Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Envoyer ce Blog à un ami | Avertir le modérateur

11-12-10

Jan van Mersbergen

965045236_9.jpgcossee%20fleur%20speet.jpg


 

Jan van Mersbergen debuteerde in 2001 met de roman De grasbijter (Meulenhoff). Bij uitgeverij Cossee verschenen vervolgens De macht over het stuur en De hemelrat. In 2007 verscheen Morgen zijn we in Pamplona. Deze roman werd al snel herdrukt, werd vertaald in het Duits (Kunstmann) en Frans

(Gallimard), en de filmrechten zijn verkocht aan IDTV. Medio 2011 verschijnt de Engelse vertaling (Peirene Press).

Zo begint het, zijn vijfde roman, werd gepubliceerd in 2009. Ook deze roman komt uit in Duitsland. Momenteel werkt hij aan een nieuwe roman: een familiedrama dat zich afspeelt tijdens het Limburgse Carnaval: de Vastelaovend. De meest logische verschijningsdatum voor deze roman is 11 november 2011.

Korte verhalen van Jan van Mersbergen werden gepubliceerd in Vrij Nederland, in literaire tijdschriften (Tirade, De Gids, Bunker Hill) of voorgelezen bij de VPRO radioprogramma's Duizend woorden, waar hij jurylid was, en Het Voetlicht. Hij schreef voor muziektijdschrift Wahwah. Hij schrijft ook artikelen over sport, onder andere voor Hard gras, Achilles en voor Sportgeschiedenis.

Jan van Mersbergen werd veelvuldig genomineerd voor literaire prijzen: Debutantenprijs 2002, Dif Literatuurprijs 2005, Halewijnprijs 2007, BNG Nieuwe Literatuurprijs 2007 en 2009, maar won nooit. Sinds januari 2010 is hij redactielid van literair tijdschrift De Revisor. In april 2010 werd zijn site door HP/De Tijd uitgeroepen tot beste literaire weblog van Nederland. (kijken dus)

http://www.janvanmersbergen.nl/nieuws.asp

 

ZO BEGINT HET

 

Jan van Mersbergen, ‘Zo begint het’, Cossee, 272 pagina’s, € 18,90 2009


Die vrouw in de film schreeuwde en sloeg haar hoofd tegen de leuning van de bank en zat in bed met natte haren , met een mooi gezicht waar make-up over uitgelopen was, in een bedachte versie van een vrouw die radeloos is, en Emma denkt aan deze gespeelde radeloosheid en ze voelt dat ze zich ook zo zou moeten gedragen, maar ze komt niet verder dan heel stil liggen in een bad dat afkoelt.

Het beklemmende verhaal van dit boek wordt verteld door drie vrouwen: de jonge moeder Emma, de jonge moeder Evana en de Poolse thuishulp Edyta.

In Amsterdam neemt de kraamhulp van moeder Evana een krant voor haar mee, waarin kort bericht wordt over een grote, zwarte hond die in Friesland een baby doodgebeten heeft. Evana raakt geobsedeerd door dit nieuws, temeer daar zij de hond denkt te kennen uit de tijd dat zij een taakstraf vervulde bij een asiel. Evana, haar Antilliaanse vriend Steven zit vast voor een gewapende overval. Zij moet zich nu samen met de moeder van Steven ontfermen over hun pasgeboren spruit Max, ter aarde gekomen om zes over zes op de zesde juni tweeduizend en zes.
.Onderwijl zit moeder Emma, te worstelen, in het verre Friesland, met een immens rouwproces. Hoe moet en kan ze verder leven na de dood van haar baby. De man wil zo snel mogelijk de draad oppakken om te vergeten, de vrouw lijdt door en ze lijdt vooral alleen. En dan is er nog de Poolse thuishulp Edyta die de spierzieke Chris verpleegt en die erachter komt dat deze gevelde slijter de vorige eigenaar was van de hond Sirius. Deze hond was een pup uit een nest dat ooit uit een vuilcontainer is gevist. De media zaten er toen bovenop, en ook nu met die doodgebeten baby.

 

Gekweld door schuldgevoel dat zij de hond verkeerde dingen heeft bijgebracht, raakt Evana geobsedeerd door de tragedie, en het lukt haar niet een band met haar eigen kind Max te ontwikkelen.

Van deze roman wordt je echt niet vrolijk maar hij is wel ontzettend goed geschreven. Het is een stijlvaste roman met personages die verbeten trachten grip te krijgen op hun eigen drama en dat van de wezens rond hen heen. Er zit een hele sterke spanning in het boek die de auteur tot het eind weet te handhaven. Sober maar uitmuntend knap werk over een gegeven dat zo uit de actualiteit had kunnen gegrepen zijn.

André Oyen

Morgen zijn we in Pamplona

Jan van Mersbergen

Cossee

Amsterdam

189 P

2007

 

Hij hoort de stier snuiven en het is Ragna die briesend voor hem staat en hem te lijf wil gaan, maar dat moment uitstelt en afstand houdt, eerst zijn huid met haar vingertoppen aftast en dan dichterbij komt, hem kust en weer afstand neemt, zachtjes tegen zijn borst blaast en naar boven gaat, als de adem die hij nu voelt in zijn hals.

Danny, rent door de straten van Amsterdam. In de regen. Hij moet vluchten. Hij probeert een lift te krijgen, weg van iets of iemand dat hem schijnbaar op de hielen zit. En Robbert geeft hem die dringende lift. De man is onderweg naar Pamplona. Elk jaar rent hij daar met de meute mee, voor de stieren uit.

Robbert neemt altijd lifters mee om wat gezelligheid tijdens de monotone autorit te hebben. Maar van Danny hoeft hij die niet te verwachten. Die zwijgt en is zelfs wat grof tegen de man die hem een lift geeft, zijn eten en drinken betaalt en gewoon vriendelijk tegenover hem wil zijn. Vermits Danny geen bepaald reisdoel heeft stelt Robbert hem voor om mee te rijden naar Pamplona.

 

In flashbacks, verteld tussen het verhaal over de tocht naar Pamplona door, wordt de aanloop naar datgene wat Danny doet vluchten langzaam verder uit de doeken gedaan. Danny was gevraagd om in Duitsland een serie gevechten te doen door de kreupele organisator van allerhande boxgala’s. Hij ontmoet zijn rechterhand, een Thaise vrouw, met wie Danny een passionele vrijpartij heeft. Hij wordt verliefd, krijgt iets wat in zijn ogen op een relatie lijkt, maar begint vervolgens aan haar trouw te twijfelen.

 

De tocht naar Pamplona vordert ondertussen gestaag, zonder dat Danny iets noemenswaardigs loslaat, ( de lezer weet ondertussen al meer) tot Robberts grote spijt. Want het is hem wel duidelijk dat zijn reisgenoot op de vlucht is.

In Pamplona zelf gebeurt er iets wat een band schept tussen Danny en Robbert.

Morgen zijn we in Pamplona is één van de sterkste Nederlandse Nederlandse romans die ik de laatste jaren gelezen heb.

Het verhaal wordt héél sober weergegeven, maar het roept een spanning op waar je kippenvel van krijgt.

Als lezer kan je er echt een filmscenario bij opbouwen. In mijn fantasie zag ik een jonge Marlon Brandon, stug en maximaal contactgestoord in die wagen zitten en terugblikken op de ramp die hij ongewild heeft veroorzaakt.

Doordat de auteur tergend traag zijn verhaal prijsgeeft is de ontknoping een verlossende climax.

Schitterend.

André Oyen

 

 

 

 

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog