Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Avertir le modérateur

25-09-12

Bob Dylan in de studio

9789064457272.jpg


Bob Dylan in de studio

Patrick Roefflaer

isbn: 9789064457272 · 2011 · paperback (17 x 21 cm) - 344p. - geïllustreerd · prijs: € 23.50

Wie is, Bob Dylan, de spreekbuis van de Woodstockgeneratie en voor de Nobelprijs Literatuur voorgedragen dichter en zanger nu eigenlijk? Is hij een bohemien die platenstudio's haat of is hij een artiest voor wie zingen gewoon een beroep als een ander is. Hoe letterlijk moeken we zijn  uitspraak uit  1966 nemen? 'Ik breek geen regels, want ik zie geen regels die gebroken moeten worden. Wat mij betreft zijn er geen regels.・

In Bob Dylan in de studio vindt de lezer het volledige achtergrondverhaal van elk van zijn bijna veertig studioplaten aan de hand van vele details en citaten van betrokken muzikanten en producers. Waar en wanneer vonden de opnamen plaats? Wie werkte eraan mee? Wat is er in de studio gebeurd? Wat waren de reacties bij het verschijnen? Kortom: waarom zijn die platen zoals ze zijn en hoe zijn ze zo geworden? 

Voor de Hasseltse architect Patrick Roefflaer, al jaren fan van de zanger en  zijn songs, het ultieme moment om in navolging van zijn blog ‘Peerke’s Plaatjes’ dit eens allemaal voor de eeuwigheid vast te leggen in   ‘Bob Dylan in de studio’. Heel wat producers, en anderen uit Dylan zijn omgeving dragen rechtstreeks of onrechtstreeks mee tot het beeld  dat we van hem krijgen, te beginnen met zijn eerste talentenjager John Hammond (Colombia Records), zijn liefje Suze Rotolo, naast ondermeer Albert Grossman, Daniel Lanois, zijn vrouw Sara Lownds, naast de talloze medemuzikanten (Mike Bloomfield, Al Kooper, Charlie McCoy, Tom Petty, Mark Knopfler, Emmylou Harris,…).

 

Persoonlijk heb ik Robert Allan Zimmerman of te wel Bob Dylan altijd beschouwd als een   podiumbeest pur sang, maar door dit vlot geschreven boek worden we op een heel ludieke manier geconfronteerd met de 'flipside' van deze legende.  

 

In het begin van 1961 was Dylan naar Greenwich Village getrokken, sinds het begin van de twintigste eeuw constant de place-to-be om te participeren aan de Amerikaanse tegencultuur. Kort daarvoor ontkiemden daar de eerste zaadjes van de folkrevival. Hij werd er eentje van en ruilde zijn elektrische gitaar voor een akoestische, schafte zich een draagsteun voor zijn mondharmonica aan, en liet zich in deze eerste faze vooral inspireren door Woody Guthrie, en de deltablues van Jesse Fuller en Bukka White. Hier begint een verhaal in bijna veertig hoofdstukken, telkens chronologisch refererend naar één van zijn studioplaten.  Het verhaal start met zijn titelloos debuut (1961) en sluit af met zijn kerstplaat ‘Christmas in the Heart’ (2009).

 

Elk van de hoofdstukken opent met een citaat, van de meester zelf, of relevante derden, onmiddellijk gevolgd door de droge, technische opnamefiche van de betreffende plaat.  Zo krijgen we zicht op de kleine en grote ontstaansgeschiedenis, de factoren die speelden in het al of niet scoren met één van zijn realisaties, de invloeden die speelden bij de soms grillige keuzes die hij maakte. En hoe technisch dit ook kan opgevat worden, leert het ons veel over de persoon van Dylan.  Roefflaer mag dan wel een immense bewondering voor de maestro hebben toch durft hij ook zonder blikken of blozen de minder aangename  kantjes van zijn idool belichten.  

De intense analyses helpen de lezer op weg om ook als luisteraar weer nieuwe muzikale details te gaan ontdekken, ook op reeds lang grijsgedraaide platen of nikkelsurrogaten. Je bent dan ook telkens geneigd naar de platenkast te trekken wanneer een nieuw hoofdstuk zich aandient. We leren waarom zijn platen zijn zoals ze zijn, en welk proces ze doorliepen om juist op die specifieke wijze het publiek te bereiken. 

 

In die carrière hield hij ook zijn fans niet weg van polemische discussies, door er telkens wanneer hij een bocht nam erin te slagen een deel tegen hem in het harnas te jagen. Toen hij evolueerde van folky protestzanger, naar misschien iets minder maatschappelijke geëngageerde songwriting, hij zich plots in zijn religieus denken wist overhoop te halen, dan weer te knipogen naar de countrymuziek of te gaan coveren, filmacteur te worden, zette hij telkens weer pro  tegenover contra. 

Deze biografie is toch wel uniek in haar soort en kan ook zonder slaapkamerroddels  zeker de vergelijking met heel wat buitenlandse publicaties doorstaan. Het is een overzichtelijke ordening die als een zeer gestructureerde filmdocumentaire aan de lezer voorbijtrekt.  

 

André Oyen

 

00:00 Gepost in BOEKEN | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.