoals hij uitlegde aan zijn broer. Werkhanden van ‘ruwe mensen’ om precies te zijn, een omschrijving die doet denken aan de grove figuren die je kunt zien op De Aardappeleters, zijn later beroemd geworden schilderij uit 1885.

Van Gogh’s bewondering voorhet onvolmaakte is ook terug te zien in zijn voorkeuren voor vrouwen. Toen oom Cor hem een keer een beeld van een bloedmooie vrouw liet zien, zei Van Gogh dat hij daar eigenlijk niet zoveel mee had, schoonheid, en dat hij eerder viel voor kwetsbare vrouwen voor wie hij kan zorgen. Vrouwen als Kee Vos, zijn volle nicht, op wie hij verliefd werd nadat haar eigen man was overleden. Of Sien Hoornik, een voormalige prostituee met een drankprobleem.
Nadat hij uiteindelijk ook ongeschikt werd bevonden als lekenpredikant, richtte Van Gogh zich definitief op het kunstenaarschap. Als schilder kon hij zijn zoektocht naar God omzetten in een zoektocht naar zelfkennis, besefte hij. Zo begon zijn slechts tien jaar durende kunstenaarscarrière.

Voordat Van Gogh in 1886 voorgoed naar Frankrijk verhuisde, bezocht hij Amsterdam voor een laatste keer, om het nieuwe Rijksmuseum te bezoeken. Terwijl hij vlakbij het Centraal Station in een drukke wachtkamer stond te wachten op zijn vriend Anton Kerssemakers, schilderde hij ter plekke een gezicht op het Singel met de Ronde Lutherse Kerk. Niemand die om hem heen stond kon toen weten dat hij later een wereldberoemde schilder zou worden, en men vond het eigenlijk maar merkwaardig wat hij deed. Maar dat kon Van Gogh niets schelen.

Het is vooral de Van Gogh van rond zijn zenuwinzinking die tot de verbeelding spreekt. En in de van de kunstenaar bekende brieven gingen zijn herinneringen terug naar allerlei plaatsen waar hij woonde. Maar niet naar Amsterdam, terwijl hij daar toch ook ruim een jaar (1877- 1878) vertoefde en tien jaar later nog een keer terugkwam. De tijd waarin onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station werden gebouwd. Als vierentwintigjarige student schreef hij aan zijn broer Theo: ”t Is een mooie stad hier. Wat zou ik graag u allerlei dingen hier wijzen en laten zien.’
Nienke Denekamp stelde een prachtig boekwerk met vele unieke foto's samen waarin al die minder bekende momenten van de jonge Vincent hun juiste plaats krijgen. Een uiterst boeiend en mooi vormgegeven werk.

André Oyen

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.