Blogs cinebel.be
cinebel.be | Créer un Blog | Envoyer ce Blog à un ami | Avertir le modérateur

20-01-09

Bij verkiezing van Dichter des Vaderlands speelt poezie geen rol

bloem_300.jpg


De vorige Dichter des Vaderlands werd dat door een balpenactie. De verkiezing zou dit keer over poëzie gaan, werd Ramsey Nasr gezegd. Dat valt tegen.

Ik denk dat een Dichter des Vaderlands kan zijn wat de titel suggereert: iemand die zijn land betrekt in de poëzie; en omgekeerd, de poëzie zijn land toont.

Ik denk ook dat voor deze functie geen beter tijdstip bestaat dan vandaag. Nederland staat op een kruispunt, is volop bezig zichzelf opnieuw te definiëren.

Dichter nodig

Waarom zoeken wij juist nu naar de Grootste Nederlander aller Tijden? Waarom stellen wij uitgerekend vandaag een canon op? Er is een reden voor Geert Mak en er is een reden voor Geert Wilders. Nederlanders willen beter onderwijs, betere politici, betere burgers – en komen uit bij zichzelf. Wie zijn wij? Wat is dat, Nederland? Ik denk in alle bescheidenheid dat een dichter kan helpen in die zoektocht. Niet met antwoorden, maar met vragen. Nederland heeft een dichter nodig.

Daarom is het des te storender dat de verkiezingen voor het ambt van Dichter des Vaderlands gaandeweg niets meer te maken hebben met dat uitgangspunt: een land en zijn poëzie.

Balpennenactie

Het begon vier jaar geleden met een balpennenactie. De Dichter des Vaderlands werd toen verkozen in ruil voor de balpennen die hij op straat had uitgedeeld. Ik was blij te vernemen dat bij de huidige verkiezing de poëzie weer centraal zou staan, dat een verkiezing middels gadgets en lokale sentimenten tot het verleden zou behoren.
Vanwege deze geruststelling stelde ik me enkele maanden geleden beschikbaar voor de longlist. Zodra de shortlist echter openbaar was gemaakt, werden de genomineerden prompt ondervraagd over hun ‘campagne’. Ik wist niet wat ik hoorde. Een van de medekandidaten gaf meteen aan dat de balpennen er bij hem ‘hopelijk’ ook nog wel zouden komen. ‘En ik heb natuurlijk de Friezen achter me staan.’ (NRC Handelsblad, 20 december)

Ik voelde me misselijk worden.

Waarom? Poëzie is bij uitstek een kunstvorm die in staat is een meerduidige wereld op te roepen. Een vers herbergt meerdere betekenissen, opent een wereld van mogelijkheden. In de poëzie kan men zelf verdwijnen, als lezer – en als dichter.
Verkiezingen bieden slechts één mogelijkheid: Stem Op Mij. Ze schuiven de persoon naar voren in plaats van de poëzie.

Circus

Je kunt dan verschillende dingen doen. Je kunt de organisatie van het instituut verzoeken een campagne te voeren namens álle genomineerde kandidaten. Dat bleek niet mogelijk. Je kunt hopen dat het publiek zich niet laat leiden door de spreekwoordelijke balpen, maar zal afgaan op de profielen van de vijf dichters, en vooral op de poëzie die zij begin januari hebben geschreven: vijf gedichten over Nederland, als voor- en meesterproef van een eventueel Dichterschap des Vaderlands. Ook dat blijkt onmogelijk nu de media zelf iets anders beogen: een circus.

Ik ontvang de laatste dagen mails van radioprogramma’s met het dwingende verzoek voor de gelegenheid speciaal even een gedicht te schrijven en te komen voordragen. Want dat is leuk, en alle genomineerden worden uitgenodigd. Dus het is ook een beetje chantage. In het ene geval was de voorwaarde 24 uur op voorhand iets te schrijven; in het andere geval moest het in één uur, live. Want ook dat is leuk.
Over dat laatste voorstel kunnen we kort zijn: niemand schrijft een goed gedicht in een uur. Je kunt iets schrijven dat rijmt, iets dat goed klinkt – maar dat heet indruk maken. Of charlatanerie. Poëzie is het niet.

Wedstrijdelement

Het eerste geval betreft echter een van de beste cultuurprogramma’s op onze radio. En dat is minder leuk. Nog minder leuk is dat je, als je dan beleefd weigert en voorstelt in plaats daarvan het gedicht voor te lezen dat speciaal voor de verkiezingen werd geschreven, te horen krijgt dat dat ‘toch niet helemaal de bedoeling’ is. Er is namelijk een ‘wedstrijdelement’, aldus de redactie. En als je niet meedoet, zal een andere kandidaat je plaats wel innemen. Want het Dichterschap staat voor ‘topsport’.

Vandaar ook dat louter uit motieven van sportiviteit wordt vermeld dat het aantal luisteraars de honderdduizend nadert, maar dat je natuurlijk vrij – en goed gek – zou zijn te weigeren.

Voor alle duidelijkheid: ik trek me niet terug
Voor geen argument blijkt men vatbaar – ook niet voor de omstandigheid dat je vijf dagen per week op tournee bent met een literaire voorstelling. ‘Een blik op de speellijst leert dat u zondag en maandag niet optreedt (…). Ik zeg niet dat u een overvloed aan tijd heeft, maar in geval van grote calamiteiten of grote gebeurtenissen wordt van de Dichter des Vaderlands verwacht dat hij op korte termijn een gedicht klaar heeft.’

Betekenisvol ambt

Daar moest ik ze groot gelijk in geven. Dát wordt van een Dichter des Vaderlands verwacht: om een beslissende inspanning te leveren als het moment zich aandient. Niet om op commando over een volstrekt willekeurige 24 uur een gedicht ineen te flansen omdat je nog stemmen moet ronselen. Hier zou een instituut als het Dichterschap des Vaderlands toe kunnen dienen: om aan te geven dat zulke leuke grappen niets, maar dan ook niets met poëzie te maken hebben; dat dichters geen clowns zijn die je voor een stem of wat geld kunt laten opdraven om hun kunstje te doen; dat het instituut geen wedstrijd is, maar een ambt dat iets kan betekenen.

Vooral van dat laatste zou het beste cultuurprogramma van de NPS-radio doordrongen moeten zijn – zeker aangezien deze omroep medeorganisator is van het Dichterschap des Vaderlands.

Maar het schoentje wringt hem ook een beetje bij de kandidaten zelf. Of laten we eerlijk zijn: bij Tsead Bruinja. Voor hem gaat het om niets minder dan presidentsverkiezingen. En daar horen dezelfde tactieken bij.

 

a. Verdachtmakingen: de ‘campagneleider’ meldt op zijn weblog over een medegenomineerde dat dat deze met zijn gedicht ‘een brevet van onvermogen’ heeft afgeleverd. In verkiezingstijd kent men geen sympathie.

b. Imitatie, of liever plagiaat: een voor ondergetekende opgerichte internetgroep met oproep tot stemmen werd integraal en volledig overgenomen, zonder enige eigen toevoeging - enkel de naam werd veranderd in Tsead Bruinja. Zelfs de titel van ‘zijn’ Facebook-groep bleef dezelfde. In verkiezingstijd kent men geen stijl.

c. Opportunisme: door aan de grote klok te hangen dat je het vliegtuigkaartje voor Gerrit Komrij betaalt, kun je misschien zelf een sneltreinkaartje naar het Dichterschap verwerven. Een schrijnender voorbeeld was een oproep ten behoeve van Gaza. Deze oproep kwam exact één dag nadat schrijver dezes in de Volkskrant een open brief met hetzelfde doel had ondertekend. In verkiezingstijd kent men geen schaamte.

d. Imponeringsdrang: op je eigen website kun je inderdaad álle mensen vermelden die achter je staan, in de hoop dat een of andere krant een artikel zal publiceren met de kop: ‘Dichters willen Bruinja als Dichter des Vaderlands’. Een vraag voor de betreffende journalist: zou het mogelijk zijn dat andere genomineerden liever niet publiekelijk indruk willen maken middels een lijst van mensen die hun kandidatuur steunen? Hoe dan ook, in verkiezingstijd kent men geen pudeur. Ik vraag mij af waarom een laatste, misschien minder voor de hand liggende optie niet is benut:

e. De poëzie: waarom niet vertrouwen op je eigen inzending, op de kracht van dat gedicht, jouw persoonlijke meesterproef? Dat, tezamen met je plannen, en niets anders, is het criterium waarop een nieuwe Dichter des Vaderlands verkozen zou moeten worden.

Tenslotte nog dit. Heb ik zelf dan niet meegedaan aan dit circus? Jazeker. Ik heb me laten opfokken door een stelletje dompteurs dat mij oproept door de hoepel te springen omdat zij dat graag willen. En ik heb er genoeg van. Dit alles heeft niets meer uit te staan met de poëzie, noch met een vaderland, maar alles met de vraag hoe ver persoonlijke ambitie kan reiken. Wie heeft de meeste balpennen.

Kern van de zaak

Voor alle duidelijkheid: ik trek me niet terug. Ik wil terugkeren naar de kern van de zaak. Ik roep het Nederlandse volk op de site dichterdesvaderlands.nl te bezoeken. Lees de gedichten van Hagar Peeters, van Erik Menkveld, Tsead Bruinja, Joke van Leeuwen en ondergetekende, alsmede de plannen die wij aan de dag leggen. En ga daarop af.

Want nogmaals, ik denk dat een Dichter des Vaderlands, ondanks alle rookeffecten die rond het spektakel worden aangewend, nog steeds kan zijn wat de titel suggereert: een dichter die zich via zijn poëzie wil inzetten voor een land – niet voor één stad, niet voor één provincie of een verzamelde achterban, maar voor een land dat een dichter kan gebruiken.

Ramsey Nasr (1974) is dichter/schrijver, acteur en regisseur. Hij publiceerde drie dichtbundels, een novelle en de essaybundel Van de vijand en de muzikant (2006). Hij won voor zijn werk meerdere literaire en toneelprijzen. In 2005 vervulde hij met veel bijval de functie van stadsdichter van Antwerpen.

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog